"We huren al een hele tijd een goede woning voor een schappelijke prijs (nu a 300). Ons huurcontract is steeds verlengd onder dezelfde voorwaarden. We zitten nu in de zesde periode van drie jaar, die aanving op 1 juli 2003 en dus loopt tot 30 juni 2005. Ons huis zou volgende maand openbaar verkocht worden. Kan de koper ons uit het huis zetten? Zou de vrederechter ons een verlenging kunnen toestaan tot het einde van de lopende driejarige periode? We zijn 64 en 68 jaar. We vrezen ervoor nooit meer zo'n goedkope woning te vinden!"

In ieder geval bepaalt de Woninghuurwet dat u van een nieuwe koper slechts een opzegging kunt krijgen van 3 maanden, binnen de 3 maanden nadat de notariële akte van aankoop verleden wordt, en wel onder de volgende voorwaarden:
...

In ieder geval bepaalt de Woninghuurwet dat u van een nieuwe koper slechts een opzegging kunt krijgen van 3 maanden, binnen de 3 maanden nadat de notariële akte van aankoop verleden wordt, en wel onder de volgende voorwaarden: als hij het zelf wil betrekken of laten betrekken door afstammelingen of bloedverwanten in opgaande lijn tot de derde graad als hij het huis wil heropbouwen, verbouwen of renoveren, en deze werken kosten meer dan 3 jaar huur op het einde van de eerste en tweede driejarige periode, zonder motivering, maar mits betaling van een vergoeding gelijk aan 9 of 6 maand huur, naargelang de opzegging gegeven wordt na de eerste of de tweede driejarige periode. U kunt een verlenging van de huur 'wegens buitengewone omstandigheden' vragen. De vrederechter oordeelt daarover, rekening houdend met de belangen van beide partijen. Hij houdt ondermeer rekening met de eventuele hoge leeftijd. Het feit dat u niet makkelijk opnieuw zo'n goedkope woning zult vinden is geen buitengewone omstandigheid, tenzij u in aanmerking komt voor een sociale woning en kunt aantonen dat de wachttijd daarvoor zeer lang is en dat u zich onmiddellijk op een wachtlijst hebt ingeschreven. Dat u er al 16 jaar woont kan wel een (minder belangrijke) rol spelen, evenals het feit dat u niet meer van de jongsten bent. Ik betwijfel echter of de rechter uw contract zal verlengen tot juni 2005. Hij moet immers ook rekening houden met de rechten van de koper en staat meestal slechts een verlenging toe voor de periode, nodig om een nieuwe geschikte woonst te zoeken.Het burgerlijk wetboek bevat één artikel over voorlopige bewindvoering: artikel 488bis. Door uw huwelijk met een persoon voor wie al een voorlopig bewindvoerder was aangesteld, bevindt u zich in een moeilijke situatie. U kunt u tot de vrederechter wenden voor hulp en bijstand. Hij bepaalt ook de vergoeding van de bewindvoerder. maar die mag niet meer bedragen dan 3 % van de inkomsten van de beschermde persoon. Enkel als de taken die de bewindvoerder uitvoert buitengewoon zijn, kan de vrederechter zijn vergoeding verhogen. De bewindvoerder moet enkel rekenschap afleggen aan de beschermde persoon zelf en aan de vrederechter. Hebt u vragen, dan moet u die voorleggen aan de vrederechter. Als u het financieel moeilijk hebt, kunt u hulp vragen bij het OCMW. In geen geval kan de bewindvoerder u 'dwingen' om meer te sparen. Een overeenkomst waarin een ouder vrijwillig zijn bezoekrecht beperkt is niet afdwingbaar. Het heeft dus geen zin dit document te laten registreren. De vader heeft het recht op elk moment op de gemaakte afspraken terug te komen. Het is wel zinvol aan de jeugdrechter een vonnis te vragen zodat er zekerheid ontstaat. Een vonnis is namelijk wel afdwingbaar.Als het bedrag van het onderhoudsgeld dat u betaalt vastligt in een overeenkomst voor een echtscheiding met onderlinge toestemming, zal de vrederechter het bedrag niet verminderen tenzij de overeenkomst een clausule bevat dat het onderhoudsgeld kan aangepast worden volgens uw inkomen. Maar als het bedrag van het onderhoudsgeld door de rechter werd vastgelegd in het kader van een echtscheidingsprocedure op grond van bepaalde feiten of op grond van een feitelijke scheiding, dan kunt u de rechter wél vragen om het onderhoudsgeld te verminderen. Dat het onderhoudsgeld zou afgeschaft worden, lijkt me een illusie. U zult de rechter niet overtuigen door te zeggen dat uw ex-echtgenote het bedrag dat u minder betaalt, zal recupereren via de inkomensgarantie voor ouderen. Dat zou erop neerkomen dat de belastingplichtigen uw onderhoudsplicht 'overnemen'. Het onderhoudsgeld dient o.a. om uw inkomsten te verdelen over uzelf en uw ex-echtgenote. Uw ex-echtgenote heeft nooit buitenshuis gewerkt en heeft dus nooit een eigen pensioen kunnen opbouwen. Het is dan ook billijk dat zij nog een onderhoudsgeld ontvangt. Als u een procedure start, raad ik u toch aan een advocaat te nemen, zeker als uw ex-echtgenote dat ook doet. Omdat uw zoon niet gehuwd was met de moeder van het kind, is de vrederechter niet bevoegd om het bezoekrecht te regelen. Als uw zoon een uitspraak van een rechter wil, zal hij zich tot de jeugdrechter van de woonplaats van het kind moeten wenden en zo'n procedure kan lang duren. Als de ouders het niet eens zijn over het bezoekrecht, laat de rechter vaak een sociaal onderzoek uitvoeren om na te gaan wat de beste oplossing is voor het kind. Zo'n onderzoek neemt gauw enkele maanden in beslag. De rechter wacht op de resultaten vooraleer hij beslist. Persoonlijk zie ik geen nadeel aan het vervoeren van het kind, tenminste als het geen gezondheidsproblemen heeft. Het klopt wel dat sommige rechters ervoor terugschrikken om zo'n jong kind langer dan één dag van de moeder te scheiden. In elk geval verliest uw zoon niets als hij nu zoveel mogelijk bezoekrecht vraagt: één weekend op twee en de helft van de schoolvakanties is zeker niet overdreven. Anderzijds moet hij onmiddellijk zijn onderhoudsplicht nakomen en de som aan de moeder storten, tenminste als dat voor hem mogelijk is. Hij kan 80 % van het onderhoudsgeld aftrekken van zijn belastbaar inkomen. Als er meningsverschillen zijn over het onderhoudsgeld, is de vrederechter bevoegd. De partijen mogen dan kiezen: de vrederechter van de woonplaats van een van beiden. n