Op het terras van hun huis weven Dev en zijn zoon Sailesh visnetten en fuiken. Even verderop schaaft en timmert Alfred Cagny. Hij bouwt pirogues (prauwen) waarmee de vissers de Indische Oceaan bevaren. "Het is een oude traditie die ik op mijn veertiende van mijn grootvader heb geleerd. Ik doe het al zestig jaar en van de tien botenmakers in het dorp heb ik de beste reputatie. Een pirogue is kleiner dan een cannoute, het is een simpele open boot met bankjes en plaats om de vissen op de bodem te gooien. Alles bij elkaar achttien voet - zeg maar: zes meter - gehouwen uit de stam van de jackfruit. We werken ongeveer vier weken aan één boot, wat betekent dat we twaalf boten per jaar kunnen maken. Op open zee kunnen we met netten of een lijn vissen op kapiteinvis of tonijn, niet op marlijn. Die is te groot en te sterk. Maar er is minder vis dan vroeger, het is harder werken."
...