Felix, onze gids mét cowboyhoed, geeft het teken om ons paard te bestijgen. We vertrekken naar het nationale park van Viñales met zijn prachtige Mogotes, zijn bergen in de vorm van suikerbroden. Dit gebied is het mekka van de Cubaanse tabakskweek. In november worden de plantjes aangeplant, in februari zullen ze klaar zijn voor de pluk. Dan zullen de plukkers de grote groene bladeren uit de grond trekken en ze over hun schouders zwieren om ze naar de loodsen te brengen waar ze zullen drogen en hun specifieke geur en smaak krijgen. Deze houten loodsen met schuine daken worden momenteel druk hersteld nadat ze in de herfst van 2008 met honderden werden neergemaaid door de verwoestende cycloon Gustav. ...

Felix, onze gids mét cowboyhoed, geeft het teken om ons paard te bestijgen. We vertrekken naar het nationale park van Viñales met zijn prachtige Mogotes, zijn bergen in de vorm van suikerbroden. Dit gebied is het mekka van de Cubaanse tabakskweek. In november worden de plantjes aangeplant, in februari zullen ze klaar zijn voor de pluk. Dan zullen de plukkers de grote groene bladeren uit de grond trekken en ze over hun schouders zwieren om ze naar de loodsen te brengen waar ze zullen drogen en hun specifieke geur en smaak krijgen. Deze houten loodsen met schuine daken worden momenteel druk hersteld nadat ze in de herfst van 2008 met honderden werden neergemaaid door de verwoestende cycloon Gustav. Felix stelt voor bij een boerenfamilie op bezoek te gaan om eens van het echte leven te proeven. Het leven tussen primitieve casitas van ruwe planken op een erf van gestampte aarde. De mannen zijn naar het veld. Ofelia, een jonge grootmoeder, en haar drie dochters ontvangen ons. De televisie in de woonkamer staat aan maar niemand kijkt ernaar. Ofelia vertelt trots dat ze dankzij een Spaanse ngo sinds twee jaar op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. De tafel wordt gedekt en we delen een eenvoudige maar voedzame maaltijd met onze gastvrouwen. Alles wordt op een houtvuurtje gekookt: varkensvlees met zwarte rijst, maniok, zoete aardappelen, frijoles (bonen) en plakken ananas. We klimmen weer in het zadel, op weg naar nieuwe ontmoetingen. In het hart van de plantage stoppen we bij de hut van een sigarenroller. Hij biedt ons een rokertje aan en een mojito van het huis: bruine rum en honing uit de streek. Terwijl hij verder werkt, verklapt hij ons wat geheimpjes over de fabricage van de puros: "Je hebt gemiddeld drie tabaksbladeren nodig om een sigaar te maken, maar het belangrijkste is dat je de hoofdnerf verwijdert: die bevat 65% van de nicotine en dat is veel te veel." Hij waarschuwt ons ook voor straatventers die zogenaamde sigaren aan de man brengen: "maar het zijn afzetters, meneer! In het beste geval hebben ze wat tabak met bananenbladeren gemengd..." Buiten de hut houden zijn twee zonen een haan in bedwang terwijl ze de onderkant van zijn poten pluimen. Ze maken hun kampioen klaar voor het gevecht van morgen. Amusement is hier schaars en hanengevechten vormen, net als rodeo's, een traditie. Twee dagen later ruilen we het zadel voor het stuur. Het wordt een lange dag rijden naar Trinidad via de Autopista nacional, die ook Havana aandoet. Autorijden is hier een avontuur. Stel het u voor: zes rijstroken en een groene middenberm, zonder de minste wegmarkering maar wel met ontelbare - min of meer gedempte - kuilen. Koeien, fietsers, voetgangers,... iedereen maakt gebruik van deze snelweg op zijn Cubaans. Ooit was Trinidad het rijke centrum van de suikerrietproductie in de Cariben. De hoge kwaliteit van het suikerriet zorgde ervoor dat de Cubaanse rum tot de beste ter wereld uitgroeide. Net als de vallei van Viñales, behoort Trinidad dan ook heel terecht tot het Werelderfgoed van Unesco. De lage huisjes in pastelkleuren doen denken aan het zuiden van Mexico. Smeedijzeren hekken tonen een glimp van de verloren welvaart: kristallen luchters, plafonds met lijstwerk, antieke meubels. Op de Plaza Mayor met zijn beschermde gebouwen die pas netjes in de verf zijn gezet, houdt een grote neger met een strohoed en een smetteloos wit overhemd de wacht. Vanzelfsprekend nipt hij aan een glaasje rum en is hij gewapend met een indrukwekkende havanasigaar. En even vanzelfsprekend laat hij zich in ruil voor enkele peso's graag fotograferen. Wie wil er géén kiekje maken van hét archetype van de Cubaan? Tekst en foto's: Guy Van de Berg