Sinds bijna 2.000 jaar loopt er een Romeinse steenweg dwars door het Belgische platteland. Ooit verbond hij Bavay met Keulen - twee belangrijke centra in het Romeinse rijk -, vandaag ligt de weg verscholen tussen een wirwar aan asfaltwegen, maar hij bestaat nog steeds. Sommige kaarten hebben het over de Chaussée romaine of Route Brunehaut (lees ook Het Brunhildemysterie op p. 112) maar niets doet vermoeden dat deze weg in de oudheid een strategische verkeersader was. Vandaag is het een kleine landweg, die soms vernauwt tot een wandelpad, om zich vervolgens weer een hedendaagse straatbedekking aan te meten en de gedaante van om het even welke hoofdweg aan te nemen.
...

Sinds bijna 2.000 jaar loopt er een Romeinse steenweg dwars door het Belgische platteland. Ooit verbond hij Bavay met Keulen - twee belangrijke centra in het Romeinse rijk -, vandaag ligt de weg verscholen tussen een wirwar aan asfaltwegen, maar hij bestaat nog steeds. Sommige kaarten hebben het over de Chaussée romaine of Route Brunehaut (lees ook Het Brunhildemysterie op p. 112) maar niets doet vermoeden dat deze weg in de oudheid een strategische verkeersader was. Vandaag is het een kleine landweg, die soms vernauwt tot een wandelpad, om zich vervolgens weer een hedendaagse straatbedekking aan te meten en de gedaante van om het even welke hoofdweg aan te nemen.De Romeinse heerweg, ook bekend als de Via Belgica, doorkruist ons land van Quévy ten zuiden van Bergen tot Tongeren en loopt dan verder naar Maastricht. "Hij loopt min of meer recht en volgt de as van de heuvelkammen tussen het Maas- en het Scheldebekken", horen we van Philippe Dekegel, voorzitter van de vzw Statio Romana, die het Gallo-Romeins museum van Waudrez vlakbij Binche beheert. "De weg bestond al voor de Romeinse bezetting. In de omgeving zijn verschillende prehistorische sites gevonden. En zelfs in de jongste steentijd (4000-1700 v.C.) diende de weg al om goederen te vervoeren. Het is met andere woorden een weg die door de Romeinen gewoon werd overgenomen en verbeterd."De Romeinse heerwegen waren weliswaar van prima kwaliteit, maar toch mogen we ons geen wegen met brede stenen voorstellen zoals we er nog kunnen zien rond Rome en in de straten van Pompeï. Philippe Dekegel: "De heerwegen waren wel erg slim aangelegd. Ze waren bol en samengesteld uit verschillende lagen van steengruis en kiezels, gaande van zeer grove tot fijnere steentjes om te zorgen voor de afwatering van het regenwater. Aan weerszijden van de weg liep een gracht die de zone afbakende waarop niet mocht worden gebouwd."Een reiziger van Bavay naar Keulen had ongeveer 250 kilometer voor de boeg, een heel eind in een tijd waarin de meeste reizen te voet gebeurden of - voor de meer begoede reizigers - in een draagstoel of te paard. Langs de heerweg bevonden zich daarom om de 30km - zeg maar op een dagmars van elkaar - afspanningen. Ze werden vici gedoopt en boden reizigers een plek om te eten, om de voeten en paarden te laten rusten of nog om materiaal te laten herstellen.Dankzij twee onduidelijke kaarten uit de oudheid, kennen we de namen van alle vici langs de Via Belgica. Helaas hebben slechts enkele plaatsen het einde van het Romeinse rijk overleefd. De meeste werden geplunderd en verwoest tijdens de grote invasies. "De heerwegen zorgden ervoor dat de legioenen zich snel konden verplaatsen, maar daar maakten uiteraard ook de barbaren die het rijk binnenvielen handig gebruik van", benadrukt Philippe Dekegel. "De vici vormden een uitgelezen plek om te plunderen."Dat was met name het geval met de eerste vicus na Bavay: Vodgoriacum, nu Waudrez. De nederzetting bloeide in de tweede eeuw, maar werd 200 jaar later van de kaart geveegd, nadat ze eerder al een 40-tal keer was aangevallen of in brand gestoken! Dit indrukwekkende aantal vernielingen verklaart waarom de juiste ligging bijna 1.500 jaar - tot de tweede helft van de 20ste eeuw - verborgen bleef. Aan de gedeeltelijke opgravingen te zien, was deze vicus op zijn hoogtepunt beslist geen kleine afspanning. "We hebben een terrein van 17 are blootgelegd, terwijl de site meer dan 75ha moet hebben omvat. Uit bodempeilingen kunnen we afleiden dat de nederzetting ooit zelfs 100ha groot was."Vandaag weten we dat de site plaats bood aan overnachtingsplaatsen (een herberg e.a.), ambachtslui (bakkers, smeden, pottenbakkers), badhuizen, woningen, een begraafplaats... Waarschijnlijk hebben rijke GalloRomeinse handelaars zich hier gevestigd of fortuin gemaakt. De vondst van luxueus aardewerk uit Italië en van juwelen bevestigt in elk geval de aanwezigheid van een begoede bevolking.Het lab van het Gallo-Romeins museum in Waudrez is volgestouwd met opgegraven potscherven en gebruiksvoorwerpen. Heel wat stenen van de ruïnes werden zeer waarschijnlijk in de 11de eeuw gerecupereerd voor de bouw van de middeleeuwse wallen van Binche. Tegelijk staat het vast dat de site van Vodgoriacum nog heel wat geheimen niet heeft prijsgegeven. Werk aan de winkel voor de archeologen van morgen!NICOLAS EVRARD