Patiënten met een graspollenallergie zullen vooral klachten hebben in mei en juni, de bloeiperiode van gras. Tijdens een mooie zomer bloeit het gras vaak nog een tweede keer, in augustus.
...

Patiënten met een graspollenallergie zullen vooral klachten hebben in mei en juni, de bloeiperiode van gras. Tijdens een mooie zomer bloeit het gras vaak nog een tweede keer, in augustus. In augustus komt onkruid zoals de bijvoet en de weegbree in bloei. Hooikoorts - ook wel pollenallergie, pollinose of seizoengebonden allergische rhinitis genoemd - is wellicht de meest voorkomende vorm van allergie. De Engelse arts John Bostock gaf in 1928 deze naam aan de aandoening omdat hij merkte dat hij er zelf bijzonder veel last van had in de hooitijd. Eigenlijk was dat geen al te beste keuze, in de eerste plaats omdat hooi geen hooikoorts veroorzaakt en in de tweede omdat... koorts heel zelden tot de klachten behoort. Hooikoorts wordt wél veroorzaakt door pollen, de ultrakleine stuifmeelkorreltjes van bomen, planten en grassen. Aangezien de stuifmeelproductie van elke plantensoort beperkt blijft tot een bepaalde periode van het jaar, spreekt men van een seizoengebonden kwaal. De naam aller- gische rhinitis geeft dan weer aan dat het om een neusallergie gaat waarvan de symptomen sterk lijken op een verkoudheid: een druipende of verstopte neus, niesbuien, rode en tranende ogen,... Ons natuurlijk afweersysteem beschermt ons tegen indringers zoals bacteriën en virussen, maar ook tegen interne bedreigingen zoals tumoren. Het is dit afweersysteem dat bij een allergie op hol slaat. Het reageert op stoffen û bij hooikoorts: de pollen û waar we ons eigenlijk niet hoeven tegen te verweren. Deze stoffen zijn de allergenen. Bij contact met zo'n allergeen gaan de afweercellen antistoffen aanmaken. Bij hooikoorts zijn dat zogenaamde IgE of immunoglobulines E. Zij zoeken in ons lichaam bepaalde cellen op ( mestcellen) die vooral aanwezig zijn in de huid en in de slijmvliezen van de neus, de ogen en de luchtpijp. Ze zitten boordevol afweergeschut: histamine. Zodra het IgE zich op de mestcel vastzet, komt de histamine vrij, wordt er meer bloed naar het betrokken gebied gestuwd, waardoor de slijmvliezen opzwellen, jeuken en vocht produceren... om de 'indringers' weg te krijgen. Helaas blijft het niet bij deze onmiddellijke reacties. Er worden ook andere cellen aangetrokken, die voor laattijdige aller- gische reacties zorgen. Zo ontstaat een soort lawine-effect dat uiteindelijk kan leiden tot een blijvende ontstekingsreactie. En die maakt de persoon in kwestie dan weer kwetsbaarder en gevoeliger voor een nieuwe aanval van allergenen. Door de toegenomen gevoeligheid kunnen zelfs reacties optreden in afwezigheid van allergenen maar uitgelokt door bijvoorbeeld tabaksrook, parfums of mistig weer. De kans om een allergie te ontwikkelen is genetisch bepaald. Indien geen van uw ouders allergisch is, loopt u 5 tot 15 % kans. Is één van uw ouders allergisch dan loopt deze kans op tot 20 à 40 %. Zijn beide ouders allergisch dan hebt u 40 tot 60 % kans of zelfs meer indien beide ouders dezelfde allergie hebben. De omgeving beïnvloedt in zeer belangrijke mate de leeftijd waarop de symptomen optreden, en de evolutie en de ernst ervan. Hooikoortsklachten worden veroorzaakt door pollen die soms kilometersver door de wind worden meegevoerd. De klachten treden op volgens het bloeiseizoen van res- pectievelijk bomen, grassen en onkruid (zie De pollenkalender). Mensen die allergisch zijn voor bomen zijn de eerste slachtoffers. Zij ondervinden klachten in het vroege voorjaar, zelfs al op het einde van de winter. Erg belangrijk om tot een juiste diagnose te komen is het gesprek waarbij de arts nagaat wat de exacte klachten zijn en wanneer ze precies optreden. Daarna kunnen huid- en bloedtesten verricht worden. Bij de huidtesten worden verschillende allergenen op de huid aangebracht en kijkt men of er een allergische reactie optreedt. Bij een bloedtest wordt een verhoogde concentratie van IgE-antistoffen in het bloed opgespoord. Voor het bepalen van specifieke IgE-antistoffen tegen één bepaald allergeen wordt een zogenaamde RAST-test gebruikt. De uitslag wordt uitgedrukt in klassen gaande van 0 (geen allergie) tot 6 (sterk allergisch). Sommige allergenen lijken qua samenstelling sterk op elkaar. Zo komt het dat het lichaam soms allergisch reageert tegen een bepaald allergeen, en automatisch ook op andere, bijna identieke stoffen. Men spreekt dan van een kruisallergie. Zo zijn er heel wat voedingsproducten die biologisch verwant zijn met pollen en waarop bijgevolg kan gereageerd worden (zie het artikel over voedselallergieën op p. 64). Een eerste belangrijk element bij de behandeling van hooikoorts is het vermijden van de pollen die de allergie uitlokken. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. In de meeste gevallen moeten hooikoortspatiënten ook hun toevlucht nemen tot geneesmiddelen. Antihistaminica verhelpen niesbuien en druipneuzen. De tabletten werken in op neus en ogen. Er bestaan ook neussprays en oogdruppels met antihistaminica. Cromoglycaatneussprays en -oogdruppels maken dat de mestcellen hun inhoud minder makkelijk vrijgeven en zijn doeltreffend bij lichte vormen van hooikoorts. Indien antihistaminica niet helpen, worden corticosteroïden in neussprays gebruikt, vooral bij een verstopte neus. Naast de behandeling van de klachten, bestaat er ook een behandeling die minder gevoelig maakt voor de allergenen. Men spreekt in dit geval van immunotherapie of desensibilisatie. Bij hooikoorts worden vaak korte kuren voorgeschreven maar deze behandeling zou pas doeltreffend zou zijn als ze een jaar wordt volgehouden. Leen Baekelandt