Voor een onderbouwde uitleg over de prijsvorming van geneesmiddelen trokken we naar Leo Neels, Algemeen Directeur van Pharma. be, de koepelorganisatie van de farmaceutische industrie, en naar Stefan Gijssels, vicepresident Public Affairs bij Janssen Pharmaceutica, één van de belangrijkste farmaceutische bedrijven die in België nog aan research doen.
...

Voor een onderbouwde uitleg over de prijsvorming van geneesmiddelen trokken we naar Leo Neels, Algemeen Directeur van Pharma. be, de koepelorganisatie van de farmaceutische industrie, en naar Stefan Gijssels, vicepresident Public Affairs bij Janssen Pharmaceutica, één van de belangrijkste farmaceutische bedrijven die in België nog aan research doen. "De ontwikkeling van een geneesmiddel gebeurt niet van vandaag op morgen", begint Leo Neels zijn uitleg. "We weten steeds meer over de werking van het menselijk lichaam en over allerhande ziektes. Dus gaan we zoeken naar strategieën om ziekteprocessen aan te pakken. Daartoe worden duizenden moleculen getest. Eens men een molecule gevonden heeft die mogelijk een behandeling kan vormen, neemt men daarop een octrooi, een vorm van eigendomsrecht. Maar op dat ogenblik heeft men nog een heel lang parcours te gaan voor het geneesmiddel op de markt kan gebracht worden (zie kader De ontwikkeling van een geneesmiddel, p. 45). Internationale geneesmiddelenautoriteiten (de FDA in Amerika, het Europese geneesmiddelenagentschap EMEA) leggen vast welke bewijzen moeten worden voorgelegd vooraleer een geneesmiddel in de handel kan komen. Pas als de autoriteiten overtuigd zijn, mag het op de markt gebracht worden. ""Als we kijken naar de kostprijs van een geneesmiddel, dan zijn er eigenlijk vier grote factoren die ervoor zorgen dat geneesmiddelen almaar duurder worden", sluit Stefan Gijssels hierbij aan. 1. Het klinisch onderzoek wordt almaar duurder en is de belangrijkste kost in de ontwikkeling van een geneesmiddel. Elk land waar een product later op de markt komt, vraagt eigen klinisch onderzoek en dat onderzoek moet uitgevoerd worden op almaar grotere groepen mensen. Bovendien moet ook een steeds groter aantal procedures worden getest. Vroeger waren dat er 6 of 7 per studie, nu is een 60-tal geen uitzondering. Ook het aantal klinische onderzoeken per nieuw geneesmiddel ligt nu gemiddeld rond de 64 waar het vroeger volstond er 4 of 5 te hebben. Het gevolg is dat de kostprijs voor de ontwikkeling van een geneesmiddel exponentieel is gegroeid van ongeveer 200 miljoen euro begin jaren negentig tot meer dan 1 miljard euro vandaag. 2. Omdat het klinisch onderzoek almaar uitgebreider wordt, duurt het langer. Daardoor is er een steeds langere periode van het patent verstreken vooraleer de producent de ontwikkelingskost kan terugverdienen. Vroeger was een geneesmiddel na 3 tot 5 jaar op de markt en restte er 15 tot 17 jaar waarin de producent zeker was van de alleenverkoop van het middel. Nu duurt het 12 tot 15 jaar voor een geneesmiddel in de handel komt en moet de ontwikkelingskost dus terugverdiend worden op 5 jaar. Dit jaagt vanzelfsprekend de kostprijs van het geneesmiddel de hoogte in. 3. We gaan steeds complexere geneesmiddelen ontwikkelen. Vroeger gebeurde er alleen onderzoek naar relatief eenvoudige geneesmiddelen. Maar neusdruppels voor verkoudheden en antibiotica bestaan intussen. Nu willen we onder meer kankers en ziekten van het centrale zenuwstelsel doeltreffend kunnen aanpakken. 4. En tot slot zijn er heel weinig geneesmiddelen waarmee onderzoek gestart werd, die uiteindelijk de markt halen. Dus moeten de producten die wel op de markt komen, ook de kosten dragen van deze die de markt niet halen. In 2003 kwamen er wereldwijd slechts 15 nieuwe chemische entiteiten (de officiële naam voor volledig nieuwe geneesmiddelen) op de markt. Als je daar de 60 miljard uitgaven voor research tegenover stelt, dan geeft dat iets van een 4 miljard per nieuwe stof. Waar vroeger geneesmiddelen veel meer kans hadden om de markt te halen, zijn overheden én bedrijven nu veel strenger geworden. Het laatste wat een producent wil, is dat hij een geneesmiddel opnieuw van de markt moet halen, bijvoorbeeld omwille van nevenwerkingen. Dus zal een geneesmiddel met nevenwerkingen veel sneller uit de pijplijn geschrapt worden. " "Bij vergelijking van de prijs van de 25 meest verkochte geneesmiddelen in het uitgebreide Europa (25 landen) komt België op de tweede goedkoopste plaats", toont Stefan Gijssels aan met de cijfers bij de hand. "In België kosten deze geneesmiddelen gemiddeld ongeveer de helft van de prijs in Groot-Brittannië! Ze zijn zelfs goedkoper dan in de Oostbloklanden. Onze geneesmiddelen zijn dus niet zo duur! Dat is een verkeerd beeld dat ontstaan is omdat wij volledig afhankelijk zijn van de politiek. En dat komt jaarlijks bij de budgetbesprekingen boven. Wij weten nu al dat volgende zomer, wanneer het budget voor 2007 zal besproken worden, de messen weer zullen gescherpt worden. De prijs van de geneesmiddelen wanneer zij de fabriek verlaten, bedraagt 12 % van de ziekteverzekering (daar komt 6 % bij voor btw, winst van groothandel en apotheker).""Het budget dat de minister voorzag, was systematisch kleiner dan de reële uitgaven", pleit Stefan Gijssels verder. "Dus we wisten op voorhand dat we dat budget zouden overschrijden. Wat wij al jaren vragen is om samen een eenmalige inspanning te doen om die kloof te dichten en met een realistisch budget te werken. Maar ondanks alle afspraken met de minister is dit nog niet gebeurd. De overheid lijkt nu wel bereid tot een nieuwe dialoog Vanuit het perspectief van de volksgezondheid zou het veel beter zijn om eerst een degelijke analyse te maken van de reële noden en het budget dat daar tegenover moet staan. De kwaliteit van onze gezondheidszorg moet onze eerste bekommernis blijven. De overheid heeft nu beslist om een geneesmiddelenagentschap op te richten en rekening te houden met de onderzoeksinspanningen die de geneesmiddelenbedrijven doen. We zijn een rijk land met een zeer belangrijke geneesmiddelenindustrie en een zeer goede gezondheidszorg. We moeten beide kunnen behouden en zelfs verbeteren."Leen Baekelandt