Over heel ons lichaam verspreid zijn ongeveer vijf miljoen haarzakjes (haarfollikels) te vinden, van waaruit de haren groeien. Alleen op onze handpalmen en voetzolen ontbreken deze. Voor de puberteit produceren de meeste van deze haarzakjes donsharen (vellusharen). Sommige haarzakjes maken echter van kindsbeen af stevige, lange en gekleurde haren, terminale haren genoemd. Dat is het geval voor de haarzakjes op de schedel en voor deze die wimpers en wenkbrauwen vormen. Vanaf de puberteit gaan een aantal follikels zich, onder invloed van mannelijke hormonen, omvormen en typisch mannelijke of vrowelijke, terminale haren vormen in de oksels en de schaamstreek, op de borst,...
...

Over heel ons lichaam verspreid zijn ongeveer vijf miljoen haarzakjes (haarfollikels) te vinden, van waaruit de haren groeien. Alleen op onze handpalmen en voetzolen ontbreken deze. Voor de puberteit produceren de meeste van deze haarzakjes donsharen (vellusharen). Sommige haarzakjes maken echter van kindsbeen af stevige, lange en gekleurde haren, terminale haren genoemd. Dat is het geval voor de haarzakjes op de schedel en voor deze die wimpers en wenkbrauwen vormen. Vanaf de puberteit gaan een aantal follikels zich, onder invloed van mannelijke hormonen, omvormen en typisch mannelijke of vrowelijke, terminale haren vormen in de oksels en de schaamstreek, op de borst,... Op de schedel vinden we ongeveer 100 000 haarzakjes die het hoofdhaar vormen. De lengte die het hoofdhaar maximaal kan bereiken, wordt geregeld door enerzijds de groeisnelheid (ongeveer een centimeter per maand) en anderzijds de periode tijdens dewelke een haarzakje aan een haar blijft 'werken'. Die periode, de groeifase of anagene fase genoemd, is genetisch voorgeprogrammeerd en varieert van 3 tot 7 à 8 jaar. Nadien stopt de groei en treedt de overgangsfase ( catagene fase) in. Tijdens deze 2 tot 3 weken wordt de activiteit van het haarzakje afgebouwd. Tijdens de laatste fase (de rust- of telogene fase) groeit het haar niet meer, maar blijft het nog wel vastzitten in het haarzakje. Deze fase duurt zowat 3 maanden. Pas wanneer het haarzakje een nieuwe groeifase van een volgende haarcyclus aanvat, komt het oude haar los en wordt het door het nieuwe haar naar buiten geduwd. Elke dag vallen zo 50 tot 100 haren uit. In heel zijn leven vervaardigt elke haarzakje ongeveer 25 keer een nieuw haar. Bij zoogdieren groeien de haren van de vacht volgens dezelfde cyclus als bij de mens, maar zitten alle haarzakjes ongeveer tegelijkertijd in hetzelfde stadium. Dit betekent dat ze ook allemaal ongeveer tegelijk in de rustfase komen, zodat deze dieren ruien: ze verliezen gedurende een korte periode massaal veel haar. Bij de mens verlopen de haarcycli niet syn- chroon en zitten de haarzakjes op de hoofdhuid in een verschillend stadium van de haarcyclus zodat wij niet ruien maar voortdurend haar verliezen. Op een gezonde menselijke hoofdhuid is doorgaans 80 tot 90 % van de haarzakjes in groeifase en slechts 10 tot 15 % in rust. Maar de haarwisseling bij mensen kent wel een lichte seizoenschommeling. In de winter (januari-februari) wordt ongeveer 5 % van onze haardos gewisseld, terwijl dat aan het einde van de zomer ongeveer 20 % is. Onderzoekers menen dat dit verband houdt met het aantal uren daglicht. De langste dagen kennen we bij ons in juni, dan scheiden onze hersenen de meeste prolactine af, een stof die zorgt voor een verkorting van de haarcyclus. Maar deze haren vallen pas uit in augustus omdat een haar dat vandaag uitvalt, al 6 tot 12 weken geprogrammeerd is om uit te vallen. Naar oktober toe normaliseert het haarverlies. Ook warmte heeft een invloed op de haarcyclus, maar die invloed hoeft niet noodzakelijk seizoengebonden te zijn. Iemand die in de winter een zonnig oord opzoekt, zal meer haar verliezen. Dit heeft echter een andere oorzaak. Na de groeifase wordt het haar afgekapseld, maar blijft het nog een aantal maanden in het haarkanaal, waar het wordt vastgehouden door eiwitbruggen. Die eiwitbruggen kunnen door uitwendige omstandigheden sneller stukgaan en dan komt het haar sneller los. Warmte en schilfers zijn twee van deze uitwendige omstandigheden. Felle warmte kan dus gedurende enkele dagen tot weken veel meer haarverlies geven. Al dit haarverlies is echter 'fysiologisch', met andere woorden 'normaal'. U kunt er niets aan doen. Wie kampt met haarverlies maakt zich zorgen omdat hij te weinig haar dreigt te krijgen. Wie wel een volle haardos heeft, is vaak ook niet tevreden. Het haar is vet of droog, het is broos en futloos of het splitst. VET HAAR Naast elk haarzakje bevindt zich een talgkliertje dat talgvet aanmaakt. Dit vormt een beschermende film op het oppervlak van elk haartje en draagt bij tot de glans en de soepelheid. Indien te weinig talgvet geproduceerd wordt, droogt het haar uit. Maar omgekeerd kan het talgkliertje ook te veel vet produceren, waardoor het haar vet en zwaar wordt. De talgproductie is hormoonafhankelijk. Het mannelijke hormoon testosteron stimuleert de aanmaak van talgvet. In tegenstelling tot wat soms wordt beweerd, is het haar wassen niet schadelijk. Gebruik wel aangepaste producten voor vet haar: die bevatten meestal meer reinigingsmiddel en minder conditioner. De haarstijl, soort shampoo of wasfrequentie hebben geen invloed op de productie van vet door de talgkliertjes. Warmte, heet föhnen, saunabezoek enz. hebben dat wél. DROOG HAAR Haar dat minder vocht bevat en waar minder talg omheen zit wordt beschouwd als droog haar. Op zich is dit geen probleem, ware het niet dat droog haar vaak erg broos en futloos is. De buitenzijde van de haarschacht (zie p. 54) wordt steeds gevormd door schubben die dakpansgewijs over elkaar heen liggen en in normale omstandigheden netjes aansluiten. Door bepaalde omstandigheden kunnen de schubben echter open gaan staan en zelfs beschadigd raken: de invloed van zwem- en zeewater, veelvuldig gebruik van een borstel waarvan de haren te dicht bij elkaar staan, hardhandig wrijven met een handdoek, creperen, permanenten, ontkleuren, verven,... Als de schubben openstaan, verliest de onderliggende cortex vocht en wordt het haar droog. Omdat de openstaande schubben het licht niet meer regelmatig terugkaatsen, verliest het haar ook zijn glans. Beschadigde schubben kunnen beschermd worden met een conditioner of een crèmebehandeling. BESCHADIGD HAAR De oorzaken van de achteruitgang van de haarkwaliteit kunnen ingedeeld worden in twee groepen. Daarbij moeten we er rekening mee houden dat haar een dode materie is en dat een haar groeit aan een snelheid van ongeveer 1 cm per maand. De punt van haar dat 30 cm lang is, is bijgevolg ook al 30 maanden oud en heeft heel die tijd allerhande agressies ondergaan, waardoor de beschermende schubben reeds van 5 tot 2 lagen zijn afgenomen. A. Uitwendige oorzaken. Het haar om de zes weken bij een kapper laten kleuren, vormt geen probleem. Maar wanneer de haarkleur u niet bevalt en u besluit een week later een nieuwe kleuring te laten uitvoeren, dan vraagt u om problemen. Zelf experimenteren met agressieve producten kan ook erg schadelijk zijn. Ontkleuren is nog ingrijpender dan kleuren en zal dus makkelijk problemen geven. Permanenten is héél belastend en mag maximaal 2 tot 3 keer per jaar gebeuren. Bij het creperen gaat men bewust de schubben openzetten om de haren in elkaar te doen haken. Vaak in chloor- of zeewater vertoeven, in de zon lopen of föhnen kan, in combinatie met te veel wrijven over de huid, het haar kapotmaken. B. Inwendige oorzaken: Stress kan een nefaste invloed hebben op de haarkwaliteit. Het aantal eiwitten dat moet aangemaakt worden om het haar elke dag 0,3 millimeter te doen groeien is immers gigantisch. Bij stress verhoogt het zink-, ijzer- en vitamine B-verbruik in het lichaam en kan er een tekort ontstaan van deze stoffen, die noodzakelijk zijn voor de opbouw van gezond haar. Door de haarcyclus (zie hoger) merkt u die achteruitgang van de kwaliteit echter pas drie maanden na de aanvang van de stress- periode. Ook ijzertekort (door bloedverlies, een te geringe ijzeropname door een vegetarische voedingswijze,..) en het gebruik van bepaalde soorten geneesmiddelen (zie verder bij haarverlies) hebben een negatieve invloed op de haarkwaliteit. Gelukkig kan deze ook verbeterd worden door voedingssupplementen te slikken. Deze supplementen bevatten cysteïne (de basisbouwstof van keratine, waaruit het haar is opgebouwd) en soms ook methionine (een andere bouwsteen van eiwitten), vitamines van de B-groep (vooral vit. B6, maar ook B5 en B2), ijzer en zink. In de apotheek vindt u haarsupplementen die verschillen voor mannen en voor vrouwen. De producten voor vrouwen bevatten meer ijzer en vitamine B6. Supplementen kunnen de haaraanmaak aanzwengelen en de kwaliteit verbeteren, maar deze invloed heeft zijn grenzen. Blijft u intussen uw haar kleuren en permanenten, dan zal de invloed beperkt zijn. Vergeten we ook niet dat de invloed van deze supplementen pas merkbaar is na 3 tot 6 maanden. Van zodra de invloed duidelijk is, wordt de raad gegeven de producten 3 maanden te gebruiken en daarna een pauze van 3 maanden in te lassen. GESPLETEN HAAR ontstaat wanneer de beschermende schubbenlaag op bepaalde plaatsen (aan de punten, of op de plaats waar vaak een elastiek in het haar gedragen wordt) verdwenen is. De cortex komt dan bloot. Je kunt de situatie vergelijken met een koord die gaat rafelen. Deze haren uitwendig beschermen met lokale verzorgingsproducten zoals haarmaskers en crèmebehandelingen kan, maar het is belangrijk dit bij elke wasbeurt te herhalen. Bij lang haar kan het gespleten haar worden afgeknipt. Het is dan wel nodig zo'n 10 tot 15 centimeter af te knippen. Veelvuldig borstelen, ontkleuren en warm föhnen is te mijden. De best gekende vorm en meest voorkomende vorm van haarverlies (alopecia androgenetica ) wordt veroorzaakt door mannelijke hormonen. Bij het ouder worden krijgt nagenoeg elke blanke er in min of meerdere mate mee te maken. Alleen de leeftijd waarop en de snelheid waarmee iemand kaal wordt, verschilt sterk van persoon tot persoon. Deze vorm van haarverlies heeft te maken met het mannelijke hormoon dihydrotestosteron. Het bindt zich zeer stevig vast aan bepaalde cellen in de haarzakjes en oefent er een remmende invloed op uit. Als gevolg daarvan wordt de actieve groeifase van de haren steeds korter en krijgen ze niet de tijd om tot de gewenste lengte te groeien. Uiteindelijk zijn de haren zelfs zo kort dat ze nauwelijks nog boven het huidoppervlak raken. Tegelijk krimpt het haarzakje en dus wordt het aangemaakte haar steeds dunner. Een kalende man heeft dus eigenlijk evenveel haar als tevoren maar een deel van de haren is vervangen door donsharen en die zie je bijna niet. Het hoge voorhoofd en de kruin blijken gevoeliger voor dit remmende effect dan de zijkanten en de achterkant van de schedel. Vandaar ook de mogelijkheid van haartransplantaties waarbij haren van achteraan op het hoofd worden overgeplant naar de bovenzijde van het hoofd. Ook vrouwen kunnen door deze vorm van haarverlies getroffen worden, maar zij worden meestal niet volledig kaal. De haardos bovenop hun hoofd kan wel erg dun worden zodat de schedelhuid zichtbaar wordt. De aanleg voor dit soort haarverlies wordt erfelijk bepaald maar zonder mannelijke hormonen is er geen sprake van. Onderzoek heeft immers aangetoond dat in families waar mannen kaal worden, jongens die voor hun puberteit gecastreerd werden geen kaalheid ontwikkelen. Misschien toch iets te radicaal, heren, om uw haarverlies een halt toe te roepen? Bovendien zal na castratie het haar dat reeds verloren is niet teruggroeien. Behandeling Deze vorm van haarverlies is behandelbaar, maar werkt alleen zolang de behandeling voortgezet wordt. Bovendien kan het effect vrij lang op zich laten wachten. Soms duurt het maanden vooraleer het toegenomen haarverlies gestopt is en daarna kan het nog meerdere maanden duren voor er iets merkbaar is van een toenemende haargroei. Een verloop van 1 tot 2 jaar is niet uitzonderlijk. Bovendien is het onvoorspelbaar of het geneesmiddel dat u neemt het gewenste effect zal hebben. Een eerste mogelijkheid is minoxidil. Dit geneesmiddel moet tweemaal per dag worden ingemasseerd. Nadien moet de hoofdhuid minstens 6 uur droog blijven. Het product werkt beter bij vrouwen dan bij mannen. Bij vrouwen wordt een lagere concentratie gebruikt omdat de opname van het product bij hen hoger is en ze meer nevenwerkingen ontwikkelen. Bij 80 % van de vouwen stopt de haaruitval, bij 50 % neemt het volume zelfs met 15 tot 20 % toe. Bij mannen stopt de haaruitval in een derde van de gevallen en bij zowat 25 % wordt een volumetoename van 10 tot 15 % vastgesteld, maar dat haar is niet altijd van goede kwaliteit. Een tweede geneesmiddel dat kan gebruikt worden, is finasteride waarvan vrouwen een hogere dosis moeten nemen dan mannen, maar het mag niet gebruikt worden als de vrouw nog zwanger kan worden. In 99 % van de gevallen stopt de haaruitval hierdoor, in ruim 80 % stelt men na twee jaar een volumetoename van 30 % vast. Aan vrouwen die niet zwanger kunnen raken, kan ook een behandeling met een anti-androgeen gegeven worden. Deze stoffen verhinderen de werking van mannelijke hormonen. Hierdoor wordt bij 60 tot 70 % van de vrouwen het haarverlies beperkt. Bij 10 tot 20 % neemt de haargroei zelfs enigszins toe. Andere mogelijkheden voor wie het moeilijk heeft met kaalhoofdigheid zijn pruiken, haarstukjes en transplantaties. De haarcyclus is een heel fijn geregeld gebeuren. Vandaar dat problemen met dealgemene gezondheid ook makkelijk de haarcyclus kunnen ontregelen. Volgende elementen kunnen de groeicyclus van het haar verkorten: stress een crashdieet schildklierproblemen koorts een ijzertekort een vitaminetekort (vooral vitamine B12 en foliumzuur) een heelkundige ingreep met algemene narcose bepaalde medicatie: cholesterolremmers, geneesmiddelen tegen verhoogde bloeddruk, maagzuurremmers, bloedverdunners, geneesmiddelen tegen epilepsie, hormonale substitutiepreparaten die een progestageen bevatten dat een androgene invloed uitoefent. Zes tot twaalf weken na het opduiken van het gezondheidsprobleem merkt u plots een beduidende toename van het haarverlies. Dit noemt men een telogeen effluvium. Hierbij wordt de groeicyclus verkort, maar wordt het haar net als op het einde van elke cyclus afgekapseld. Overal op het hoofd is er acuut haarverlies en de haren vertonen onderaan allemaal een bolletje. De haardos wordt dunner, maar kaal wordt u niet. De haren worden naar buiten geduwd door de nieuwe die gevormd worden. Tijdens een zwangerschap wordt er geen haar gewisseld. Als gevolg daarvan komen 3 maanden na de zwangerschap plots veel haren tegelijk in de rustfase en treedt er een telogeen effluvium op. Behandeling Wanneer de oorzaak van het telogeen effluvium iets tijdelijks is zoals een narcose of een griepaanval met hoge koorts, dan herstelt het haarverlies zich na verloop van tijd spontaan. In de overige gevallen moet getracht worden de oorzaak weg te nemen. Dat is niet altijd eenvoudig. Als geneesmiddelen zoals cholesterolremmers of bloedverdunners de oorzaak zijn, kan men deze medicatie niet zomaar stoppen. Soms kan het volstaan de medicatie te wijzigen of de dosis te verlagen. Denk er steeds aan dat het haarverlies nog een drietal maanden zal doorgaan nadat de oorzaak is weggenomen. Een derde vorm van haarverlies is een anageen effluvium. In dit geval wordt de groeifase plots onderbroken. Dit kan gebeuren bij chemo- of radiotherapie. Het haar breekt af en valt meteen uit. Behandeling Er bestaat geen behandeling maar nadat de therapie is stopgezet, herstelt de haargroei zich. Bij alopecia areata doet het haarverlies zich voor in ronde tot ovale plekken, waar alle haren uitvallen. In zeer ernstige gevallen kan op korte tijd al het hoofdhaar uitvallen. Maar dit type probleem kan alle haarzakjes op het lichaam treffen, dus ook deze die donshaar aanmaken. Het probleem valt echter het meest op in de baard, op het hoofd en ter hoogte van wenkbrauwen en wimpers. De juiste oorzaak is niet met zekerheid gekend, maar men vermoedt dat het om een afwijking in het afweersysteem van het lichaam gaat. Bij alopecia areata ontspoort het afweersysteem en richt het zich tegen de eigen haarwortels. Behandeling Het verloop van deze ziekte is grillig en onvoorspelbaar. In 20 tot 30 % van de gevallen herneemt de haargroei spontaan binnen de 6 maanden, in 40 tot 50 % binnen het jaar. De ziekte zelf kan niet genezen. Alle behandelingen die uitgetest worden, zijn alleen gericht op het doen hernemen van de haargroei, maar het probleem kan steeds opnieuw opduiken, zelfs tijdens de behandeling. n Leen Baekelandt