Victor Hugo omschreef de Kanaaleilanden ooit als 'stukjes Frankrijk die in zee zijn gevallen en door Engeland opgepikt'. De voertaal is Engels en je rijdt er links. Maar net als buur Jersey, heeft Guersney een autonome regering en slaat het een eigen munt, die gekoppeld is aan het Britse pond, waarmee je overigens overal kan betalen. Elizabeth II geldt er als erfgename van de laatste hertog van Normandië. Door deze bijzondere situatie zijn beide eilanden belastingparadijzen. Niet verwonderlijk dus dat de financiële sector er de belangrijkste pijler van de economie is. Maar Guernsey is ook voor toeristen uniek.
...

Victor Hugo omschreef de Kanaaleilanden ooit als 'stukjes Frankrijk die in zee zijn gevallen en door Engeland opgepikt'. De voertaal is Engels en je rijdt er links. Maar net als buur Jersey, heeft Guersney een autonome regering en slaat het een eigen munt, die gekoppeld is aan het Britse pond, waarmee je overigens overal kan betalen. Elizabeth II geldt er als erfgename van de laatste hertog van Normandië. Door deze bijzondere situatie zijn beide eilanden belastingparadijzen. Niet verwonderlijk dus dat de financiële sector er de belangrijkste pijler van de economie is. Maar Guernsey is ook voor toeristen uniek. Wanneer de ferry aanlegt in de hoofdstad Saint Peter Port ben je sowieso eerst langs Castle Cornet gevaren. Dat acht eeuwen oude fort werd in de Tweede Wereldoorlog deels gebetonneerd door de Duitsers, die het inschakelden in hun Atlantikwall verdedigingslinie. Je kan er de tunnels bezoeken die tijdens de Duitse bezetting door dwangarbeiders werden gegraven om dienst te doen als schuilplaats, oorlogshospitaal en opslagplaats voor munitie en brandstof. Het massieve fort lag geïsoleerd op een rotsig eilandje voor de kust, tot in de 16de eeuw een dijk en brug werden gebouwd. Vandaag bieden de kazernegebouwen onderdak aan diverse musea, al dankt Castle Cornet zijn aantrekkingskracht vooral aan de vier historische tuinen, die de eeuwenoude muren een extra dimensie geven en waar het heerlijk wandelen is. Ook het kanonschot dat elke dag om 12 uur wordt gelost door soldaten in 19de-eeuwse uniformen draagt bij tot de unieke sfeer. Na deze portie erfgoedtoerisme is het tijd om je over te geven aan de charme van Saint Peter Port. De met bloemen versierde, autovrije straatjes van het havenstadje trakteren je op talloze architecturale verrassingen. De hoge en smalle Georgian houses met schuiframen bieden prima bescherming tegen felle rukwinden. Vandaag zijn het vaak banken die hun stek hebben achter de ietwat pronkerige gevels. Zodra je via de steile trappen en kronkelende steegjes hoger de heuvel opklimt, wandel je onder de beschutting van bomen langs oude panden uit het Edwardiaanse tijdperk. Hoewel het eiland slechts 62 km2 beslaat, is het landschap er absoluut niet monotoon. Op amper 5 km van Saint Peter Port wandel je langs een grillige kustlijn met kliffen, die zich loodrecht in zee storten. Een uniek uitzicht over ongerepte stranden en kreken is je beloning. Bij mooi weer kan je zelfs het Normandische schiereiland Cotentin zien. Keer je de kust de rug toe, dan beland je al gauw in Saint Andrew, de enige parochie die niet aan zee gelegen is. Hier bouwde een geestelijke Little Chapel, de kleinste katholieke kerk ter wereld en een replica in miniatuur van de basiliek van Lourdes. Op en top kitsch, maar toch erg origineel: het kerkje is bekleed met scherven gekleurd porselein en versierd met bevreemdende voorwerpen zoals gebroken vaatwerk in keramiek of glas en hoofdjes van engelenbeeldjes. Little Chapel getuigt van de noeste ijver van een man die zijn werkstuk tot drie keer toe afbrak en heropbouwde om het helemaal goed te krijgen. Naarmate je de noordkust nadert, loopt het eiland geleidelijk af naar zee: het woeste landschap maakt plaats voor lieflijk glooiende weiden en bossen, die uiteindelijk overgaan in een grillige en zanderige kustlijn. De beschutte inhammen en kreken zijn geknipt om met het hele gezin een dag aan het water door te brengen. In het noorden van het eiland kan je megalithische sites bezoeken, stille getuigen van een lang vervlogen beschaving. Ook de parochie Saint Martin in het zuidoosten gaat prat op een merkwaardige granieten stèle met menselijke vormen. De 1,60 m hoge menhir staat net voor de toegangspoort van de begraafplaats rond de kerk en dateert van circa vier millennia voor onze jaartelling. Naar verluidt werd hij in de bronstijd, omstreeks 700 voor Christus, geretoucheerd tot een iets vrouwelijker silhouet, om gestalte te geven aan een vruchtbaarheidsgodin. In 1860 kwamen de parochianen trouwens in opstand tegen de kerk, die het beeld wilde vernietigen omdat ze er een afgodsbeeld in zag. Vandaar ook dat het vandaag net buiten de kerkhofmuur staat, al lijkt het de hele site wel te bewaken. Dit aandenken aan heidense rites - door de eilandbewoners Gran'mère de Chimquière genoemd - wordt vandaag nog altijd vereerd door jonge bruidsparen, die met bloemen en muntstukken de gunst van het beeld komen afsmeken.