Het grootouderschap roept veel vragen op. Over jezelf, de relatie met je kinderen - inmiddels zelf ouders -, die met je kleinkinderen. Over de verwachtingen van de samenleving en over jouw plaats binnen de familie. Met een aantal vragen werden jouw ouders al geconfronteerd, andere zijn nieuw en houden verband met de veranderende samenleving. Want veel kans dat je moeder huisvrouw was, terwijl jij tot 67 moet werken.
...

Het grootouderschap roept veel vragen op. Over jezelf, de relatie met je kinderen - inmiddels zelf ouders -, die met je kleinkinderen. Over de verwachtingen van de samenleving en over jouw plaats binnen de familie. Met een aantal vragen werden jouw ouders al geconfronteerd, andere zijn nieuw en houden verband met de veranderende samenleving. Want veel kans dat je moeder huisvrouw was, terwijl jij tot 67 moet werken. Het stereotiepe beeld van grootouders - grijs knotje, witte baard, warme plaid over de knieën - blijft het goed doen in de pers en de reclame, die er niet in slagen clichés te overstijgen als het over leeftijd gaat. Nochtans klopt dit beeld helemaal niet met de realiteit: vandaag werken grootouders buitenshuis, communiceren ze via sociale media, vinden inspiratie op Instagram, doen vrijwilligerswerk, beoefenen hobby's, gaan op reis, scheiden, worden verliefd, hertrouwen, verzorgen zich en hebben een indrukwekkende collectie sneakers... Overigens combineren ze hun rol van oma en opa niet zelden met die van ma en pa van een kind dat nog thuis woont. En heel vaak leven hun eigen ouders nog, hoogbejaard en/of hulpbehoevend, waarvoor ze zorgen. Niet voor niets worden ze de sandwichgeneratie genoemd, gemangeld tussen verschillende generaties, en dat weegt mentaal zwaar door. Hun dagen zitten vol. Dus ja, ze bakken wel eens taart met de kleinkinderen of nemen hen mee voor een boswandeling, maar dat is slechts één facet van hun identiteit. Het plaatje wordt nóg ingewikkelder als kleinkinderen, door scheidingen en nieuwe relaties van hun ouders en grootouders, vaak méér dan vier grootouders hebben, inclusief niet-bloedverwanten met wie ze zich verwant voelen. Wat meteen de vraag oproept: wat met die band wanneer de wegen van de volwassenen scheiden? Tot zover de clichés en de setting. Dus grootouder zijn, wat betekent dat vandaag eigenlijk? Of je die nieuwe status nu verwacht en verwelkomt, dan wel vreest en ondergaat, het is nooit je eigen keuze, want je kinderen vragen je niet om toelating om zelf kinderen op de wereld te zetten, en maar goed ook. Oma of opa worden gaat gepaard met tegenstrijdige gevoelens. Je bent dolgelukkig dat je een baby mag vertroetelen. Maar je schuift ook plots een generatie op en deelt nu het bed met een echte bomma of bompa. Een stap richting oude dag, terwijl je nog in topvorm bent en je je absoluut niet oud voelt? Zelfopoffering om voor dat kleintje te zorgen, terwijl je tal van andere plannen hebt? Het is nog steeds een groot taboe, maar het grootouderschap maakt niet per se gelukkig. Bijvoorbeeld als je kinderen in het buitenland wonen, je amper contact hebt met je kleinkinderen of niet dezelfde taal spreekt. Hoe schep je dan een band? Ook wanneer je ruzie hebt met je kinderen en geen relatie kan opbouwen met je kleinkinderen zorgt dat voor leed. Leed dat moeilijk te verwoorden valt maar waar we bij Plus Magazine veel getuigenissen over ontvangen. Het verdriet is nog groter als je tegenover je eigen kinderen iets had in te halen of goed te maken, en niet de kans krijgt om dat nu via de kleinkinderen te doen. En wat als je kinderen hun toestemming om de kleinkinderen te zien inzetten als wapen? Ook dan is het geluk ver zoek. Er zijn ook grootouders die - tot onbegrip en verdriet van hun kinderen - niet echt geïnteresseerd zijn in hun kleinkinderen. Ze worden hen opgedrongen en vertegenwoordigen een project waarmee ze zich niet kunnen vereenzelvigen. Sommige grootouders zijn bang dat ze het niet zullen aankunnen, onvoldoende financiële middelen hebben of niet de vereiste skills om bv. digitaal mee te kunnen. Ze maken zich zorgen omdat de media ideale grootouders opvoeren. Ze voelen dus nog meer druk op hun schouders: ze moeten slagen als koppel, als gezin, op het werk en... ook als grootouder. Wat er van grootouders verwacht wordt? Dat ze steun bieden, beschikbaar zijn, inspringen en mee in een opvoedproject stappen dat niet noodzakelijk het hunne is. Dat is nogal wat! Een kleinkind brengt bij de meesten schwung in hun leven, een reden om 's morgens uit bed te komen. Grootouders die echter te veel van zichzelf geven, lopen het risico geïsoleerd te raken en ontgoocheld achter te blijven wanneer de kleinkinderen de vleugels uitslaan. Bewaak dus je grenzen. Durf nee te zeggen. Ga niet mee in de logica van je kinderen die vinden dat ze alles van je mogen eisen. Moet jij - omdat je kinderen werken - je carrière opofferen om voltijds voor je kleinkind te zorgen, met een lager pensioen tot gevolg? Is die ondersteunende rol een verplichting? Hoever moet je daarin gaan? We roepen hier meer vragen op dan we antwoorden geven. Logisch, want elke familie, elk individu is anders. Iedereen moet zijn eigen antwoorden zien te vinden. Onderzoekers van de universiteit van Emory (Georgia, VS) hebben het brein geanalyseerd van 50 oma's die beelden te zien kregen van hun kleinkinderen, allen tussen drie en twaalf jaar oud. En daarnaast ook beelden van kinderen die ze niet kenden, van een van hun eigen inmiddels volwassen kinderen en van een onbekende volwassene. "Bij het zien van de beelden van hun kleinkind, voelden ze echt wat dat kind zelf voelde. Keek het vrolijk, dan waren de oma's dat ook. Zag het kind er verdrietig uit, dan voelden ze zich zelf ook triest", aldus antropoloog en neurowetenschapper James Rilling, hoofdauteur van de studie. "Het zien van beelden van hun kleinkind activeerde bij de grootmoeders hersenzones die betrokken zijn bij emotionele empathie, alsook zones die te maken hebben met beweging." Kregen de grootmoeders foto's te zien van hun volwassen kind, dan werden vooral de hersenzones betrokken bij cognitieve empathie actiever. Alsof de vrouwen probeerden te doorgronden wat hun kind dacht of voelde en waarom, maar zonder enige emotionele betrokkenheid. Volgens James Rilling vallen de resultaten wellicht deels te verklaren door het snoezige uiterlijk van de kleinkinderen, een fenomeen dat bij tal van diersoorten voorkomt en bedoeld is om een beschermende reactie uit te lokken. James Rilling wilde de grootmoederhypothese onderzoeken. Volgens die theorie zou het feit dat vrouwen nog een hele tijd leven nadat ze onvruchtbaar worden, evolutionair bepaald zijn: op die manier kunnen ze zorgen voor de volgende generaties. Want in tegenstelling tot andere primaten krijgen mensenmoeders hulp bij het grootbrengen van hun kinderen.Bij de Romeinen bleef de grootvader tot zijn dood de pater familias, het onbetwiste hoofd van de familie. Hij bemoeide zich met de opvoeding van de kleinkinderen. Huwen kon niet zonder zijn toestemming. Bij de Romeinen waren de kleinkinderen trouwens verplicht om in de behoeften van hun grootouders te voorzien indien die hun kinderen overleefden. Van een speelse, plezierige band was er dus nog niet echt sprake! In welgestelde kringen had de grootvader in de middeleeuwen nog altijd erg veel gezag: hij gaf zijn titel, functie en vermogen door. Toch leefden drie generaties toen nog zelden onder hetzelfde dak en waren intergenerationele relaties al bij al vrij beperkt. In de 14de eeuw kwam daar verandering in. Van 1347 tot 1352 doodde de builenpest 30 tot 50% van de Europese bevolking. Net als de volgende pandemieën, spaarde de pest de alleroudsten. En gaven de grootouders hun ervaring door aan de kleinkinderen, aangezien de ouders aan de ziekte waren bezweken. Vanaf de 18de eeuw - met de Verlichting - bleven grootouders langer actief in de samenleving en gaven ze ook meer blijk van betrokkenheid en affectie. Vanaf de 19de eeuw nam de levensverwachting stapsgewijs toe. Maar hoe de intergenerationele relaties werden ingevuld, hing af van je sociale klasse en waar je woonde. Zo werkten moeders uit de 19de-eeuwse arbeidersklasse vaak buitenshuis. Intussen paste oma op de kleintjes. Het grootoudermodel zoals we dat vandaag kennen - de tedere, minzame opa en oma, bij wie de kleinkinderen geregeld op bezoek gaan en een deel van hun vakanties doorbrengen - duikt voor het eerst op in de burgerij. Beetje bij beetje, en zeker vanaf de jaren 70, verdwijnt de gezagsverhouding tussen grootouders en kleinkinderen, om plaats te maken voor een relatie die in de eerste plaats gericht is op gezellig samenzijn en het ontdekken van de wereld. Cijfers zijn er niet echt (er is sprake van 6%), maar nu de samenleving internationaler wordt, hebben meer grootouders kleinkinderen aan de andere kant van de wereld. Sociale media maken communiceren makkelijker dan pakweg 20 jaar geleden, maar het virtuele grootouderschap heeft beperkingen. Al is het maar omdat ouders, zeker bij kleine kinderen, bepalen wanneer er wordt geskypet en het gesprek ongewild sturen. Vanaf de derde kleuterklas moeten kinderen een relatie kunnen opbouwen met familie die geen opvoedkundige rol speelt en bij wie ze hun hart kunnen luchten: meestal de grootouders. Naarmate ze opgroeien, worden ze, gelukkig voor oma en opa, actiever op sociale media, zonder ouders erbij. Maar om de relatie met je kleinkinderen te onderhouden, moet je ook tonen dat je aan hen denkt: een telefoontje, sms'je op hun verjaardag, eerste schooldag, enz. Niettemin is lichamelijk contact van essentieel belang. De geboorte en eerste levensmaanden van een baby, bijvoorbeeld. Als het even kan trachten toekomstige grootouders in de buurt te zijn wanneer de bevalling eraan komt. En springen ze inderhaast in een vliegtuig om de snoet van de boreling te zien. Live-ontmoetingen stellen grootouders en kleinkinderen ook in staat een voorraad gemeenschappelijke herinneringen op te bouwen, waarop ze later een virtuele relatie kunnen bouwen. Via hun grootouders leren kleinkinderen hun tantes, ooms, neven en nichten kennen, en gaan ze ondanks de afstand toch deel uitmaken van de familie(geschiedenis). Een kind kan méér dan vier grootouders hebben, omdat oma en opa een nieuwe partner hebben. In zo'n situatie is de relatie met de kleinkinderen vaak relaxter dan met de eigen kinderen: er zijn minder verplichtingen en plezier is dé insteek van hun momenten samen. En hoewel het eigen vlees en bloed toch een streepje voor heeft, blijken plusgrootouders zich even graag over de kleinkinderen van hun partner te ontfermen dan over hun eigen kleinkinderen. Maar wat als een man, zoals vaker gebeurt, hertrouwt met een vrouw die een vijftiental jaar jonger is? Wanneer hij opa wordt, is die partner misschien niet klaar voor de rol van oma. Hoe harmonieus de relatie met de kleinkinderen van de partner ook is, de ouders moeten vaak met fluwelen handschoenen worden aangepakt. Ze vragen veel inzet van de grootouders, maar willen zelf de touwtjes in handen houden en brengen hun kinderen naar oma en opa met een waslijst instructies. Met als gevolg dat grootouders voortdurend bang zijn om iets verkeerd te doen. En al helemaal als er geen bloedband is. Of ze er nog zijn, ver weg wonen, dan wel overleden zijn, de biologische grootouders hebben in deze een invloed op de band tussen kleinkinderen en plusgrootouders. Ze waken er doorgaans over dat ze niemand tegen de haren instrijken. Al is de relatie soms ook spontaan, met kleinkinderen die door iedereen worden vertroeteld en zo zelfs voor een harmonieuzere relatie tussen de volwassenen zorgen. Sommige grootouders worden betrokken bij de stappen die hun kinderen zetten om een kind te adopteren, anderen krijgen amper de tijd om aan het idee te wennen. Bij een adoptie is het hoe dan ook raadzaam de rangen te sluiten. Mocht je als grootouder al bedenkingen hebben, laat daar dan zo weinig mogelijk van merken. Vragen over de toekomst, twijfels...: veel kans dat de adoptieouders die ook hebben. Het beste wat je kan doen is de beslissing van je kinderen aanvaarden en hen steunen. Een klassiek misverstand tussen ouders en grootouders zijn de beweegredenen achter de adoptie. De ouders volgen bij een adoptieprocedure een cursus die hen helpt om zich voor te bereiden en hun initiatief te analyseren. Adopteren doe je voor het welzijn van het kind, maar ook omdat je graag papa of mama wilt zijn. Grootouders hebben daar vaak een andere kijk op: in hun ogen gaat het om een kind redden. Een kind adopteren is echter geen liefdadigheidswerk. Het is aan de ouders om de grootouders te helpen loskomen van dit beeld. Voel je je van de ene op de andere dag dan grootouder? Of je nu een bloedband hebt met de baby of niet, de relatie kan zoetjesaan groeien en wordt mettertijd hechter. Maar de eerste ontmoeting is hét moment waarop je je kleinkind in je hart sluit. Jij zal aan het kind wennen en vice versa. Laat de tijd zijn werk doen en plak een naam op je rol: 'Ik ben je opa, je oma'. Hoe innig de band tussen kleinkinderen en grootouders wordt, hangt af van de plaats die de ouders toekennen aan de grootouders. Niet alleen ontmoetingen zijn daarbij van tel, ook het discours van de ouders: vertellen over hoe het was toen oma en opa zelf ouders waren, is daarbij minstens even belangrijk als de kleintjes tijd met hun grootouders te laten doorbrengen. Om de familieband aan te halen kan je als grootouder samen met je kleinkind door een fotoalbum bladeren, de familiegeschiedenis en anekdotes vertellen. Wijs de mensen op de foto's aan als 'je papa, je mama, je tante, je neef'. Een andere manier om de band met je kleinkind aan te halen is de opvoeding. Als de drie generaties niet dezelfde waarden aanhangen, zal het contact moeilijker verlopen, of het nu om een biologisch kind gaat of niet. Kan je je als grootouder vinden in de manier waarop de kleinkinderen worden opgevoed en in de waarden die ze meekrijgen, dan zal je jezelf in hen herkennen. En je mag als grootouder gerust aan die opvoeding meewerken. Begaat je kleinkind een stommiteit? Durf dan een opmerking te maken, ook al is het je biologische kleinkind niet. Want doe je dat niet, dan benadruk je zijn anders-zijn. Een (echt)scheiding schudt de rollen binnen een familie grondig dooreen en heeft onvermijdelijk een impact op hoe en hoe vaak grootouders en kleinkinderen mekaar zien, zeker als ze verder weg gaan wonen. Doe alles om een breuk te vermijden en om contact te houden met je kleinkinderen. Het is cruciaal dat je daarover met de ouders praat en vooral dat je geen partij kiest in het conflict.Omdat alle betrokkenen wensen en verplichtingen hebben, moet er vaak naar compromissen worden gezocht. Focus niet enkel op wat jij en je kind willen. Hou ook rekening met de verwachtingen van de ex, die van je kleinkind en eventueel die van de nieuwe partner. Doe concrete voorstellen, zonder verwijten of commentaar. Leg het aantal bezoeken vast, alsook de dagen en uren. Je hebt er alle belang bij om met je ex-schoondochter of ex-schoonzoon te praten. Begin het gesprek met: 'Ik begrijp dat dit voor jou moeilijk is, maar weet dat deze situatie me heel veel verdriet doet. Vind jij het ook belangrijk dat ik een goed contact behou met mijn kleinkinderen? Wat wens jij zelf?' En waarom ook niet de nieuwe partner van je eigen kind bij het overleg betrekken? Hij/zij zal je kleinkinderen sowieso vaak zien en ervoor zorgen. Je kan dus beter meteen de dialoog opstarten. Het is essentieel om bij een scheiding nooit partij te kiezen. Wat niet betekent dat je je eigen kind niet mag steunen. Je kan hem of haar ook uitleggen dat kinderen hun beide ouders nodig hebben en de ex recht heeft op die rol van papa of mama. De grootouders langs de kant van de gescheiden ouder die het hoederecht over de kinderen heeft, kunnen hierop meer invloed uitoefenen. De andere grootouders staan helaas vaak machteloos. Vermijd dat je kleinkinderen voor een dilemma komen te staan. Het is niet aan hen om te kiezen tussen beide kampen. Stel geen lastige vragen en spreek geen kwaad over hun pa of ma. Kinderen blijven loyaal aan beide ouders en zullen hen bij een scheiding tegen alles en iedereen in blijven verdedigen. Zelfs als ze getuige waren van lichamelijk of verbaal geweld. Concentreer je dus op de enige rol die je als grootouder bij een scheiding moet vervullen: die van toevluchtsoord, van rustige en veilige haven. Je kleinkinderen zullen dankbaar zijn dat ze je in vertrouwen kunnen nemen. Laat hen zichzelf zijn, zorg voor afleiding en knuffels, help hen met hun huiswerk en maak samen uitstapjes. Hebben ze zin om over de scheiding te praten, dan is dat oké, maar forceer niets en stel zelf geen vragen. Laat hen hun hart luchten, kies geen partij en vertel niet stelselmatig aan hun ouders door wat je kleinkinderen je toevertrouwen. En krijg je de indruk dat je kleinkinderen tegen jou worden opgezet. Eén gulden regel: blijf zen. Bij een scheiding of in een andere context geven kleinkinderen soms te kennen dat ze niet meer bij hun grootouders willen gaan. Tracht te begrijpen waarom. Misschien hebben ze gewoonweg andere interesses. Of is er tijdens hun laatste bezoek iets onaangenaams gebeurd? Wellicht is het maar tijdelijk. Leg je in dat geval bij de situatie neer en respecteer hun wens. Keert je kleinkind je blijvend de rug toe? Tracht toch contact te houden: stuur sms'jes, kaartjes, mails of bel een keertje. Koop een familieboek, waarin je je leven neerpent, en stuur dat naar je kleinkind. Of laat geregeld een cadeautje bezorgen. Een symbool om te zeggen: 'Jij blijft ons kleinkind en wij blijven je grootouders. Wat er ook gebeurt, je zal altijd bij onze familie horen'. Het is normaal dat het contact met je kleinkind wat verwatert wanneer het gaat puberen. Pubers zijn op zoek naar hun eigen identiteit en weken zich los van hun familie Wees geduldig en trek het je niet al te veel aan. Eenmaal volwassen zal je kleinkind vanzelf terugkeren naar zijn roots en dus ook naar zijn grootouders. Als volwassene vinden ze het fijn om de band met hun grootouders weer aan te halen. Ruzie of scheiding: ik zie mijn kleinkinderen niet meer! Bij een scheiding is een kind soms geneigd een van beide ouders te stigmatiseren. Papa beschuldigt mama (of omgekeerd) van vreselijke dingen en dus wil het kind die ouder, en bij uitbreiding de grootouders van die kant niet meer zien. Een andere mogelijke oorzaak van een verslechterende relatie tussen grootouders en kleinkinderen: het overlijden van een van beide ouders, of een geschil tussen de ouders en de grootouders. De relatie grootouders/kleinkinderen is allesbehalve eenvoudig, omdat er altijd een tussengeneratie is: de ouders. Het zijn zij die beslissen hoe vaak de kleinkinderen, als die erg jong zijn, hun grootouders ontmoeten. Als grootouder heb je daar nagenoeg geen vat op. Hoe kan je je kleinkind duidelijk maken dat je hem of haar graag wil zien? Ga in geen geval aan de schoolpoort staan, want dan breng je je kleinkind én de school in verlegenheid. Sociale media zijn een oplossing, op voorwaarde dat je kleinkind er open voor staat en de ouders niet over zijn schouder meekijken. Je kan ook een kaartje sturen om je kleinkind te laten weten dat je aan hem denkt. Al heb je geen enkele garantie dat je kleinkind je attentie ook ontvangt of aanvaardt. Wat als alle hoop op een verzoening weg is? Helaas zit er maar één ding op: je bij de situatie neerleggen, je schikken in je lot. Of doen zoals die oma die zich dagelijks tot haar kleinkind richtte in een dagboek. En in haar testament liet optekenen dat haar dagboek aan haar kleindochter moest worden overhandigd zodra die volwassen was. Het was haar laatste poging om het meisje duidelijk te maken dat oma altijd aan haar was blijven denken. Deskundigen raden af om naar de rechtbank te stappen: het risico dat dit het familieconflict aanscherpt is reëel. Voor de wet telt enkel het belang van het kind, maar lang niet alle rechtbanken kennen grootouders een bezoekrecht toe. Als het contact tussen (een van) de ouders en de grootouders moeilijk verloopt, waarom dan het leven van het kleinkind bemoeilijken door de grootouders een bezoekrecht toe te kennen? De kleinkinderen worstelen dan met een loyaliteitsconflict t.o.v. hun eigen ouders. De meeste rechters vinden dat het geen zin heeft de kleinkinderen extra verplichtingen op te leggen. Los daarvan rijst de vraag of het contact wel kan worden hersteld. Soms komt alles goed omdat de kleinkinderen oma en opa dolgraag willen blijven zien. Maar als ze nog erg jong zijn, wennen ze snel aan een leven zonder grootouders. Tijd is een cruciale factor bij de stigmatisering van een (groot)ouder. Hoe vaker en langer een kind te horen krijgt dat zijn (groot)ouder verkeerd bezig is, hoe moeilijker het is om het contact te herstellen. Een beroep doen op een bemiddelaar - familie, vriend, professioneel bemiddelaar - kan dan een uitweg bieden. "Bij een diepgeworteld conflict luister ik naar elke partij afzonderlijk alvorens iedereen samen te brengen. Soms ontmoet ik ook de kleinkinderen. De échte reden van het conflict zit vaak véél dieper dan de druppel die de emmer deed overlopen. In dat geval ga ik samen met alle betrokken terug in de tijd om te begrijpen waar het fout liep", aldus een bemiddelaar. Tijdens de vakantie verblijven veel jonge en minder jonge kleinkinderen nogal eens bij de grootouders. Die kunnen dus wel wat tips gebruiken. Moet je de instructies van de ouders slaafs volgen? Ze moeten op een bepaald tijdstip in bad en naar bed. Sommige voeding moét op het menu staan, andere is uit den boze. Ouders vinden het altijd lastig om hun kroost bij anderen achter te laten. De eindeloze lijst met richtlijnen is niet zelden een poging om de eigen angst te temperen. Beschouw al die instructies dus als een handleiding om zo goed mogelijk in te spelen op de noden en gewoonten van je kleinkind. Wat betekent dat je als grootouder wel enige vrijheid hebt. Want ook dat vinden kleinkinderen zo prettig aan logeren bij oma en opa... Wat als je kleinkind elke avond zijn ouders wil? Bedtijd is vaak het moment waarop een kind wat bang wordt als het plots alleen in een kamer ligt die minder vertrouwd aanvoelt. Waarom is papa of mama er niet om het gerust te stellen? Een handige truc: betrek de ouders erbij via woorden. Houd het leuk en luchtig: haal bijvoorbeeld herinneringen op aan mama's of papa's kindertijd, neem er een speeltje of een boek bij dat van hen is geweest. Op die manier leid je je kleinkind af zonder het onderwerp papa en mama uit de weg te gaan. Mag je hen vragen om te helpen in het huishouden? Veel kans dat je kleinkinderen het fijn vinden om verwend te worden en dus niet geneigd zullen zijn om een handje te helpen. Of misschien zijn ze het niet gewend om thuis nu en dan een klusje te doen. Geef geen kritiek op hun opvoeding, maar doe een beroep op hun empathie: 'Weet je, oma en opa zijn geen 20 meer. Soms zijn we een beetje moe. Het zou echt lief zijn als jullie een handje zouden helpen'. Ook onderhandelen is een optie: 'Als jullie de tafel helpen afruimen, kunnen we sneller naar het strand'. Met welke activiteiten voorkom je verveling? Laat dit geen obsessie worden. Een kind dat zich nu en dan verveelt, is daarom niet ongelukkig: het staat even minder onder druk en krijgt de kans om te mijmeren en te fantaseren. Kortom, verveling kan best een keer deugd doen. Wat als ze aan hun scherm gekluisterd zijn? Maak je daarover een bijtende opmerking of - erger nóg - pak je bij wijze van straf hun smartphone of tablet af, dan bereik je maar één ding: je jaagt je kleinkinderen dermate tegen jou in het harnas dat ze geen zin meer hebben om nog te komen logeren. Wat niet betekent dat je als grootouder geen regels mag hanteren: 'Bij ons geen smartphone aan tafel' of 'Schermen zijn voor 's avonds' (lees ook het artikel over kleinkinderen en schermtijd volgende maand in Plus Magazine). Wat met tieners die 's avonds willen uitgaan? 'Dat gaan we eerst bespreken met je ouders, het is aan hen om dat te beslissen'. Als grootouder mag je die verantwoordelijkheid niet nemen. En geef vooral niet toe aan de verleiding om onder één hoedje te spelen met je kleinkind, achter de rug van de ouders om. Volgt er een njet van de ouders, dan moet je als grootouder het been stijf houden. Mag het vriend(innet)je meekomen? Als het liefje mee is, heeft dat één groot voordeel: je tiener zal zich véél minder vervelen. Nadeel is wel dat hij of zij wat minder tijd en aandacht heeft voor jou en zich minder aanhankelijk toont. Daar kan je maar beter op voorbereid zijn. Uiteraard moeten beide tieners beloven dat ze een handje zullen helpen... Maar zelfs huishoudelijke klusjes zijn leuker samen met je liefje! Op vakantie met drie generaties om de banden aan te halen, het is een trend die in opmars is. Zowel bij families die ver van elkaar wonen - en zo nog eens tijd samen kunnen doorbrengen - als bij de andere. En wanneer de grootouders van de partij zijn, staan de kleinkinderen in het centrum van de belangstelling, wat ze heel erg fijn vinden. De voorbereidingen verlopen haast altijd volgens hetzelfde schema. Doorgaans staat oma in voor alle praktische regelingen en voor de boekingen. De kinderen doen hun zegje over de bestemming. En de grootouders... betalen de rekening. Vakantieparken zijn erg in trek, gevolgd door cruises met de hele familie. Want op zo'n schip zijn alle faciliteiten voorhanden en kan iedereen zijn of haar ding doen. Ook in vakantieparken merken ze dat groepsvakanties hoofdzakelijk vakanties zijn met drie generaties of meer. Zo'n verblijf wordt vaak geboekt naar aanleiding van een speciale gebeurtenis, een jubileum of een bijzondere verjaardag. Het allerbelangrijkste voor de fans van een dergelijke formule? Samen quality time doorbrengen, één grote familie zijn! Eenzelfde fenomeen is voelbaar op de huurmarkt voor vakantiewoningen, waar de vraag naar villa's voor 6 tot 20 gasten - van verschillende generaties uit eenzelfde familie - blijft stijgen. De vakantiegangers willen evenveel badkamers als er slaapkamers zijn, om iedereen de nodige privacy te gunnen. Al moeten die grote vakantiehuizen in de eerste plaats beschikken over een immense leefruimte met voldoende plaats voor iedereen. Want allemaal samen eten aan één grote tafel is een must. Een dergelijke vakantie improviseer je niet. Je doet er goed aan vooraf een aantal activiteiten in familieverband te plannen, al moet je ook tijd voorzien zodat iedereen zich kan terugtrekken of dingen doen in zijn eentje of met twee. Het is van belang dat je ieders vrijheid respecteert en eventuele problemen en strubbelingen vergeet, op zijn minst voor de duur van de vakantie. Huur je een huis en moeten er boodschappen worden gedaan, maaltijden bereid en huishoudelijke klusjes verricht, verdeel dan de taken. Denk eraan - en wijs erop - dat oma en opa geen meid of knecht zijn. Maak duidelijk wat je wenst en waar je grenzen liggen. Voor kleinkinderen zijn grootouders er vaak om plezier mee te maken, soms om hun hart bij uit te storten. De meeste grootouders halen alles uit de kast om hun kleinkinderen te verwennen. Overdrijven ze? Feit is dat grootouders vandaag het minder hun taak vinden om gezag uit te oefenen. In hun relatie met de kleinkinderen focussen ze meer op het speelse, op ontdekkingen. Ze trachten hun nakomelingen dingen aan te reiken waar de ouders veelal geen tijd voor hebben.Kleinkinderen en grootouders hebben vaak een innige band. In die mate dat de ouders soms met enige bitterheid vaststellen hoe hun ooit zo strenge ouders tot minzame grootouders zijn verveld. Dat is niet verwonderlijk: ouders staan in de frontlinie, grootouders niet. Hoewel ze zeker mee in het opvoedproject mogen stappen, zijn ze er niet langer verantwoordelijk voor. Er ligt dus veel minder druk op hun schouders. Ze zijn ook meer beschikbaar en omdat de tijd die ze met hun kleinkinderen doorbrengen sowieso beperkt is, besteden ze die aan het uitbouwen van een hechte relatie. Wie hecht zegt, zegt plezierig: grootouders willen hun kleinkinderen blij maken, zonder hen per se met cadeautjes te overladen. Meestal gaat het om attenties, toffe uitstapjes in een sfeer waar er wat meer mag en kan. Geen probleem: kinderen beseffen heel goed welke regels er gelden bij oma en opa en welke bij mama en papa. Zadel je kleinkind evenwel niet met een loyaliteitsconflict op. Een uitspraak als 'Niets zeggen tegen mama en papa' brengt je kleinkind in een heel lastig parket. Hij of zij vindt al die verwennerij geweldig, maar heeft geen zin om te liegen tegen zijn ouders. Toch is het van belang dat ouders en grootouders over het algemeen dezelfde aanpak hanteren. Kinderen hebben structuur en regels nodig. Het is niet verboden je kleinkinderen te verwennen, maar geef in geen geval zomaar toe aan al hun grillen. Het is ook zinvol om te weten waarom de ouders bepaalde regels hebben ingevoerd. Al bij al kan het geen kwaad om je kleinkind nu en dan, zonder echte reden, een cadeautje te geven of iets later naar bed te laten gaan. Je oogst alleen maar bijval. Beter nog: een sterke band met de grootouders doet de kijk van kleinkinderen op de wereld en de maatschappij evolueren. Studies hebben aangetoond dat mensen die als kind of tiener een innige band hadden met hun grootouders, een beter beeld hebben van ouderdom. Een cadeau voor je kleinkind hoeft niet per se groot, origineel of duur te zijn. En het hoeft niet altijd uit een winkel te komen. Het allerbelangrijkste blijft: hou rekening met de wensen van je kleinkind, maar vraag niet 'Wat zou je graag krijgen?', wel 'Wat zou je graag doen?' Komt je kleinkind met een lijstje, dan mag je daar gerust inspiratie uit putten. Zolang het maar geen lijst met eisen is. Je kleinkind moet beseffen dat het enkel ideeën aanreikt. Leid uit het lijstje af waar je kleinkind belangstelling voor heeft, zonder in de reclameval te trappen. Een ministrijkijzer? Je kan dit soort speelgoed gerust kopen als je kleinkind er zelf om vraagt. Sommige kinderen vinden het heel leuk om mama of papa te helpen. Belangrijk is wel dat je dit speelgoed niet enkel aan meisjes geeft. Als jongetjes graag met een ministofzuiger of -zwabber spelen en meisjes met minigereedschap of autootjes, is er niets aan de hand. Misschien vraag je je af of je enkel voor een meisje een pop mag kopen en enkel voor een jongen een autootje, dan is het antwoord neen. Laat je kleinkinderen het meest uiteenlopende speelgoed uitproberen. En laat hen bepalen waar ze het liefst mee spelen. Zolang hen geen stereotypen worden opgedrongen, heeft het geen belang of het een pop, een ministrijkijzer, een autootje of een miniboormachine is. De ouders bepalen de opvoedregels en de waarden en normen die hun kinderen moeten meekrijgen. Het is cruciaal dat jij je daaraan houdt. Doe je dat niet, dan dreigen er spanningen. Spanningen waar je kleinkinderen de eerste slachtoffers van zijn. Even te rade gaan bij de ouders vóór je een cadeautje koopt, is dus een must. Een weigering vanwege de ouders moet je respecteren, al belet niets je om op zoek te gaan naar een compromis. Vraag bijvoorbeeld aan de ouders waarom ze niet van huisdieren willen weten. Heeft het te maken met een allergie? Oké. Weigeren ze omdat een dier veel zorg en onderhoud vraagt, dan kan je voorstellen om je kleinkinderen een konijn te laten houden... bij jou thuis. Ze kunnen er dan voor zorgen wanneer ze op bezoek komen. Wil je je kleinkind een plezier doen met nieuwe kleren, geef het dan inspraak en laat het iets kiezen wat het zelf leuk vindt. Zo niet bestaat de kans dat je kleinkind teleurgesteld is. De beste aanpak: ga samen shoppen. Dat uitje is op zich al een cadeau, zowel voor je kleinkind als voor jou. Een cadeau hoeft niet per se iets materieels te zijn. Niets staat hoger op het verlanglijstje van kinderen dan samen tijd doorbrengen met hun familie. Stel dus gerust een activiteit voor in plaats van een geschenk om uit te pakken. Zo'n activiteit hoeft niet eens duur te zijn. Krijgen ze nooit de kans om te picknicken in het park, en kom jij met dat idee aanzetten, dan levert die picknick gegarandeerd fantastische herinneringen op. Is je kleinkind nog te jong om te beseffen wat geld is en wat het ermee kan doen, dan is een envelopje geven wellicht geen goed idee. Geld is te abstract en kleine kinderen zien het niet als een cadeau. Als ze wat ouder zijn, is er geen probleem, al is het wel belangrijk dat ze weten hoe ermee om te gaan. Veel kinderen kijken erg uit naar het moment waarop ze zelf geld bezitten. Vind je het belangrijk dat ze daar een deel van sparen? Leg dat dan duidelijk uit, maar hou wel rekening met hun leeftijd. Met geld omgaan is iets wat je kleinkind geleidelijk leert. Eis niet te veel van hem of haar. Cash geld moet je zien als zakgeld. Wat is de bedoeling van dat geld? Wat mag je kleinkind ermee kopen? Van welke uitgaven vinden de ouders dat zij die niet langer hoeven te betalen? Misschien hebben de ouders op dat vlak al afspraken gemaakt met hun kinderen. Daar moet je rekening mee houden. Verwacht niet dat je kleinkinderen al het geld dat ze krijgen op een spaarrekening zetten. Geef je cash geld, dan kunnen ze van dat bedrag een deel sparen en een deel uitgeven. Sta je erop dat ze alles sparen? Zet het geld dan zelf op een spaarrekening, leg uit wat je hebt gedaan en waarom. Ook een geschenkbon is te abstract voor jonge kinderen. Zo'n bon is echter wél een goed idee als ze wat ouder zijn. Eigenlijk komt het neer op geld geven, maar een pak concreter, want in dit geval is het niet de bedoeling om te sparen. Je nalatenschap rechtstreeks naar je kleinkinderen laten gaan en zo erfbelasting uitsparen, dat is het idee achter de generatiesprong. Maar let op: de regels verschillen op sommige punten in Vlaanderen, Brussel en Wallonië. Via een testament kan je het beschikbaar deel van je nalatenschap - de helft dus - nalaten aan wie je maar wil. Op die manier kan je je kleinkinderen al een stuk van je nalatenschap toebedelen en sla je een generatie over. Je moet wel rekening houden met de reserve van je kinderen, het deel dat verplicht naar hen moet gaan. Dat deel bedraagt altijd de helft van je nalatenschap, ongeacht hoeveel kinderen je hebt. Maar los van de mogelijkheid om de helft van je nalatenschap door te geven aan wie je wil, kan je ook een vrijwillige generatiesprong realiseren. Als een van je kinderen zijn of haar erfenis weigert, gaat die naar zijn of haar kinderen - je kleinkinderen dus - en niet naar zijn of haar broers en zussen. De kleinkinderen nemen dus de plaats in van de erfgenaam (hun ouder), die zijn of haar erfenis verwerpt. Gevolg: de generatiesprong kan zich maar voordoen als de tussengeneratie - een van je kinderen - zijn of haar erfenis weigert. Het is dus alles of niets. Als grootouder ben je ook nooit helemaal zeker of je kind zijn erfenis wel zal weigeren. Je kan als grootouder bij leven wel die wens uiten, maar je kan je wil niet opleggen. In Vlaanderen doe je een voordeel als je een generatie overslaat (en er meer dan één kleinkind is). Want je vermogen wordt verdeeld over meerdere begunstigden, die elk op hun deel erfbelasting betalen, telkens vanaf het laagste tarief. In Brussel en Wallonië is dat niet het geval. Daar betalen de kleinkinderen samen evenveel erfbelasting als hun ouder, die de erfenis heeft verworpen, zou hebben gedaan. Toch is er in de drie gewesten wel degelijk sprake van een belastingbesparing omdat het vermogen al meteen een generatie verder is doorgeschoven en er dus maar één keer wordt geërfd - en erfbelasting betaald - in plaats van twee keer. Sinds 1 september 2018 kan je als grootouder, in samenspraak met je kinderen, een schenking doen aan je kleinkind(eren), zonder dat je eigen kind zijn of haar nalatenschap volledig moet verwerpen. Dat gaat zo: als grootouder doe je een schenking aan je kleinkind, en je kind (de ouder van je kleinkind) belooft om het bedrag van die schenking bij jouw overlijden in te brengen in zijn eigen deel van de erfenis. Dit heet een 'inbreng ten behoeve van een derde'. Hier een inbreng door je kind ten behoeve van je kleinkind(eren). Je kind krijgt dan minder dan zijn broers en zussen. Nog een andere mogelijkheid is de doorgeefschenking. Je kind aanvaardt zijn of haar nalatenschap en betaalt daarop erfbelasting, maar schenkt binnen het jaar (in Vlaanderen, 90 dagen in Wallonië) zijn erfenis geheel of gedeeltelijk door aan zijn eigen kinderen (je kleinkinderen), zonder dat die daarop schenkbelasting moeten betalen. De vrijstelling is maximaal gelijk aan de door je kind betaalde erfbelasting. In het Brussels gewest is zo'n doorgeefschenking niet mogelijk. Misschien heeft je bankier of verzekeringsmakelaar het er al over gehad: een spaarverzekering (tak 21) is een slimme manier om geld aan je kleinkinderen na te laten, zonder veel belastingen te betalen. Als grootouder kan je zo'n tak 21-polis - een levensverzekering - waarmee je zekerheid inbouwt afsluiten. En je bent vrij om een kleinkind als begunstigde aan te wijzen, voor het geval je overlijdt. Een optie die past bij het idee van de generatiesprong (zie de pagina hiernaast). Concreet behoud je als verzekeringnemer de volledige controle over de polis. Je kan de begunstigde achteraf zelfs wijzigen. Een tak 21 biedt een vaste rentevoet, eventueel aangevuld met een winstdeelname. Er bestaat ook een tak 23-verzekering waarbij belegd wordt in fondsen. Op lange termijn ligt het rendement hoger, maar dat houdt ook meer risico in. Dus als je op beide oren wil slapen, is een tak 21 een interessant product. In Vlaanderen is deze formule nog voordeliger, omdat kleinkinderen in het Vlaams gewest zijn vrijgesteld van erfbelasting tot 12.500 euro per grootouder. Is er nog een alternatief voor een tak 21? Ja, producten zoals Junior Plan, Junior Invest Plan, Life Junior... zijn spaarformules die door de meeste bankinstellingen worden aangeboden en waarmee je op regelmatige tijdstippen een bepaald bedrag kan beleggen bestemd voor je kleinkinderen. Bij veel banken kan je bijvoorbeeld al vanaf 30 euro per maand sparen in een zogenaamde tak 44. Dit product heeft geen echte wettelijke omschrijving, maar is een combinatie van twee soorten spaarverzekeringen: de tak 21 en de tak 23 (21+23=44). Op die manier combineer je dus veiligheid met een zekere mate van risico. Met zo'n beleggingsverzekering beleg je dan aan je eigen financiële tempo voor je kleinkinderen tot ze 18, 21, 24 jaar oud zijn. Ben je bang dat je kleinkind het geld in jouw ogen niet oordeelkundig zal gebruiken? Dan kan je deze beleggingsverzekering op je eigen naam afsluiten en het kleinkind als begunstigde aanduiden. Je kan dan later nog altijd de begunstigde wijzigen. Deze producten zijn op termijn rendabel, maar vergeet niet dat er ook kosten aan verbonden zijn en taksen moeten worden betaald. Bespreek daarom met je financieel raadgever welke formule het best past bij jouw situatie.