Voor een goed begrip nog even een algemene situatieschets. Ons pensioensysteem is opgebouwd rond 4 pijlers: het wettelijk pensioen (de zogenaamde eerste pijler), het eventuele aanvullende pensioen via de werkgever (de tweede pijler), het fiscaal gestimuleerde pensioensparen (de derde pijler) en het gewone individuele sparen zonder fiscale stimulans (de vierde pijler). In dit dossier hebben we het over de tweede pijler - die van het aanvullende pensioen via de groepsverzekering.
...

Voor een goed begrip nog even een algemene situatieschets. Ons pensioensysteem is opgebouwd rond 4 pijlers: het wettelijk pensioen (de zogenaamde eerste pijler), het eventuele aanvullende pensioen via de werkgever (de tweede pijler), het fiscaal gestimuleerde pensioensparen (de derde pijler) en het gewone individuele sparen zonder fiscale stimulans (de vierde pijler). In dit dossier hebben we het over de tweede pijler - die van het aanvullende pensioen via de groepsverzekering. Bij een groepsverzekering hebt u in principe niet automatisch het recht om te kiezen tussen een rente of het uitkeren van het kapitaal zoals dat bijvoorbeeld wel het geval is bij het Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen. Maar in de praktijk merken we dat in bijna alle polissen wél in de keuze voorzien is. Bij alle IPT's (Individuele Pensioentoezeggingen of groepsverzekeringen op maat) en in zowat 99,5% van de groepsverzekeringen geeft uw verzekeraar u de keuze tussen een kapitaal en de uitkering van een rente. In de praktijk blijkt zo'n 99 % van al wie een groepsverzekering heeft, op de einddatum van het contract te kiezen voor een kapitaal, en dus niet voor een lijfrente. Dat heeft veel te maken met de belastingen die u op uw uitkering betaalt. In dit dossier stellen we u enkele interessante alternatieven voor, zodat u het beste uit uw groepsverzekering haalt, fiscaal én financieel. Wellicht overweegt u zoals de meeste mensen om op de einddatum van het contract uw kapitaal op te vragen. De uitkering wordt dan eerst onderworpen aan de RIZIV-bijdrage van 3,55 % en de solidariteitsbijdrage van maximaal 2 %. Vervolgens zal de rest bij u privé belast worden tegen 16,5 % (plus gemeentebelastingen). In de praktijk betekent dat dus dat u na de RIZIV-bijdrage en de solidariteitsbijdrage van samen pakweg 5,55 % nog eens wordt belast tegen 17,5 %. -Winstdeelname vrijgesteld. U wordt enkel belast op het gespaarde kapitaal verhoogd met de intresten. Met andere woorden: de winstdeelnames zijn vrijgesteld. U betaalt er alleen de RIZIV-bijdrage en de solidariteitsbijdrage op. Hoeveel die winstdeelnames bedragen, kunt u vinden op het jaarlijkse overzicht dat u van uw verzekeraar krijgt. Als algemeen vuistregeltje mag u ervan uitgaan dat er (afhankelijk van de grootte van uw winstdeelnames) tussen de 78 % à 80 % van uw totale reserve na belastingen overblijft. -Gunsttarief. Er is ook een gunsttarief van 10 % i.p.v. het normale tarief van 16,5 % als de uitkering gebeurt op de wettelijke pensioenleeftijd (65 jaar) én als u tot die leeftijd effectief actief blijft. In dat geval houdt u ongeveer 85 % van het totale kapitaal over. Voor de persoonlijke bijdrage die u vanaf januari 1993 zelf betaalde, geldt voor iedereen het tarief van 10 %. -Toch nog aangeven bij de fiscus! Omdat de tarieven van de gemeentebelasting aanzienlijk kunnen verschillen van gemeente tot gemeente, moet de verzekeringsmaatschappij vooraf forfaitair 16,66 % (i.p.v. 16,5 %) of 10, 09 % (i.p.v. 10 %) inhouden, dus iets meer dan de federale belasting. U moet dan zelf uw kapitaal aangeven op uw fiscale aangifte, zodat exact kan bepaald worden hoeveel gemeentebelasting u verschuldigd bent. Dat doet u het jaar volgend op het jaar waarin u het kapitaal ontving. De verzekeringsmaatschappij bezorgt u een fiscale fiche 281.11 die u daarvoor kunt gebruiken. Als u kiest voor een levenslange rente wordt de rente-uitkering van uw groepsverzekering anders belast. De rente die u jaarlijks krijgt, wordt dan belastbaar tegen het zgn. progressieve belastingtarief (dus tot 50 % plus gemeentebelastingen). Vandaar dat meer dan 99 % van de personen met een groepsverzekering kiest voor het uitbetalen van een kapitaal. Dat wordt maar tegen 16,5 % (normale tarief) of 10 % (gunsttarief) belast, plus gemeentebelastingen! Of een rente fiscaal uw beste keuze is of net niet, hangt voor een stuk af van de omvang van het kapitaal, hoe groot uw pensioen is en of u nog andere inkomsten hebt. Ook kunt u uiteraard niet voorspellen hoelang u nog zult leven en dus genieten van de rente. Maar als algemene regel kunt u stellen dat u fiscaal gezien bijna steeds beter af bent met een uitkering van het kapitaal. Enkel in uitzonderlijke gevallen waarin er geen andere inkomsten zijn en het pensioen heel bescheiden is (bijv. van een zelfstandige bedrijfsleider) kan het op fiscaal vlak eventueel toch interessant zijn te kiezen voor een rente. Als we echter ook naar het financiële plaatje kijken (zie verder) is het bijna nooit interessant om voor de rente-uitkering te kiezen. VOORBEELD Stel dat u op 60 jaar (na afhouding van RIZIV- en solidariteitsbijdrage) de keuze krijgt tussen een kapitaal van euro 100.000 of een jaarlijkse lijfrente van euro 6000. We gaan ervanuit dat het pensioenkapitaal bestaat uit euro 80.000 verzekerd kapitaal en euro 20.000 belastingvrij winstkapitaal. Bij de jaarlijkse rente van euro 6000 is euro 4800 afkomstig van het verzekerde kapitaal en euro1200 van het belastingvrije winstkapitaal. n Als we uitgaan van een progressieve belasting van 40 % (gemeentebelastingen inbegrepen) op het gedeelte van de lijfrente afkomstig van het verzekerde kapitaal, zal van die jaarlijkse lijfrente van euro 6000 slechts euro 4080 netto per jaar overblijven ((4.800 x 60 %) + euro 1200). - Als u het pensioenkapitaal van euro 100.000 opvraagt tegen het tarief van 16,5 % (plus een gemeentebelasting van 6 %, dus in totaal 17,49 %) dan houdt u daar een nettokapitaal van euro 86.008 ((80.000 x 0,8251) + 20.000) aan over. Als we ervan uitgaan dat u dit bedrag op de lange termijn kunt beleggen tegen 4 % netto (zie verder), dan bent u enkel beter af met de jaarlijkse rente als u nog langer dan 26 jaar in leven blijft. Krijgt u op termijn maar een nettorendement van 3,5 %, dan bent u na 23 jaar al beter af met een jaarlijkse rente. Beide voorbeelden tonen aan dat u geruime tijd in leven moet blijven na uw pensioenleeftijd opdat u beter zou kiezen voor de rente-uitkering. Tenzij u ons alternatief volgt (zie hieronder) en kiest voor de zogenaamde onrechtstreekse rente. -Stap 1: U vraagt uw pensioenkapitaal op en wordt (na inhouding van de RIZIV- en de solidariteitsbijdrage) belast tegen 16,5 % (of 10 %) plus gemeentebelastingen. -Stap 2: Vervolgens komt u met uw verzekeraar overeen dat hij dit nettokapitaal niet aan u uikeert, maar er een lijfrente mee vestigt. Kortom, u laat het kapitaal eerst belasten, zodat het in uw privévermogen terechtkomt. Dit heeft als voordeel dat de rente dan niet meer progressief belastbaar is als een beroepsinkomen. Enkel het stuk van de lijfrente dat beschouwd wordt als een inkomen van uw kapitaal, zal belastbaar zijn als roerend inkomen. Elk jaar zult u immers belast worden op een forfaitair bedrag dat 3 % bedraagt van het prijsgegeven (netto)kapitaal, ongeacht het werkelijke bedrag van de rente die u ontvangt (die kan dus ook groter zijn dan 3 %). Daarop betaalt u 15 % belastingen (+ gemeentebelastingen). Zo vermijdt u dat het volledige bedrag van de rente belastbaar is. Deze fiscale optimalisatietechniek is juridisch en fiscaal 100 % sluitend en werd door de wetgever uitdrukkelijk vastgelegd in het Wetboek Inkomstenbelastingen, juist met de bedoeling om de uitbetaling in de vorm van een lijfrente aan te moedigen. VOORBEELD Bedraagt uw kapitaal euro100.000, dan betaalt u jaarlijks euro 450 belastingen (100.000 x 3 % x 15 %), ongeacht hoe groot uw werkelijke rente is. Juridisch is het overigens ook mogelijk slechts een gedeelte van het kapitaal in te ruilen tegen een lijfrente. Wie kiest voor de uitbetaling van een kapitaal kan doen en laten wat hij ermee wil. Kiest u voor een maandelijkse rente, dan krijgt u levenslang een maandelijks bedrag uitgekeerd. Maar het risico bestaat dat u enkele maanden na uw eerste uitkering overlijdt. Op de vorige pagina's kon u merken dat er fiscale redenen zijn om voor een rente of een kapitaal te kiezen. Maar er is ook het zuiver financiële aspect. Als u het kapitaal zelf zou beleggen tegen 4 % netto (zie verder), dan is deze maandelijkse rente pas interessanter als u na uw pensioenleeftijd nog 20 jaar (als u nu 65 bent) à 25 jaar (als u nu 60 bent) in leven blijft. Aangezien een leeftijd van 85 jaar of meer niet zo uitzonderlijk meer is, klinkt het niet onlogisch dat u zou overwegen om (een stukje) in een maandelijkse lijfrente te beleggen. U kunt ook nog even wachten tot de rente wat gestegen is en de voorwaarden iets beter zijn. Het grote gevaar van een levenslange rente is dat u vlug overlijdt en uw partner met lege handen achterblijft. Om dit probleem op te vangen, bieden heel wat verzekeraars een zgn. overdraagbaarheid naar de langstlevende partner. Als u overlijdt, blijft men een deel van de rente uitbetalen aan uw partner tot die gestorven is. Vaak wordt een percentage van 60 à 70 % voorgesteld. VOORBEELD: Een man van 60 jaar sluit een verzekeringscontract met 60 % overdraagbaarheid naar zijn vrouw van 2 jaar jonger. Hij zal euro 415 per maand krijgen bij een kapitaal van euro 100.000. Als de man overlijdt, zal de vrouw nog heel haar leven 60 % van euro 415 euro krijgen: dus euro 249 per maand. Is de man 65 jaar dan wordt dit respectievelijk euro 455 en euro 273 per maand. WEETJE: Als verzekeraars overdraagbaarheid voorstellen, is dat enkel tegenover de echtgenoot of partner, niet naar de kinderen! Dat zou financieel niet haalbaar zijn. Voor wie graag (een stuk van) zijn kapitaal omzet in een levenslange rente is er nog een ander alternatief. U vraagt het kapitaal gewoon op (belast tegen 16,5 % of 10 %) en vervolgens gaat u na waar u er momenteel de beste levenslange rente voor krijgt. De meeste verzekeraars en banken bieden tegenwoordig een dergelijke levenslange rente aan. Dat biedt trouwens tal van bijkomende voordelen. U kunt dan bijv. slechts een stukje van het kapitaal omzetten in een rente, u kunt het kapitaal spreiden over meerdere verzekeraars om op veilig te spelen (denk maar aan een faillissement), u kunt een rente meer op maat laten uitwerken (bijv. tot u en uw echtgenote allebei overleden zijn), enz. Nu de langetermijnrente laag staat (+/- 3,5 % op 10 jaar), is het een goed idee nog even te wachten om uw kapitaal om te zetten in een maandelijkse rente want die is momenteel heel laag. Het fiscale voordeel is niet te onderschatten. Net zoals bij de techniek van het prijsgegeven kapitaal, wordt u immers ook hier elk jaar belast op een forfaitair bedrag dat 3 % bedraagt van het kapitaal, ongeacht het werkelijke bedrag van de rente die u ontvangt. Daarop betaalt u 15 % belastingen (+ gemeentebelastingen). Zo vermijdt u dat het volledige bedrag van de rente belastbaar is. Een ander alternatief is dat u met het opgevraagde kapitaal naar uw bankier of verzekeraar stapt en het in een zogenaamd renteniersplan stopt. Uw bank of verzekeraar zal uw geld dan doorgaans in gemengde fondsen beleggen of in een gelijkaardige beleggingsverzekering (bijv.: Tak 23). LET OP! Op papier zult u een mooi maandelijks bedrag krijgen, maar er is geen enkele kapitaalgarantie en ook geen garantie dat u dit voorgestelde maandelijkse bedrag zult krijgen tot uw overlijden. Dergelijke renteniersplannen bestaan in allerlei vormen, dus laat u goed informeren hoe het systeem juist werkt en vooral wat er gebeurt als bijvoorbeeld de beurzen een klap zouden krijgen. Om u het afgesproken bedrag te geven, zal uw bank of verzekeraar bijvoorbeeld elke maand een aantal deelbewijzen van die fondsen verkopen. Hoe hoog die maandelijkse uitkering is, hangt af van de vooruitzichten van het fonds. Een gemengd fonds (van bijv. 50 % aandelen en 50 % obligaties) dat mikt op een gemiddeld rendement van 6,5 %, zal uitgaan van deze gemiddelde prestatie om het maandelijkse bedrag te bepalen. Maar in de praktijk zal dit fonds nooit perfect aan een gemiddelde van 6,5 % of het vooropgestelde percentage per jaar komen. Als de beurzen naar beneden duikelen, zal uw bankier een deel van het kapitaal gebruiken om het vooropgestelde maandelijkse bedrag te kunnen uitbetalen. U eet dan een stuk van uw kapitaal op. Zelfs als u helemaal niet wilt weten van aandelen, kiest voor echte veiligheid en zelf niet veel weet van beleggingsproducten kunt u nog vrij gemakkelijk zelf de handen uit de mouwen steken en een hoger rendement halen dan bij een rente-uitkering van uw pensioenkapitaal. Het zou ons te ver leiden om alle mogelijkheden op te sommen. Maar een heel eenvoudige techniek bestaat erin met uw kapitaal gewoon obligaties te kopen met minstens een zgn. BBB-rating en die bij te houden tot hun vervaldag. Koop die obligatie bij voorkeur op de zgn. primaire markt (dus als ze uitkomen), dan zijn er geen aankoopkosten. Wie elk wisselrisico wil uitschakelen, kan zich beperken tot obligaties in euro. Koop ook regelmatig obligaties met verschillende looptijden. Op de langere termijn moet u op deze manier een rendement van 4 % per jaar kunnen halen. Eventueel kan ook voor een stuk met een spaarverzekering (Tak 21) worden gewerkt, al zit u daar wel vast voor minstens 8 jaar en zijn er geen jaarlijkse inkomsten. U kunt uiteraard ook een plan op maat laten uitwerken door een vermogensplanner. Volgens ons is dat enkel interessant vanaf een bedrag van minimaal euro 150.000, omdat het uitwerken van een volledig plan ongeveer euro 1500 kost. Wie vandaag een pensioenkapitaal heeft opgebouwd van euro 100.000 zal daar maandelijks als 65-jarige man levenslang een rente van euro530 à euro 570 bruto per maand voor krijgen. Hoe jonger, hoe lager het bedrag. Maar u wordt daarop progressief belast wat fiscaal heel nadelig is. Vandaar dat bijna niemand nog kiest voor een rechtstreekse rente-uitkering. - Wie toch een rente wil, kan kiezen voor de fiscaal voordelige techniek van het prijsgegeven kapitaal (zie p. 74). U vraagt dan gewoon het pensioenkapitaal op en u wordt belast tegen 16,5 % (of 10 % gunsttarief), plus gemeentebelastingen. Vervolgens wordt dit nettokapitaal niet aan u uitgekeerd, maar vestigt u een lijfrente bij uw verzekeraar. - Nog beter is dat u het kapitaal opvraagt en vervolgens nagaat waar u momenteel de beste levenslange rente krijgt (zie p. 76). - Wie zelf de handen een beetje uit de financiële mouwen wil steken, kan via een eenvoudige belegging in obligaties (eventueel gecombineerd met een Tak 21) doorgaans een hoger rendement halen dan bij de andere technieken... tenzij u echt stokoud zou worden. En toch is het net dàt wat we u om heel andere - lees: medisch-sociaal-menselijke - redenen van harte toewensen! Johan Adriaens, onafhankelijk vermogensplanner