Met een afgemeten gebaar drukt Fatima de wollen draden op haar weefgetouw met een stalen kam aan. Het jonge meisje met de amandelvormige ogen is de erfgename van een lange artistieke traditie die uit Centraal-Azië komt. Weldra zal de kelim klaar zijn, met een symbolische betekenis voor elke kleur. Blauw verwijst naar de god Tengri die de hemel regeert, rood naar de god van het vuur...
...

Met een afgemeten gebaar drukt Fatima de wollen draden op haar weefgetouw met een stalen kam aan. Het jonge meisje met de amandelvormige ogen is de erfgename van een lange artistieke traditie die uit Centraal-Azië komt. Weldra zal de kelim klaar zijn, met een symbolische betekenis voor elke kleur. Blauw verwijst naar de god Tengri die de hemel regeert, rood naar de god van het vuur... Het doel van dit werkje is al eeuwen hetzelfde: het meisje werkt aan haar bruidsschat. Fatima's familie zwerft elke zomer door de groene weiden van het Taurusgebergte, in het zuidwesten van Turkije. Twaalf families van de stam van de Yörüks (letterlijk: de stappende mensen), van de clan van de Karakoyounlou (de zwarte schapen), brengen hier vijf zomermaanden door. Hun zwarte geitenharen tenten pronken op de groene hellingen. Elke tent wordt bewaakt door een gevaarlijke rashond met machtige kaken, klaar om elke vreemde naar de keel te vliegen... 's Nachts wikkelen de herders zich in hun indrukwekkende vilten capes, om snel te kunnen reageren bij het minste alarm. Want er zwerven veel wolven rond in deze cederbergen. De Yörük zijn eigenaardige herders: enerzijds trots en ruw maar anderzijds houden ze van eenvoudige dingen zoals fluitspelen of breien. Op de bergweiden komen dikke wollen sokken nu eenmaal goed van pas... In oktober zal Fatima samen met heel het kamp afdalen naar de kust, een reis van elf of twaalf dagen door het rotsland. Dit meisje uit het volk van de Turco-Mongolen heeft nauwelijks een idee van wat er zich aan de kust van de Middellandse Zee af-speelt, in de Rivièra met zijn dure badplaatsen en all-inclusivehotels. Ze kent alleen haar winterdorp, een handvol schamele huisjes te midden van de katoenvelden op zeven of acht kilometer van de stranden. De badsteden Side, Antalya, Fethiye, Alanyaen Bodrum werken als mag-neten op de toeristen. Het zijn de magische namen van een kust in volle economische bloei. Gelukkig zijn toch enkele vergeten dorpen in de buurt aan de moderne tijd ont-snapt. Kalkan met zijn witgekalkte huisjes die bijna bezwijken onder de watervallen van bougainville, leeft op het ritme van de vissers aan boord van de elegante houten schoeners. Ze varen langs schitterende baaien, forten en dorpjes met slanke minaretten en ruïnes van antieke beschavingen, waarvan sommige voor een deel onder water liggen. Deze kust maakt deel uit van dé bakermat van de Helleense beschaving en de archeologische vindplaatsen volgen elkaar hier dan ook in sneltempo op. Geschiedenisfreaks worden er duizelig van! Zo is Sint Nicolaas, de bisschop van Myra hier geboren. Het antieke theater van Aspendos is wonderbaarlijk ongeschonden gebleven. De ruïnes van Phaselis liggen in een zee van geurige dennen die tot aan de treden van het theater groeien. Daarnaast zijn er ook thermen, een agora, een aquaduct en een marmeren poort ter ere van Keizer Hadrianus. De verrassendste site is Termessos, een stad gebouwd op een natuurlijke klif die alleen bereikbaar is via een bergweg. Zelfs Alexander de Grote slaagde er niet in, dit arendsnest te veroveren. De top is bezaaid met ruïnes en de vele theaters roepen de sfeer van antieke drama's op. In Turkije kan wie wil luisteren, de stenen horen spreken! Soms vertellen ze verschrikkelijke verhalen. Het spookdorp Kayaköy - bijna drieduizend huisjes en twee kerken - herinnert aan de bruuske verdwijning van de Griekse gemeenschap. In 1923 lieten bijna alle Turkse Grieken het land van hun voorvaderen achter om zich in Griekenland te vestigen. De Griekse Turken maakten de reis in de omgekeerde richting... Het Taurusgebergte verbergt duizend en één schatten. Sagalassos is een stad uit de oudheid waar Belgische archeologen elk seizoen nieuwe kunstschatten ontdekken. De monumenten die sinds de Romeinse tijd verlaten zijn, worden geduldig herbouwd. De stenen liggen er nog allemaal... of toch bijna, want soms duikt het eeuwenoude materiaal ook wel eens op in de straatjes van een bergdorpje. Vrouwen doen de was in sarcofagen of marmeren zuilen zitten in de muren van moskeeën verwerkt. Bij elke stap stoot je op resten van een verdwenen wereld. Nu zijn het halfnomaden die de bergen bevolken, of gastvrije dorpelingen die je ontvangen met thee, smeuïge yoghurt en een warme lach. Soms duikt in het landschap een meer op met turkooizen water. Dat van Egridir is het mooiste van allemaal. Er zijn nu minder karpers dan vroeger, maar ze worden nog altijd gevuld, in de oven gebakken en geserveerd in kleine, gezellige pensionnetjes. Voorbij deze bescheiden binnenzeetjes, omgeven met rozenvelden (de streek van Isparta is trots op haar rozenjam) strekken de steppen van Anatolië zich tot in de verte uit. Zijwegen leiden naar het schitterende klif van Pamukkale, dat de Turken het kasteel van katoen noemen. In deze beroemde oase heeft het kalkrijke water van vulkanische warmwaterbronnen verblindend witte bekkens gevormd. Omwille van die warmwaterbron werd hier Hierapolis gebouwd. De ruïnes van deze machtige stad uit de oudheid worden elk voorjaar bijna bedolven onder de klaprozen... De oude karavaanpiste leidt langs verlaten caravanserails (stopplaatsen voor karavanen) naar Cappadocië, het geografische middelpunt van Turkije. De lijnbussen naar deze streek zijn snel en comfortabel. Logeren is geen probleem in één van de vele kleine pensionnetjes, waar de eigenaars er alles aan doen om het de gasten naar hun zin te maken. Het pensionnetje van onze gastheer, Halil, is er een mooi voorbeeld van: uit de rots gehouwen en dus aangenaam koel in alle omstandigheden. Dit rotshotelletje is extreem sober, maar de stralende glimlach van Halil compenseert dat. Hij laat ons kennismaken met de laatste bewoners van de rotswoningen, die met kleurige tapijten versierd zijn. Tahir heeft een huis in een okerklif. Het kijkt uit op een uniek panorama: het dorp Göreme met zijn typische schoorstenen. Beneden, in een doolhof van rotsen en lapjes grond waar druiven worden gekweekt, wonen nog enkele buren. De vrouwen dragen pofbroeken en witte hoofddoeken die soms tot aan hun middel reiken. Veel feeënschoorstenen zijn versierd met opmerkelijke Byzantijnse fresco's, stille getuigen van een bewogen geschiedenis. De paden leiden naar ravijnen met vergeten kloosters, onderaardse steden, verlaten dorpen. Maar altijd ontmoet je een glimlach op je weg, een hand die wat abrikozen of een bosje bloemen aanbiedt, een uitnodiging om een ogenblik van geluk en eenvoud te delen. Die heerlijke ervaringen zijn veruit de mooiste ontdekkingen in dit unieke land. n Tekst en foto's: Paul Lorsignol