Veertien augustus 1980. De elektricien Lech Walesa kruipt over de muur van de scheepswerf in Gdansk. Onder zijn leiding bezetten de scheepsarbeiders wekenlang de werf, tot de Poolse communistische partij eindelijk plooit. De vrije vakbond Solidarnosc wordt 16 maanden later opnieuw buiten de wet gesteld, maar de klauterpartij van Walesa en co luidt wel het begin van het einde in van de communistisch droom. Anno 2003 is een gedeelte van de scheepswerf als museum ingericht. Bij de ingang staan een stuk muur van de oude werf en een gedeelte van de Berlijnse muur broederlijk naast elkaar. Binnenin bekijkt u foto's en films van die woelige jaren. De vergadertafel waaraan de vakbondsmensen van Solidarnosc met de communistische partijbonzen onderhandelden, staat er nog. Een winkeltje met lege rekken herinnert aan de tijden waarin de Polen in lange rijen uren aanschoven voor een schamel stukje vlees, een flesje azijn of wat thee. Ondertussen is Wa...

Veertien augustus 1980. De elektricien Lech Walesa kruipt over de muur van de scheepswerf in Gdansk. Onder zijn leiding bezetten de scheepsarbeiders wekenlang de werf, tot de Poolse communistische partij eindelijk plooit. De vrije vakbond Solidarnosc wordt 16 maanden later opnieuw buiten de wet gesteld, maar de klauterpartij van Walesa en co luidt wel het begin van het einde in van de communistisch droom. Anno 2003 is een gedeelte van de scheepswerf als museum ingericht. Bij de ingang staan een stuk muur van de oude werf en een gedeelte van de Berlijnse muur broederlijk naast elkaar. Binnenin bekijkt u foto's en films van die woelige jaren. De vergadertafel waaraan de vakbondsmensen van Solidarnosc met de communistische partijbonzen onderhandelden, staat er nog. Een winkeltje met lege rekken herinnert aan de tijden waarin de Polen in lange rijen uren aanschoven voor een schamel stukje vlees, een flesje azijn of wat thee. Ondertussen is Walesa al lang geen Pools president meer en is het ledenaantal van Solidarnosc van 10 naar minder dan 1 miljoen teruggelopen. Aan de mooie winkels in het centrum van Gdansk te zien lijkt 1980 ver. Alleen de oude trams en de sombere huizenblokken in de buitenwijken kunnen het grauwe verleden van dit beproefde land niet verbergen. Het huidige Gdansk, aan de oever van de Wisla, wil opnieuw aanknopen met zijn glorieperiode als fiere hanzestad die toen nog Danzig heette. De Grote Markt (of de Lange Markt, zoals ze die hier noemen) staat vol met prachtige herenhuizen, met gevels in Vlaamse en Italiaanse renaissancestijl en bruine, groene en gele kleuren. Daarnaast façades in 18de eeuwse rococostijl, versierd met tekeningen en uitgehouwen koppen. Op de huizen hangen vlaggen. Af en toe zie je opschriften in het Duits of het Nederlands. Omdat de Poolse koning erg tolerant was, vluchtten heel wat protestanten uit Duitsland en de Nederlanden naar Danzig. De grootste kunstenaar die de stad kende was trouwens een uitgeweken Nederlander, Isaak Van den Block. Zijn schilderijen sieren o.a. de prachtige raadzaal. Naast de centrale fontein met een Neptunusbeeld stromen uit de kerk een groep jonge, pasgewijde priesters naar buiten, want in het land van paus Johannes Paulus II zijn roepingen nog schering en inslag. Het opvallendste gebouw langs de waterkant is de kraantoren. Reeds tijdens de Middeleeuwen werd deze toren gebruikt voor het lossen en laden van schepen. De trekkracht werd geleverd door gevangenen die rondjes liepen in twee grote raderen. Enkele meters verder staan we in de erg mooie straat 'Frauengasse'. Hier vindt u amberverkopers, barnsteensnijders, juweliers en cafeetjes. En aan het einde van de straat troont de imposante Onze-Lieve-Vrouwekerk, de grootste bakstenen kerk ter wereld die plaats biedt aan... 25 000 gelovigen! De regio van Gdansk bestaat uit drie steden waartoe Sopot behoort, de grootste badstad langs de Baltische Zee en slechts enkele kilometers van Gdansk verwijderd. Wie de film 'Die Blechtrommel' naar het boek van Günther Grass gezien heeft, wordt hier ongetwijfeld overvallen door een déja-vugevoel. Deze plek ruikt naar het begin van de vorige eeuw met allerlei grand hotels en een prachtige houten pier die meer dan 500 meter de zee inloopt. Met een bezoek aan het kasteel van Malbork (Marienburg) dat als een van de meest impressionante van heel Europa geldt, gaat u nog verder terug in de geschiedenis. Het werd gebouwd door de Teutoonse ridders, een Duitse orde die na de kruistochten een deel van Polen kreeg toegewezen. De Duitsers hebben een boontje voor het imposante, het massieve en dat was zevenhonderd jaar geleden ook al zo. Dat bewijst het fort ten voeten uit. In de XVde eeuw bood het imposante bouwwerk onderdak aan 3000 mensen. Zelfs Napoleon verbleef er tijdens zijn Russische campagne. Ten westen van Gdansk strekt zich een prachtig natuurgebied uit, dat bekend staat als 'het Zwitserland van Kaszubië'. Dit is het land van de Kaszuben, 100 000 zielen (oorspronkelijk vissers) die er al meer dan 1000 jaar een eigen taal op nahouden die naar verluidt veel gemeenschappelijk heeft met het Fries. Wie dacht dat België een taalcuriosum is, moet hier maar eens komen kijken. In de dorpjes worden alle straatnamen dubbel weergegeven, in het Pools en het Kaszubisch. De hoofdplaats Kartuzy ligt verscholen tussen de wouden en herbergt een Kartuizerklooster met een indrukwekkend houten koor. Maar het plezierigst is het etnografisch museum waar we enkele Kaszubische gebruiken leren kennen zoals tabaksnuiven en bizarre muziek instrumenten vervaardigen. Zo is de 'viool van de duivel' een snaarinstrument dat er uitziet als een vogelverschrikker en waarmee je - naast de snaren betokkelen - ook hard op de grond kunt stampen om nog meer kabaal te maken. Een ander typisch instrument wordt gevormd door een koord die je eerst moet natmaken vooraleer er geluid uitkomt. Het zijn rare jongens die Kaszuben, zou Obelix zeggen. nA