In 1965 zat ik op het internaat van een middelbare jongensschool. De Stonesfans en de Beatlesfans vormden twee aparte clans. De kloof was totaal want je kon onmogelijk én van de Stones én van de Beatles houden. Wij, de Stonesfans, waren de coole rebellen, de slechteriken. De Beatlesfans waren in onze ogen misdienaars en softies. We voelden ons heerlijk in dat stoere imago en gelukkig was onze clan ook de talrijkste. "
...

In 1965 zat ik op het internaat van een middelbare jongensschool. De Stonesfans en de Beatlesfans vormden twee aparte clans. De kloof was totaal want je kon onmogelijk én van de Stones én van de Beatles houden. Wij, de Stonesfans, waren de coole rebellen, de slechteriken. De Beatlesfans waren in onze ogen misdienaars en softies. We voelden ons heerlijk in dat stoere imago en gelukkig was onze clan ook de talrijkste. "Dit verhaal van Leo Janssens (53) uit Wolfsdonk (lees de rest van zijn getuigenis in het kaderstukje hieronder) is herkenbaar voor iedereen die jong was tussen 1963 en 1973. De jongerencultuur werd overheerst door de tweespalt tussen The Beatles en The Rolling Stones. De Stones waren de duivels die rauwe muziek maakten. Rechttoe, rechtaan. Zij werden snel de verpersoonlijking van de tegencultuur en van het ware rockerbestaan. De Beatles, dat waren de cleane jongens, met meer intellectuele en verfijnde songs, ook aanvaardbaar voor de wat bravere burgers. Die kloof in de beeldvorming en de daarbij horende levensstijl leeft door tot vandaag. Vóór de cruciale wedstrijd Anderlecht - Standard op het einde van de voorbije voetbalcompetitie zei Standardspeler Karel Geraerts; "Anderlecht, dat zijn de Beatles, wij zijn de Stones." Helaas voor Standard wonnen de Beatles, met 2 tegen 0. "Het imago van The Rolling Stones heeft inderdaad mythische proporties aangenomen, dat krijgt niemand nog stuk", zegt Gust De Meyer (58), hoogleraar populaire cultuur aan de K.U. Leuven. "Ze zijn het prototype van de echte rock-'n-rollers, vooral Keith Richards en Mick Jagger. In de sixties en de seventies belichaamden ze het protest met de onderbuik. De Beatles rebelleerden met hun hoofd en met esthetische elementen. Zij sloten wellicht meer aan bij wat leefde in de middenklasse, terwijl de Stones eerder een proletarische mentaliteit uitdroegen. Toch moeten we die kloof niet overdrijven. Zowel de Stones als de Beatles waren commercieel, elke nieuwe plaat van hen was een gebeurtenis. Hun fans vonden het belangrijk zich tegen elkaar af te zetten, maar uiteindelijk ging het om een gevecht tussen twee muziekstijlen. De Stones vertrokken van de bluesmuziek, de Beatles maakten al snel echte popmuziek. En zij brachten meer vernieuwing en esthetische verfijning. Zij hebben de samenzang in de popmuziek geïntroduceerd en vanaf Sgt. Peppers Lonely Hearts Club Band steeds geïnnoveerd." "Voor Elvis hadden de jongeren geen eigen muziek. Die begon pas toen de Amerikaanse jeugd in de jaren vijftig geld genoeg kreeg om zelf singles te kopen. De enorme creativiteit in de jaren zestig en zeventig haalde de scheidingslijn tussen de hoge en de lage cultuur naar beneden. Al van bij het begin zag je echter ook de strijd tussen subculturen. Je moest één muziekstijl kiezen tegen een andere, dat paste (en past) in onze behoefte om in vakjes te denken. In de jaren zeventig was het politiek correct om tegen Abba en voor Frank Zappa te zijn, in de jaren negentig had je een grote kloof tussen de liefhebbers van harde gitaarmuziek à la Nirvana en de fans van house." De ouders van vandaag hebben zich moeten afzetten tegen hun ouders en dus ook tegen hun muziek. Ze hebben thuis nog een gevecht moeten leveren om een spijkerbroek te mogen kopen, maar met de huidige generatie is dat veranderd, stelt Gust De Meyer vast. "Nu probeert men de kinderen op te voeden zonder conflicten. Het wonderbare resultaat hiervan is, dat ze openstaan voor de muziek uit de jeugd van hun ouders en er zeer nieuwsgierig naar zijn. Het omgekeerde is minder waar. Te weinig ouders van vandaag hebben oog voor de betere popmuziek waar hun kinderen van houden. Velen van hen hebben afgehaakt bij de Sex Pistols."Als het om de Stones gaat, moeten we de professor gelijk geven. Meer dan welke andere legende zijn zij erin geslaagd twee generaties aan elkaar te binden. Sandra Polfliet (34) bijvoorbeeld zegt dat ze een grotere Stonesfan is dan haar vader Sylvain (57). Ze is zelfs bestuurslid van Sticky Fingers, de drie jaar geleden heropgerichte Belgische Stonesfanclub. "Ik was negen jaar en ik had net een elpee van Kim Wilde gekocht toen mijn vader mij zei: als je van die muziek houdt, dan zul je dit ook graag horen. En hij zette Start Me Up van de Stones op. Ik was meteen verkocht. Op mijn 18de ben ik naar hun optreden in het Feyenoordstadion geweest. Wow! Ik voelde pure magie. De grootsheid van de enscenering, de kracht van hun muziek, de wervelende dynamiek, geen enkele andere groep kan dat. Met uitzondering van hun oudste nummers is hun muziek ook absoluut niet gedateerd. A Bigger Bang, hun jongste cd, is honderd percent muziek van deze tijd. Dat ik samen met mijn vader naar drie van hun concerten ben geweest, heeft ook een band tussen ons geschapen. Naar de Beatles kan ik niet luisteren. Dat is geen rock maar kindermuziek!" Hierover is vader Sylvain genuanceerder: "Ik heb wel enkele Beatlesplaten, maar muzikaal heb ik de Stones altijd beter gevonden. Ik heb altijd hun tegendraadsheid bewonderd. Ze hebben me geleerd dat ik me niets moet aantrekken van de anderen en mijn eigen weg moet gaan. Toen ik 16 was droeg ik lang haar, jeans en een T-shirt, net als zij. Ik ben die kleding altijd blijven dragen omdat ik me er goed bij voel. Het is gewoon tof dat de helden van mijn jeugd er nog altijd stáán. Begrijp me niet verkeerd, ik ben niet blijven steken in de sixties. Ik kan bepaalde nummers van Moby of Coldplay best pruimen, maar de meeste variatie vind ik nog altijd bij de Stones."Ook het eeuwige jeugdgehalte van Mick Jagger laat Sylvain niet onberoerd. "In tegenstelling tot zijn imago leeft hij zeer gedisciplineerd. Zijn voorbeeld heeft me gestimuleerd om aan sport en fitness te gaan doen. En het buikje te vermijden!" nLudo Hugaerts