Het guitige deugnietensnoetje van Danny de Munk herinnert iedereen zich die 25 jaar geleden zeg maar tussen de 5 en de 105 jaar oud was. En al is het kind intussen volwassen geworden, de man die hier voor ons zit heeft nog altijd die sprekende ogen en die radde tong. En hij spreekt nog altijd met dat sappige Amsterdamse accent dat hem onvergetelijk maakte.
...

Het guitige deugnietensnoetje van Danny de Munk herinnert iedereen zich die 25 jaar geleden zeg maar tussen de 5 en de 105 jaar oud was. En al is het kind intussen volwassen geworden, de man die hier voor ons zit heeft nog altijd die sprekende ogen en die radde tong. En hij spreekt nog altijd met dat sappige Amsterdamse accent dat hem onvergetelijk maakte. Danny De Munk: Ik vind het een hele eer dat ik in deze musical sta, maar ik speel een andere rol dan in de film. Het Ciske uit de musical staat nu in de schoenen die ik 25 jaar geleden met veel enthousiasme aantrok. Ik ben nog steeds diezelfde jongen, maar een stuk ouder. Ciske zit nog in mij en ik wil hem ook helemaal niet kwijtspelen. Want Ciske staat voor dé volksjongen en dat ben ik nog steeds. Ik zal het trouwens blijven tot ik er het bijltje bij neerleg. Iets wat je bent, kun je zomaar niet van je afschudden en ik bén nu eenmaal een volksjongen. Ik bén een straatschoffie. Er lopen duizenden Ciskes rond. Er waren enorm veel kandidaten, we moesten er de allerbeste zien uit te kiezen. De belangrijkste voorwaarde was dat het een brutaal opsodemietertje moest zijn, een grote bek met een klein hartje, zoals ik zelf was op die leeftijd. En met een stevig Amsterdams accent, natuurlijk. Het waren emotionele momenten, hoor. Ik kreeg soms tranen in de ogen als ik die gastjes bezig zag, want ik herkende mezelf in hen. In België was dat misschien minder zichtbaar maar ik ben altijd blijven zingen. Na het succes van de film heb ik nog geprobeerd om terug naar school te gaan, maar dat gaf problemen omdat ik te bekend geworden was. Ik was een idool geworden, zowel van kinderen als van grootmoeders, en dat zorgde voor gekke taferelen. Op mijn zeventiende heb ik er dan maar de brui aan gegeven. Het viel niet meer te combineren, zingen en schoollopen. Begin jaren negentig heb ik me dan toegelegd op musicals en dat liep meteen als een trein. Het is me dus voor de wind gegaan. Maar als het na dat ene succes opgehouden had, zou ik daar ook mee kunnen leven, hoor. Dan had ik mis-schien een heel andere stiel gedaan, maar met evenveel plezier. Ik heb nog altijd twee handen om mee te werken. Trouwens, voor iemand als Heintje, die het succes niét heeft kunnen doortrekken, heb ik evenveel respect, hoor. Zeker weten. In die wijk heeft de muziek altijd deel uitgemaakt van het leven, met onvergetelijke zangers en zangeressen als Johnny Jordaan, Willy Alberti, Tante Leen, André Hazes. Mijn ouders zijn echte Jordanezen en mijn vrouw ook. Mijn grootouders behoorden tot de muzikale scène van de Jordaan. Ik heb het geluk gehad, na mijn succes nog één keer met hen te kunnen optreden, maar mijn grootvader was toen al zo oud dat hij zijn accordeon bijna niet meer kon vasthouden. De Jordanezen hebben een zangtraditie met een heel aparte stijl. Ik probeer die traditie verder te zetten. Ze zit in mijn genen. Daardoor verschil ik van andere levensliedzangers zoals Frans Bauer en Jan Smit die meer bij de schlager aanleunen. Ik heb een andere kleurzang, met hoge lange uithalen, een beetje op zijn Italiaans. André Hazes was de laatste grote die op deze manier zong. Dat is toch weer een heel ander soort levenslied, denk ik. En een ander soort zangers. Onlangs las ik een artikel waarin Jan Smit met André Hazes werd vergeleken. Dat vind ik klinkklare onzin. Elke zanger heeft zijn individualiteit. Wat ik zing, doe ik met hart en ziel omdat het voor mijn gevoel, mijn hersens en mijn hart klopt. Ik heb ook een paar keer in het Engels opgenomen, maar dat voelde niet goed. Voor musicals heb ik dictielessen genomen om ook in het Algemeen Nederlands te kunnen zingen, net zoals in de televisieserie Vrienden voor het leven. Maar als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat het mij minder ligt. Geef mij maar het Amsterdamse levenslied! De cd die nu uitkomt naar aanleiding van de 25ste verjaardag van mijn carrière staat veel dichter bij de echte Danny. Ik heb zelf heel wat nummers geschreven en nu ik naar de veertig ga, heb ik ook al wat meer meegemaakt. Ik heb mensen om me heen zien verdwijnen, ik weet nu echt wat pijn en dood is... Je hebt het leven nodig om te rijpen, dat geldt zeker voor een zanger van het levenslied. Ik hoef niet meer zonodig te zingen over poep op de stoep, begrijp je. Wat ik nu zing, had ik op mijn twintigste niet kunnen zingen. Mijn gezin is nummer één, te allen tijde, dat gaat boven mijn werk. Ik heb een dochter van tien en een zoon van zes. 's Avonds moeten ze me vaak missen als ik optreed, maar daarnaast probeer ik er zoveel mogelijk voor hen te zijn. Ik ben een echte familieman omdat ik hou van mensen om me heen, van gezelligheid. Daarom wonen wij in een rijhuis in Amsterdam. Ik probeer mijn kinderen zo normaal mogelijk op te voeden. Op een volkse manier zoals ik dat zelf heb gekend. n De musical 'Ciske de Rat' loopt van 24 tot 28/9 en van 19/11 tot 30/11 in de Stads-schouwburg van Antwerpen. Info en tickets: tel. 0900 69 900 Filip Godelaine - foto's: Benny De Grove