Filip Godelaine - foto's: Benny De Grove
...

Filip Godelaine - foto's: Benny De GroveNa de openingsconcerten in de Millennium Dome in Londen vertrekt Gentenaar Dirk Brossé dit najaar op tournee door Amerika met Star Wars, musical Journey. Dit is een multimediaspektakel dat door de legendarische filmcomponist John Williams op touw werd gezet en waarbij filmfragmenten uit Star Wars door een liveorkest worden begeleid. Williams werd wereldberoemd dankzij kaskrakers als ET, Schindler's List, Indiana Jones en Harry Potter. Dat hij uitgerekend Dirk Brossé uitkoos om de diverse orkesten voor zijn nieuwste project te dirigeren, is meer dan een eer. In 2010 komt er overigens ook een tournee door Azië en Europa. Dirk Brossé: Ja, voor mij is het een unieke gelegenheid om een aantal absolute toporkesten te leiden waar ik zonder dit project alleen maar van zou kunnen dromen. De Londense Royal Philharmonic, de Boston Philharmonic, de Chicago Symphony,... Williams zei me dat hij mij heeft uitgekozen omdat hij mijn interpretatie van zijn muziek de mooiste vond. Ten eerste moet hij er natuurlijk op toezien dat de partituur correct wordt uitgevoerd en dat is vaak al moeilijk genoeg. Met de rechterhand geef je het ritmische patroon aan maar al de rest - de linkerhand, de gezichtsmimiek, de lichaamstaal - dienen om de muziek gestalte te geven, om het orkest en het publiek mee te sleuren in een emotioneel verhaal. Dat is slechts vijf procent van het werk, maar het bepaalt wel welke klank je uit een orkest haalt. Ik dirigeer op een redelijk exuberante manier, maar het is vooral een kwestie van doseren. De mentale afmatting is veel groter, vooral omdat in dit project fragmenten van films op een reuzegroot scherm worden geprojecteerd en de muziek exact moet samenvallen met de beelden. Als na 3 minuten en 12 seconden een ruimtetuig ontploft, moet ik daar met het orkest pal op zitten, geen fractie van een seconde te vroeg of te laat. Ik kan misschien nog in nanosecondes bijsturen, maar in principe moet het van bij het begin goed zitten. Je moet constant zowel het beeld als het orkest in de gaten houden. Zeker wat de filmcomponisten betreft. Zijn muziek dient de film, maar kan ook afzonderlijk beluisterd worden. Ze is romantisch omdat ze gevoelens en associaties oproept. Filmmuziek maken is een stiel op zich. Die werd samen met het medium geboren, net zoals dat bij opera en musical het geval was. Nu zie je videogamemuziek opduiken. Ook dat zal een aantal nieuwe klassiekers opleveren. Voor componisten die creatief bezig zijn, maakt dat allemaal niet zo veel uit. Moesten Mozart en Beethoven vandaag geleefd hebben, zouden ze ook filmmuziek hebben gemaakt, daar ben ik zeker van. Muziek is voor mij geen doel op zich, het moet ontroeren. Je moet toch een baksteen in je lijf hebben om niet te gaan janken bij Ne me quitte pas als je lief je pas verlaten heeft! Dat is de kracht van de romantische muziek, ze brengt een gevoel over of roept een herinnering op. Dat wil ik ook. Je zou me dus een verteller met noten kunnen noemen. De klank van sommige popartiesten vind ik interessant, maar veel popmuziek ergert mij omdat ze zo voorspelbaar is. De beste muziek is opgebouwd uit vele lagen, maar voor mij moet de bovenste laag altijd makkelijk begrepen kunnen worden. Ik geloof dat van alle klanken die op onze hersenen afkomen, we slechts twee dingen onthouden: het ritme en de melodie. Net zoals we ons van een schilderij enkel de contour en de kleur herinneren. Maar daarnaast zijn er al die zaken die je onbewust meepikt, waarvan je niet weet wat het is maar die je wel aanspreken. Het is zoals bij goede wijn die je lekker kunt vinden zonder te weten waarom. Die onderlagen zorgen ervoor dat de muziek de tand des tijds doorstaat. Iedereen kent de melodie van de Bolero van Ravel, maar wat zit daar allemaal niet onder? Niet noodzakelijk. Waarom zijn sommige deuntjes zo sterk dat ze generaties overleven? Omdat ze naar de eenvoud zijn uitgepuurd. De onderlagen zijn nog wel aanwezig, maar ze zijn onhoorbaar geworden. Zoals Picasso met één enkele lijn een volledig gezicht én een karakter kon weergeven. Ik ben nieuwsgierig naar de wortels van andere muziekculturen en de diversiteit van hun instrumenten. Zo spelen de indianen op een dubbele fluit die wij alleen kennen van afbeeldingen op antieke Griekse vazen. Een ander mysterie is waarom de afstanden tussen de fingergaten bij Chinese en precolombiaanse fluiten exact gelijk zijn, alleen zijn die laatste van terracotta gemaakt waardoor ze warmer klinken. We hebben er geen idee van hoe die muziek toen moet geklonken hebben. Alleen door hun instrumenten nu te bespelen, kunnen we er ons iets van voorstellen. De didgeridoomuziek is nu erg gecommercialiseerd, maar voor de oude aboriginals was het een soort meditatie. Tijdens het spelen, gingen ze hallucineren. Wat ik ongelooflijk vind, is dat ze met één toon een heel verhaal kunnen vertellen. In het Westen leren wij de studenten in de kern van de noot te spelen, anders vinden we dat het vals klinkt. Maar zij zoeken met zo'n didgeridoo net de buitengrenzen van de toon op, waardoor je een soort gezoem krijgt. Al die geluiden hebben een bepaalde betekenis. Wie de patronen kent, kan dus ook uit die ene lange toon een verhaal destilleren. Ik moet toegeven dat mijn poging niet meer dan een experiment was. Ik vind het bijvoorbeeld interessant om een klassieke cello en een aboriginee-instrument samen te brengen, maar dat moet veel verder kunnen gaan. Vele zaken die we nu zien op wereldmuziekfestivals zijn gebaseerd op commerce, niet op een diepe culturele samenwerking vanuit de wortels van de muziek. Cross-over is voor mij veel meer dan een zwarte djembe-speler naast een Indische sitarspeler zetten. Ik heb het gevoel dat voor mij alles nog moet beginnen. En ik wil nog lang lesgeven, want mijn beste leraren zijn altijd mijn studenten geweest, omdat ze me met hun vragen aanzetten tot nadenken. n