Elke vrouw vreest het moment waarop ze iets voelt in de borst. Uiteraard is het dan verstandig zo snel mogelijk een arts te raadplegen, al was het alleen om u gerust te stellen. Maar gelukkig is er meestal niets ernstigs aan de hand.
...

Elke vrouw vreest het moment waarop ze iets voelt in de borst. Uiteraard is het dan verstandig zo snel mogelijk een arts te raadplegen, al was het alleen om u gerust te stellen. Maar gelukkig is er meestal niets ernstigs aan de hand. Een cyste is een holte gevuld met vocht, die in omvang kan variëren van enkele millimeter tot enkele centimeter, onder meer in functie van de menstruele cyclus. Een cyste treedt meestal op tussen 40 en 50 jaar en zelden na de menopauze, tenzij bij vrouwen die hormonen nemen. Ze wordt veroorzaakt door een verstopping van een van de melkgangen, kan geïsoleerd opduiken of in groep. Een cyste is glad, scherp begrensd en beweeglijk (ze rolt onder de huid) en wordt makkelijk vastgesteld door onderzoek van de borst met de hand, mammografie en/of echografie. Het is dit laatste onderzoek dat een cyste met vloeibare inhoud onderscheidt van een tumor met vaste (weefsel)inhoud. Behandeling van een cyste is niet noodzakelijk, tenzij ze erg omvangrijk of pijnlijk is. In dat geval wordt een punctie verricht onder lokale verdoving, waarbij het vocht uit de cyste wordt gezogen. Dit laat meteen toe om, indien nodig, dit vocht verder te onderzoeken om het bestaan van afwijkende cellen uit te sluiten. Het is niet uitzonderlijk dat een cyste zich na enige tijd opnieuw vult. Een geval apart zijn de fibrocystische veranderingen (ook omschreven als ziekte van Reclus, fibrocystische mastopathie en mammaire dysplasie). Hierbij treedt een combinatie op van cysten en fibrose. Meestal is ook deze aandoening onschuldig, al worden deze vrouwen vaak verontrust door nieuw optredende knobbeltjes. Soms gaan fibro- cystische veranderingen echter gepaard met een verhoogde weefselgroei van de cellen die de wand van de melkgangen bekleden (in vakjargon: ductale epi-theelhyperplasie). In dit geval bestaat er wel een verhoogd risico op de ontwikkeling van een kwaadaardige tumor. De symptomen zijn identiek aan deze bij een cyste: een bolletje met regelmatige contouren, glad, niet erg hard en beweeglijk. Een mammografie kan het vetweefsel van het lipoom aantonen en het zo differentiëren van het adenofibroom (zie verder) en de cyste. Een li-poom kan nooit ontaarden in een kwaadaardig gezwel. Als het niet te groot is, vereist het zelfs geen ingreep. Het fibroadenoom (ook adenoom genoemd) komt vaker voor bij jonge vrouwen (15 tot 30 jaar) en bij postmenopauzale vrouwen onder hormonale substitutietherapie. Bij palpatie voelt men een hard, beweegbaar bolletje. Enkel een weefselonderzoek (naaldbiopsie of mammotoom) kan met zekerheid bepalen dat het om een fibro- adenoom gaat. In de overgrote meerderheid van de gevallen is het onschadelijk. Het gebeurt zelden dat het kwaadaardig wordt. Wanneer fibroadenomen opduiken bij vrouwen boven de veertig is de diagnose wat moeilijker te stellen. De arts zal dan sneller kiezen voor een naaldbiopsie of het chirurgisch verwijderen voor verdere analyse. Het gebeurt dat er zich een klein gezwelletje ontwikkelt nabij de uitgang van een van de melkgangen, ter hoogte van de tepelhof. Deze papillomen zijn makkelijk door de dokter te verwijderen. Ze komen vooral voor bij vrouwen van middelbare leeftijd en veroorzaken vaak een bloederige tepelvloed. Mastodynie is een wat barbaarse term voor gevoelige, soms pijnlijke borsten in de periode net voor de maandstonden. Dit komt zeer frequent voor en is het gevolg van hormonale veranderingen tijdens de cyclus. Het is niet verontrustend, voor zover bij het palperen geen zone te voelen is die harder aanvoelt. Wordt mastodynie hinderlijk, dan kan een lokale toepassing van progesteron de klachten verminderen. In 10% van de gevallen is er wél een reden om zich ongerust te maken. Kenmerken die een kwaadaardig knobbeltje onderscheiden van een goedaardig zijn: de contouren zijn minder regelmatig en minder glad, en het knobbeltje kleeft aan de omliggende weefsels of zit erin verweven. Bij bepaalde symptomen moet u zo snel mogelijk een arts raadplegen: wanneer u een verandering in één of beide borsten vaststelt - een kuiltje, een plooi, een (zelfs lichte) vervorming, een intrekking van de tepel,... Om afwijkingen zo vroeg mogelijk op te merken, neemt u het best de gewoonte uw borsten geregeld aandachtig te observeren en ze minstens eenmaal per maand te palperen (zie kader Zelfonderzoek, zo gaat u te werk). Die vroegtijdige diagnose is belangrijk om de kansen op genezing zo groot mogelijk te houden. Borstkanker kan immers, wanneer hij tijdig ontdekt wordt, zeer doeltreffend behandeld worden. Uit recent onderzoek blijkt zelfs dat België, wat borstkanker betreft, de beste overlevingscijfers op vijf jaar (82%) haalt van Europa. Vanaf 40 jaar is een jaarlijks borstonderzoek aangeraden. Maar wanneer u iets voelt of een verandering merkt, raadpleegt u het best meteen een arts. n Een mammografie staat toe zaken te zien die bij palpatie niet worden gevoeld. Wanneer er bijvoorbeeld microcalcificaties vastgesteld worden, zal de gynaecoloog bijzonder alert zijn want dit kan een voorteken zijn van borstkanker. Zware borsten (met veel klierweefsel) maken het moeilijker om afwijkingen te beoordelen. Daarom kan naast een radiografie ook een echografie aangewezen zijn. n De echografie verifieert onder meer of de inhoud van het gezwelletje dat op de mammografie werd gezien vast (adenoom, lipoom, kanker) of vloeibaar is (cyste). Ultrageluidsgolven maken het mogelijk knobbeltjes van 2 à 3 millimeter te detecteren. n Wanneer de testen een tumor hebben aangetoond, wordt onder echografische controle een naaldbiopsie uitgevoerd om verdere analyses te kunnen uitvoeren. Dit gebeurt door de arts, onder lokale verdoving. Met een speciale naald wordt een minuscuul stukje weefsel verwijderd. n Meer nuttig informatie vindt u op www.borstkanker.net en bij de Vlaamse Kankerliga (www.tegenkanker.net)Michèle Rager