Eva Hambach is directeur van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk. Ze werd door het weekblad Knack verkozen tot vertegenwoordiger van de Mens van het jaar 2010, namelijk: de vrijwilliger.
...

Eva Hambach is directeur van het Vlaams Steunpunt Vrijwilligerswerk. Ze werd door het weekblad Knack verkozen tot vertegenwoordiger van de Mens van het jaar 2010, namelijk: de vrijwilliger. Eva Hambach: Het Vlaams Steunpunt is een onafhankelijke vzw, gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap. Het Steunpunt werd eind jaren 70 opgericht om het vrijwilligerswerk te promoten. Toen lag de focus vooral op welzijn. Dat is nadien geëvolueerd. Nu hebben we een intersectorale werking (welzijn, cultuur,...). Daarnaast zijn er ook de provinciale steunpunten en ook op stedelijk of gemeentelijk vlak zijn er verenigingen ter promotie van vrijwilligers- werk. Langs Franstalige zijde is er La platforme francophone du volontariat, onze tegenhanger zeg maar. In Brussel is er Het punt, een vzw die samenwerkt met de Vlaamse Gemeenschapscommissie. Het beleid is dus erg versnipperd. Ik pleit niet meteen voor een minister van vrijwilligerswerk, maar er zou wel wat meer coherentie mogen zijn. Op federaal niveau valt het vrijwilligerswerk onder de bevoegdheid van de FOD Sociale Zaken. Ik zou aanraden eerst de website www.vrijwilligerswerk.be te bezoeken. Daar vindt u heel wat informatie en veel vacatures. Verder zijn er plaatselijke infobeurzen waarop kandidaat-vrijwilligers kennis kunnen maken met het vrijwilligerswerk. Dat is inderdaad een moeilijke discussie. Er zijn daar heel tegengestelde meningen over. Binnen Europa zien we dat bepaalde landen heel erg pro, en andere heel erg contra zijn. In Engeland bestaat er een Agreement of understanding tussen de vrijwilligerssector en de vakbond, een soort afspraak dat vrijwilligers niet op het terrein van de betaalde jobs zullen komen. Vakbonden hebben het vaak moeilijk met vrijwilligerswerk. Zelf zou ik zeggen: we moeten zeker waakzaam zijn dat vrijwilligers niet ingeschakeld worden als gratis werkkrachten, maar we mogen ook geen spoken zien. Vrijwilligers hebben absoluut een grote maatschappelijke meerwaarde, maar dat wil niet zeggen dat ze juridisch niet goed beschermd moeten worden. Ik zie drie belangrijke punten waarop de wet nog aan verandering toe is: 1. Vervangingsinkomens zijn cumuleerbaar met een kostenvergoeding, maar voor wie een overlevingspensioen ontvangt, liggen de grensbedragen lager dan voor de anderen. Dat is niet correct. 2. De wet zou gelijk moeten zijn voor alle vrijwilligers. Nu zijn er nog grote verschillen naargelang de sector. In de welzijnssector bijvoorbeeld zijn vrijwilligers ook verzekerd voor lichamelijke schade, in veel andere sectoren zijn ze enkel verzekerd voor burgerlijke aansprakelijkheid. Dat maakt een groot verschil. 3. Dan is er nog de ingewikkelde regeling rond de feitelijke verenigingen en de verzekering. Vrijwilligers in vzw's zijn verzekerd, die in feitelijke verenigingen enkel als de vereniging een lokale afdeling van een grotere koepel is. Bijvoorbeeld de plaatselijke scouts maken deel uit van de scoutskoepel die een vzw-structuur heeft. Ook wanneer de feitelijke vereniging personeel tewerkstelt is er geen probleem. Maar stel dat je een buurt-comité opricht om een jaarlijks straatfeest te organiseren, dan ben je daar als vrijwilliger enkel verzekerd als de vereniging een verzekering heeft afgesloten en die is dat niet verplicht. En zelfs dan geldt geen immuniteit. D.w.z.: de vrijwilliger kan nog altijd persoonlijk aansprakelijk gesteld worden. Interessant om te weten is, dat feitelijke verenigingen een erkenning kunnen vragen aan de provincie en dat ze dan in aanmerking komen voor een gratis verzekering van de provincie. Maar let op, het is niet omdat de vereniging erkend is dat de vrijwilliger automatisch verzekerd is. Na de erkenning moet de vereniging ook nog de verzekering aanvragen. De bedoeling van het Europees Jaar is niet alleen het vrijwilligerswerk in de schijnwerpers te plaatsen. We willen het ook afsluiten met een soort Europees Witboek. Hierin moeten aanbevelingen komen aan de verschillende beleidsniveaus. Het is immers niet de bedoeling dat de aandacht voor het vrijwilligerswerk stopt eens het Europees Jaar is afgelopen. Er zal een agenda gemaakt worden met een aantal aanbevelingen voor de periode 2011-2020. Zo moet er een meer coherent beleid komen. Momenteel hangt de omkadering te veel af van de sector, zoals ik eerder al zei in verband met de verzekering. Verder zou ik het nuttig vinden om een instrument in te voeren om het effect van een bepaalde maatregel in verband met vrijwilligerswerk te meten. Een andere aanbeveling zou kunnen zijn dat er een actievere politiek gevoerd wordt om uitwisselingsprogramma's met andere Europese landen op te zetten. Binnen het kader van een uitwisselingsprogramma zou er geen probleem mogen zijn op het vlak van de verzekering, want wat de aansprakelijkheid betreft val je onder de wet van het land waar het vrijwilligerswerk wordt uitgevoerd. Gaat iemand vrijwilligerswerk doen in het buitenland buiten het kader van een uitwisselingsprogramma, dan moet die dus waakzaam zijn. Het beleid is versnipperd. De vrijwilliger heeft nood aan meer coherentie.