Ecoparadijs Costa Rica heeft alles voor een droomvakantie. Tussen de evenaar en de Kreeftskeerkring zorgen een twaalftal microklimaten voor een overvloed aan natuurlijke biotopen en weergaloze landschappen. Mangrovebossen, koraallagunes, wouden met dicht en laaghangend bladerdak, machtige vulkanen in het centrale gebergte: een reis naar Costa Rica is een reis naar het hart van Moeder Natuur. De smalle landstrook (nauwelijks 270 km van kust tot kust en slechts 380 km lang) ligt op het raakvlak van twee continenten, op het kruispunt van noord en zuid, tussen de Caraïbische Zee en de Stille Oceaan.
...

Ecoparadijs Costa Rica heeft alles voor een droomvakantie. Tussen de evenaar en de Kreeftskeerkring zorgen een twaalftal microklimaten voor een overvloed aan natuurlijke biotopen en weergaloze landschappen. Mangrovebossen, koraallagunes, wouden met dicht en laaghangend bladerdak, machtige vulkanen in het centrale gebergte: een reis naar Costa Rica is een reis naar het hart van Moeder Natuur. De smalle landstrook (nauwelijks 270 km van kust tot kust en slechts 380 km lang) ligt op het raakvlak van twee continenten, op het kruispunt van noord en zuid, tussen de Caraïbische Zee en de Stille Oceaan. Ontelbare soorten migreerden via deze landbrug, waardoor het land een corridor van biologische uitwisseling werd. Resultaat: een fenomenale biodiversiteit, met bijna vijf procent van alle dier- en plantensoorten die onze planeet rijk is. Naast 857 vogelsoorten herbergt dit paradijs amfibieën en een schat aan tropische planten. De wouden zijn kathedralen van smaragd, met gigantische bomen, overwoekerd door gastplanten. Het krioelt er van insecten en vlinders. De uiterst gevarieerde fauna leeft veilig in meer dan 15 nationale parken en in allerhande biologische reservaten. Ruim een kwart van het Costa Ricaanse grondgebied geniet strikte bescherming. Toen Christoffel Columbus in 1502 deze kust bereikte, dacht hij er een nieuw eldorado te vinden. Hij doopte zijn ontdekking Costa Rica of rijke kust. Goud was er niet te bekennen. Wel een andere vorm van rijkdom: de paradijselijke natuur. Destijds hadden de ontdekkingsreizigers er niet veel oog voor maar vandaag is het land wat blij dat het volop op deze troef heeft ingezet. Welke reisgids over Costa Rica u ook openslaat, u komt gegarandeerd schitterende foto's van piepkleine boomkikkertjes met grote rode ogen, van prachtige vlinders, van ara's en toekans, van kolibries en paradijsvogels tegen. Ook van de partij: leguanen, zeeschildpadden, brulapen en kapucijnaapjes... Allemaal beestjes die u in Costa Rica vrij makkelijk te zien krijgt. Ze bevolken de diverse woudtypes met uiteenlopend klimaat: het regenwoud (vochtig tropisch) en het nevelwoud (minder neerslag maar meestal in nevelwolken gehuld). Uw reis door Costa Rica begint zo goed als zeker in San José, de hoofdstad van het land en op een hoogte van meer dan 1000 m verrassend koel. Wellicht blijft u hier niet lang hangen, ook al is de stad in architecturaal opzicht best interessant. De meeste toeristen zijn te ongeduldig om de rest van het land te zien. En dus gaat het vanuit San José meteen richting het nationale park van Tortuguero (provincie Limón), ook het Costa Ricaanse Amazonewoud genoemd. U bereikt het park tussen woud en zee na een urenlange rit over een weg die eerst flirt met de wolken en dan doorheen valleien en een vulkanisch gebergte naar de zee afdaalt. Dit is de centrale bergketen, de ruggengraat van het land. Eens voorbij de immense bananenplantages (bestemd voor de Amerikaanse markt) begint u aan het moeilijkste deel van de tocht: een hobbelig hindernissenparcours nauwelijks de naam weg waardig brengt u na nog ruim een uur tot aan de verlossende aanlegsteiger. Hier liggen de speedboten die de toeristen naar hun hotel of lodge brengen, doorgaans goed verscholen in het groen. Dertig jaar terug was dit woud nog helemaal kaalgeslagen voor het kostbare hout. En de zeeschildpadden werden zo massaal gedood voor het vlees en de eieren dat ze nagenoeg uitgeroeid waren. Gelukkig besefte de Costa Rica al in 1975, lang voor ecotoerisme trendy werd, hoe belangrijk dit groene Eden wel is. Vandaag worden de nationale parken streng beschermd en beheerd. Een voorbeeld voor de rest van de wereld. Vlak bij het kleurrijke dorpje Tortuguero bespoelt de Caraïbische Zee uitgestrekte stranden. Hier leggen twee soorten zeeschildpadden hun eieren en worden ook hun kleintjes geboren. Van maart tot mei is het strand het terrein van de lederschildpad; tussen juni en oktober graven de groene schildpadden een kuil in het zand om vervolgens tientallen eieren toe te vertrouwen aan de warme bodem. Tijdens het seizoen worden er 's avond uitstapjes georganiseerd. Met wat geluk ziet u het leggen van de eieren van dichtbij. Om de dieren niet te storen bij deze bezigheid gelden er strikte regels: geen foto- of videotoe-stellen, geen flash, geen lampen. Als het écht meezit, maakt u het uitkomen van de jonge zeeschildpadjes mee, die zich meteen na hun geboorte richting vrijheid reppen. De nacht doorbrengen in een houten chalet in het woud is een belevenis. Tussen twee onweersbuien door schreeuwt, koert, krast, fluit, kleppert en ritselt er van alles tussen de hoge bomen. En bij dageraad nemen de brulapen met hun rauwe kreten het over. Het natuurpark bezoekt u met een motorboot of kano. Een andere manier om dit labyrint van water te doorkruisen is er niet. Het nationale park beslaat 50.000 ha overstroomd woud, dooraderd met rivierarmen en kanalen, destijds gegraven door de houthakkers. Eens voorbij het checkpoint van het park glijden de boten over het zwarte water en dringen ze door in het dichte lover. In de lucht: de geur van jungle en hout. Al gauw verwarmt de zon de stilte, in de verte verstoord door de roep van een vogel of de vlucht van een reiger. Bomen en wortels camoufleren de dieren die we willen zien. Gelukkig helpt de gids een handje. Kijk: een groene basilisk. Daarboven een slingeraap en ginds een toekan, een zoetwaterschildpad en een babykaaiman! Een eind verderop halen kapucijnaapjes de zotste kuren uit. Op mooie dagen regent het waarnemingen... en pijpenstelen. Er zit niets anders op dan beschutting te zoeken in de lodge en te wachten tot de zondvloed stopt. In geen enkele andere streek van het land valt meer neerslag dan hier. Maar welk weer het ook is, kolibries, orchideeën en piepkleine kikkertjes krijgt u hoe dan ook te zien. In het centrum van het land, in de Tilarán-keten, ligt de regio Monteverde. Een bestemming die u moet verdienen: u bereikt de groene berg pas na een urenlange, moeizame en chaotische tocht over een weg vol putten. Om uiteindelijk aan te komen in Santa Elena, een dorp dat in de jaren '50 door Amerikaanse quakers werd gesticht. Ze leven er in een nog altijd zelfbedruipende gemeenschap. In het nog steeds sterk geïsoleerde Monteverde kunt u het Reserva Biológica Bosque Nuboso bezichtigen, waar de wind voortdurend nevelwolken doorheen jaagt. Dit reservaat - aangekocht via internationale inschrijvingen - organiseert allerhande activiteiten. Klassiek zijn de wandelingen overdag en 's nachts over paden en hangbruggen hoog tussen de boomtoppen ( skywalking). De vegetatie is overweldigend: lianen, boomvarens, klimplanten, bromelia's, orchideeën en een weelde aan bloemen. Bent u niet vies van een adrenalinestoot, dan is een canopy trail iets voor u: langs een kabel suist u omlaag over bomen, ravijnen en valleien. Heftig en duizelingwekkend. Wie niet zo avontuurlijk is aangelegd, kan de stoeltjeslift nemen. In de streek zijn er ook vlinderserres, kweekboerderijen voor reptielen en amfibieën en uitkijkposten om kolibries te observeren. Een van de mooiste vulkanen is de Irazu (3432 m). Zijn krater is gevuld met smaragdgroen water. De Poás (2708 m) rijgt diverse grote kraters aaneen. En de Botos, de meest zuidelijke vulkaan, omsluit een van de zuurste meren ter wereld. Soms kunt u geisers zien spuiten, een merkwaardig fenomeen. Maar de celebrity onder de vulkanen is El Arenal (krater op 1633 m). Tot 1968 was de in nevelen gehulde vulkaankegel in diepe rust verzonken. Sindsdien barst hij soms in woede uit. Vulkanische bommen, ontploffingen en lavastromen creëren dan een uniek schouwspel en de lavabrokken die langs de bergwand naar beneden donderen laten lange, rood oplichtende sporen na die 's nachts zichtbaar zijn. De flanken van de vulkaan zijn bezaaid met heerlijke en natuurlijke warmwaterbekkens, zoals dat van Tabacón. De meeste hotels bieden een fantastisch uitzicht op de reus, zij het van op eerbiedige afstand. Al wordt de nachtelijke stilte soms verstoord door gerommel in de verte. In Costa Rica zorgt de natuur altijd en overal voor spektakel. U krijgt er een voorsmaakje van het paradijs dat heel lang blijft hangen. U komt er ogen te kort. En het hartelijke onthaal door de Ticos, de bevolking van Costa Rica, doet de rest. Tekst en foto's: Eric Valenne