Cataract, in de volksmond ook staar genoemd, is een oogaandoening waarbij de ooglens geleidelijk aan troebel wordt. Meestal zijn beide ogen aangetast. Op de duur dringt het licht nog onvoldoende door tot het netvlies en begint de patiënt steeds slechter te zien, alsof alles in een mist gehuld is.
...

Cataract, in de volksmond ook staar genoemd, is een oogaandoening waarbij de ooglens geleidelijk aan troebel wordt. Meestal zijn beide ogen aangetast. Op de duur dringt het licht nog onvoldoende door tot het netvlies en begint de patiënt steeds slechter te zien, alsof alles in een mist gehuld is. Bij cataract krijg je steeds meer last van verblinding, vooral wanneer de zon schijnt of wanneer je 's avonds of 's nachts met de wagen rijdt. In zwakverlichte ruimten wordt het ook steeds moeilijker om kleuren en contrasten te onderscheiden. Typisch is bovendien, vooral bij ouderdomscataract, dat je geen mensen meer herkent die iets verder van je verwijderd zijn. Verschillende oorzaken kunnen aan de basis liggen van het probleem: diabetes, geneesmiddelengebruik (o.a. cortisone), eerdere verwondingen aan het oog, een vroegere operatie of ouderdom. In dit laatste geval duiken de eerste tekenen meestal op rond 60 tot 65 jaar. Maar er zijn ook kinderen die geboren worden met cataract. Er bestaat geen behandeling met geneesmiddelen. Tot voor kort was de enige mogelijkheid een ingreep waarbij de zieke lens vervangen werd door een kunstlens. De ooglens zit namelijk in een dun zakje dat bestaat uit een vlies van de cellen die de lens aanmaken. Tijdens de operatie wordt de aangetaste lens verbrijzeld en via een minuscuul gaatje opgezogen. Vervolgens wordt via dezelfde kleine insnede een kunstlens in het zakje geplaatst. Dit alles gebeurt onder plaatselijke verdoving, duurt slechts tien minuten tot een half uurtje en is nagenoeg pijnloos. De patiënt ligt op een tafel met zijn hoofd in een steun. Na de ingreep mag hij het ziekenhuis meestal meteen verlaten. Na een week is het zicht volledig hersteld maar er moeten nog wel een tijdlang druppels in de ogen gedaan worden. De patiënt moet op controle komen na een dag, een week en na een vijftal weken. Probleem is echter dat bij heel wat mensen de cellen van het zakje opnieuw gaan groeien, waardoor er een nieuwe vertroebeling kan optreden. Daardoor moet een aanzienlijk aantal patiënten na verloop van tijd een nieuwe ingreep ondergaan. In België wordt ze jaarlijks 70 tot 80 000 maal uitgevoerd. Om een terugkeer van de lensvertroebeling te voorkomen, ging professor Marie-José Tassignon, diensthoofd oftalmologie in het Antwerpse Universitaire Ziekenhuis, op zoek naar een nieuwe operatietechniek. In plaats van de kunstlens in het kapselzakje te plaatsen, schoof ze het kapselzakje via een ingenieus systeem in de nieuwe lens. Zo krijgen de cellen van dit vlies geen ruimte om opnieuw te groeien en kan er bijgevolg niet opnieuw cataract ontstaan. "De techniek is iets moeilijker uit te voeren en hij vergt wat meer ervaring dan de traditionele, maar de resultaten zijn verbluffend", zegt prof. Tassignon. Ongeveer 75 % van de mensen met cataract komt in aanmerking voor de nieuwe techniek. De overige zijn beter af met de klassieke ingreep, bijvoorbeeld wanneer het weefsel waarmee het kapsel is opgehangen niet stevig genoeg meer is. De nieuwe techniek is intussen internationaal gepatenteerd en wordt ook al terugbetaald door het ziekenfonds. Eén van de bekendste patiënten bij wie professor Tassignon hem tot nu toe toepaste, is koning Albert. Hij werd begin februari met succes geopereerd. nLeen Baekelandt