Dankzij nieuwe rassen is de teelt van tafeldruiven een stuk makkelijker geworden. Ze groeien snel, leveren na drie jaar al eetbare trossen en zijn resistent voor schimmelziekten als meeldauw en botrytis. Voor witte en groene druiven gaat het vooral om de rassen Phoenix, Aurora, Excelsior en Bianca (en het al wat oudere Vroege van der Laan). Voor blauwe druiven is Boskoops Glory het interessantst, voor rode druiven Kalina.
...

Dankzij nieuwe rassen is de teelt van tafeldruiven een stuk makkelijker geworden. Ze groeien snel, leveren na drie jaar al eetbare trossen en zijn resistent voor schimmelziekten als meeldauw en botrytis. Voor witte en groene druiven gaat het vooral om de rassen Phoenix, Aurora, Excelsior en Bianca (en het al wat oudere Vroege van der Laan). Voor blauwe druiven is Boskoops Glory het interessantst, voor rode druiven Kalina. Alle genoemde rassen zijn in ons klimaat geschikt voor de teelt in open lucht. En bovendien hoeft u de trossen niet uit te dunnen. De vruchten blijven dan klein, maar ze zijn sappig en fruitig. Beschikt u over een serre, dan krijgt u grotere vruchten. En u kunt u zelfs wagen aan klassieke kasdruiven als Fosters White Seedling (wit), Frankenthal (rood-blauw) en Royal (blauw). In dat geval zult u de trossen wel moeten uitdunnen en de plant preventief behandelen tegen schimmels. Planten doet u het best in oktober of november op een zonnige plek op het zuiden. Laat de druivenstok opgroeien tegen een pergola, een patio of een stenen terrasmuur die overdag warmte afgeeft. In de zomer zorgt het bladerdak voor schaduw. Ook onder een goed doorschijnend afdak kunnen druiven prima gedijen, op voorwaarde dat het afdak aan één of twee kanten open is. Dus niet in een veranda! Jaar één: doe niets! Uw druivenstok moet groeien en zich vasthechten aan zijn ondergrond. Mochten er al trosjes vruchten verschijnen, dan knipt u die weg. Jaar twee: tussen begin januari en half februari snoeit u de hele plant al even terug tot 60 cm boven de grond. Daarna laat u één tros per rank staan. De ranken zelf snoeit u terug tot net achter het vijfde blad na de overgebleven tros. Verwijder alle okselscheuten met uitzondering van de scheut tussen de stam en de rank. Jaar drie: in de derde winter snoeit u alles terug tot 60 cm boven de grond, behalve de drie of vier sterkste hoofdtakken, die u afknipt op 1,5 m. Zij zullen ranken met trossen vormen. Uw eerste oogst! Vanaf het vierde jaar: in de winter snoeit u de hoofdtakken telkens een eind in. Laat ze zeker niet langer worden dan 6 meter. De vruchtdragende ranken van iedere hoofdtak knipt u net achter het tweede oog af. Blauwe en rode druiventrossen worden door vogels sneller opgegeten dan witte en groene, omdat ze de blauwe of rode kleur gemakkelijker zien. U kunt ze beschermen met een netje van vitragestof, dat u aan de takken bevestigt. Laat enkele trossen hangen tot na de eerste vrieskou. De vruchten hebben dan dat unieke Eiswein-smaakje. Schrikt de zorg om de vruchten u af, dan kiest u voor een sierdruif. De bladeren van de Vitis vinifera Purpurea kleuren paars en omsluiten oneetbare vruchtentrosjes. Bij de Vitis coignetiae worden de bladeren felrood. Leuk meegenomen: hoe armer de grond, hoe mooier de bladeren. Houd er wel rekening mee dat sierdruiven hun blad verliezen en eveneens in de winter gesnoeid moeten worden. n Ludo Hugaerts