Mijn auto maakt al een poosje vreemde geluiden. Wat voor geluiden? Tja, euh... vreemde. Een beetje als een misthoren. Ik weet dat het raar klinkt, maar ik vind geen betere vergelijking voor het geloei dat hij laat horen, soms als de motor koud is, soms als hij warm is, en soms hele dagen niet.
...

Mijn auto maakt al een poosje vreemde geluiden. Wat voor geluiden? Tja, euh... vreemde. Een beetje als een misthoren. Ik weet dat het raar klinkt, maar ik vind geen betere vergelijking voor het geloei dat hij laat horen, soms als de motor koud is, soms als hij warm is, en soms hele dagen niet. - Ik zie niets. De mevrouw van de garage kijkt me wezenloos aan. - Zou het niet kunnen dat er ergens iets wrijft omdat het geen olie krijgt...? - Ik zie helemaal niets. De blik van de vrouw vertelt een duidelijke boodschap: "Misschien kunnen uw hersenen een scheutje olie gebruiken?!" - U gaat toch niet zeggen dat het psychosomatisch is! Ik zeg dit niet om interessant te doen, ik flap het er zomaar uit. Is het niet grappig dat we ons bij de garagist soms net zo uitdrukken als bij de dokter? ( Het is toch niet ernstig? En valt er iets tegen te doen? Hoe lang zal hij buiten strijd zijn?)- Nee. Mevrouw heeft dus geen gevoel voor humor. Ik begin het op de heupen te krijgen. Ik ben niet van plan om met een zieke auto de weg op te gaan, psychosomatisch of niet. Hebben ze dan niemand anders die bekwaam is om me te helpen? En kan ik dat in deze mannenwereld tegen een vrouw zeggen zonder seksistisch te kinken? Ik slik mijn woorden in. Ik ben niet voor niets in het feminisme van de jaren 70 opgegroeid. En ik heb, toeval bestaat niet, vanochtend op de radio gehoord dat vrouwen nog altijd het slachtoffer zijn van discriminatie en clichés. Dus vraag ik maar of ik "iemand van de werkplaats" kan spreken. Iemand met handen vol smeervet. De man stelt vragen waaruit blijkt dat hij weet waarover hij het heeft. ( En wat gebeurt er als je daar op duwt?). Hij stelt zelfs een diagnose (We zullen de remschijven eens bekijken...). Dank u, dokter! Dit alles om te zeggen: wat een stress! De stress van al die dingen die ons ontsnappen, waar we geen vat op krijgen en die we niet controleren. En waar we afhankelijk van zijn. Auto's waarvan je tegenwoordig niet eens meer zelf een lamp kunt vervangen en waarvan de elektronica beslist of er wel of niet gereden wordt. Gsm's die stiekem sms'jes inslikken (het was er, ik heb erop geklikt en opeens was het weg. Waarheen? Waarom? Nooit meer teruggezien...). Vaatwassers die zo gemakkelijk te bedienen zijn als een Boeing en die na het kleinste foutje een hersteller nodig hebben (Natuurlijk kan ik komen, mevrouw. Over een week of acht. En het zal 200 euro kosten).Een recente studie over computers besluit dat er zoiets bestaat als een computerstress-syndroom. Als er iets fout gaat, slaan we onmiddellijk in paniek. De studie merkt ook op dat de moderne consument voortdurend machtelozer is en zich drukker maakt over technische problemen in het dagelijkse leven. Dat is het leuke van studies: ze helpen je geen stap vooruit, maar stellen je toch een beetje gerust. Je bent niet alleen! Anne Vanderdonckt - Hoofdredacteur