Vanaf haar vijftiende schuimde Sabine Appelmans de internationale tennistoernooien af. Bijna vijftien jaar vliegtuighoppen naar alle uithoeken van de wereld. In 2001 was het welletjes. Ze knokte zich nog één keer naar de tweeëntwintigste plaats op de wereldranglijst en hing dan haar racket aan de haak. In stijl. Daar is ze nog altijd fier op. Vandaag woont ze met haar man en twee kindjes tussen de welvende hopvelden van het Pajottenland. De hoofdstad en de vrt zijn maar een boogscheut ver.
...

Vanaf haar vijftiende schuimde Sabine Appelmans de internationale tennistoernooien af. Bijna vijftien jaar vliegtuighoppen naar alle uithoeken van de wereld. In 2001 was het welletjes. Ze knokte zich nog één keer naar de tweeëntwintigste plaats op de wereldranglijst en hing dan haar racket aan de haak. In stijl. Daar is ze nog altijd fier op. Vandaag woont ze met haar man en twee kindjes tussen de welvende hopvelden van het Pajottenland. De hoofdstad en de vrt zijn maar een boogscheut ver. Sabine Appelmans: Het is iets totaal anders. Ik ben op mijn 29ste gestopt met tennis omdat ik voelde dat ik het maximaal bereikbare uit mijn carrière had gehaald. En omdat ik voor mijn dertigste kinderen wou. Dat laatste is op de valreep gelukt. Maar ik had nog geen zin om met pensioen te gaan, ik wou het zwarte gat vermijden. Daarom had ik nog voor ik stopte een contract getekend om als omroepster bij de vrt aan de slag te gaan. Ik vond het belangrijk om meteen een nieuw doel te hebben. Achteraf bekeken was dat iets te overhaast. Ik was er niet klaar voor. Ik vond het wel een leuke job, hoor: teksten schrijven, alles voorbereiden en dan live op antenne. En de andere presentatrices hebben me perfect opgevangen. Maar ik had er niet het talent voor. Ik kreeg heel wat kritiek over me heen maar daar had ik leren mee leven. Later heb ik dan reportages voor Sportweekend gemaakt, dat lag me beter. En nu werk ik mee aan De Tabel van Mendelejev en daar voel ik me als een visje in het water. Ik heb niet het gevoel dat ik ga werken. Ik ben een buitenstaander in het mediacircus. TV-maken is mijn beroep niet, ik hoef niet te vechten voor mijn plaatsje. Misschien wordt er achter de schermen van de televisie ook een robbertje uitgevochten, net zoals in het tennis toen, maar daar sta ik buiten. Even terug naar uw jeugd. Hebben uw ouders u gepusht om te tennissen? Helemaal niet. Mijn ouders hadden geen affiniteit met het tennis. Zij hadden het zelfs nooit gespeeld maar ik had het geluk dat onze buren een tennisterrein hadden aangelegd. Daar ging ik met vriendinnetjes uit de buurt spelen. Op mijn zesde kreeg ik mijn eerste tennisles en ik was meteen gebeten door het spelletje. Mijn beste vriendin in die tijd heeft daar een belangrijke rol in gespeeld. Ik ben namelijk van nature rechtshandig, maar bij de indeling van de groepjes wou ik per se bij mijn vriendin gaan staan, die linkshandig was. Zo heb ik met mijn verkeerde arm leren tennissen en dat ben ik blijven doen. Misschien was ik nog verder geraakt als ik rechtshandig had gespeeld, maar dat is makkelijk gezegd, achteraf. In ieder geval ging ik er van bij de miniemen stevig tegenaan en ik nam deel aan heel veel toernooien, zodat ik op mijn negende al door de tennisfederatie werd opgemerkt. Ze stelden me voor op tennisschool te gaan in Wilrijk. Op mijn elfde ben ik toen op internaat gegaan. Enerzijds lieten mijn ouders mij met pijn in het hart vertrekken, maar anderzijds dachten ze: och, na een jaartje is ze dat wel beu. Ik ben er tot mijn... achttiende gebleven. En toen ging alles heel snel. Op mijn vijftiende was ik al Belgisch kampioene en nam ik aan internationale toernooien deel. Mijn leven bestond uit twee dingen: naar school gaan en tennissen. Verder niks. Geen televisie, geen uitgaansleven, niks. Ik herinner me dat ik het op mijn zeventiende of achttiende al eens waagde iets met vrienden te gaan drinken, maar om twaalf uur was ik al thuis. Soms had ik het er wel eens moeilijk mee dat mijn klasgenoten uitgingen en plezier maakten, maar ik had het ervoor over. Ik had dan weer het voordeel dat ik veel kon reizen. Ik was al heel zelfstandig in die tijd. Op mijn veertiende vloog ik alleen naar Italië. Ik reisde van hotelkamer naar hotelkamer. Ik wist niet beter. Pas toen ik met tennissen stopte, merkte ik dat ik veel gemist had. Al die eenzame avonden, ik denk niet dat ik het nog zou aankunnen. Langer dan tien jaar houd je dat leven niet vol. En als je dan ziet hoeveel tornooien ik maar speelde in vergelijking met Kim en Justine... Niet verwonderlijk dat de burn-out bij hen sneller optreedt. Zij zijn ook op veel jongere leeftijd volop in het circuit aan de slag gegaan. Ik heb eerst mijn studies nog afgemaakt, zodat ik pas op mijn achttiende volop meedraaide. Ik heb veel zelfvertrouwen opgebouwd en leren omgaan met stress. Bepaalde doelstellingen vooropzetten en daar naartoe leven, dat komt me nu nog van pas. Een ander belangrijk punt is omgaan met kritiek. Het duel met Frankrijk in Gent, in 1998. Dat was in het kader van de Fedcup en ik vertegenwoordigde ons land samen met Dominique Monami. Ik wou het zo graag goed doen voor eigen publiek, ik had er keihard voor getraind en verwachtte ontzettend veel. Al mijn vrienden en familieleden kwamen kijken. Maar het werd me allemaal te veel. Dagen voor de wedstrijd kon ik niet slapen en eens op het veld liep het voor geen meter. Alles ging mis. Je hebt wel geleerd om je op het spel te concentreren en je niets van het publiek aan te trekken maar onbewust speelt dat toch een rol. Ik trok me dat persoonlijk aan maar ben toch blij dat ik me uiteindelijk heb weten te herpakken. Toen ik in 2001 stopte, was ik opnieuw opgeklommen naar de 22ste plaats op de wereldranglijst. Dat vond ik een goed moment om afscheid te nemen. In schoonheid. Op het vlak van de mediabelangstelling zeker. De generatie voor mij, met Ann Devries en Sandra Wasserman, haalde net de top 50. Toen ik dan de top 20 binnenkwam, was dat iets fantastisch. Toen ik de kwartfinale haalde in de Australian Open kwamen de mensen 's nachts uit hun bed om mijn partij te volgen. Met Kim en Justine zijn we wat verwend geraakt. Stel dat een meisje als Kirsten Flipkens nu de top 20 haalt, dan zal dat heel wat minder stof doen opwaaien dan in mijn tijd. Van de andere kant verdienen de speelster nu veel meer dan tien jaar geleden. Maar ik klaag niet hoor, ik ben zeer tevreden over de loopbaan die ik gehad heb. Zou u het fijn vinden als uw kinderen ook voor topsport kozen? Ik zou graag hebben dat ze iets ontdekken waarin ze zich helemaal kunnen vinden, dat hoeft niet op het sportieve vlak te zijn. We geven ze wel de kans om veel dingen uit te proberen. Hun ouders zijn sportief ingesteld, dus ze gaan van thuis uit zeker wat oppikken. Maar ik vind het niet gezond daar te veel achter te zitten. Als het er niet inzit, zal het er ook niet uitkomen. Ouders kunnen hun kinderen alleen stimuleren in wat ze graag doen, meer niet. Onze oudste is 4,5 jaar en hij gaat nu voor het eerst een tennisles volgen. Maar we gaan geen tennisveld in de tuin aanleggen, hoor. Sport is vooral een sociaal gebeuren. Je gaat naar de tennisclub, je maakt daar vrienden, je speelt met verschillende personen. Zo blijft het boeiend. Vlak na mijn loopbaan hadden we best naar het buitenland kunnen verhuizen, maar nu zou ik dat niet meer kunnen. De volgende jaren staan vooral in het teken van de opvoeding van de kinderen. We wonen hier graag, de kinderen lopen hier school en we hebben hier onze sociale contacten. Tijdens de winter zoeken we regelmatig de zon op en ik ga nu ook vijf of zes weken per jaar tennisstages in Turkije organiseren. Daarnaast studeer ik voor gezondheidscoach. Ik probeer een evenwicht te vinden tussen mijn eigen dingen doen en de opvoeding van de kinderen. Maar sport zal altijd deel uitmaken van mijn leven, dat staat vast. nFilip Godelaine, foto's Benny De grove