Artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zegt het zo mooi: 'Alle menselijke wezens worden vrij en gelijk in waardigheid en in rechten geboren'.
...

Artikel 1 van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens zegt het zo mooi: 'Alle menselijke wezens worden vrij en gelijk in waardigheid en in rechten geboren'. Helaas is de praktijk vaak anders. Om dat te beseffen volstaat het, het rapport van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding te lezen: een Sikh klaagt over discriminatie omdat hij een tulband draagt; bij een onderhoud met een adviseur van de VDAB krijgt een werkzoekende te horen dat hij te zwaarlijvig is; een transseksuele werkneemster werkt voor een schoonmaakbedrijf. De firma is tevreden, maar de vrouw wordt niet aanvaard door haar collega's; diabetici klagen dat zij gediscrimineerd worden bij het zoeken naar werk en dat ze niet toegelaten worden in sportclubs; de directrice van een vrije school wordt ontslagen nadat de raad van bestuur heeft vernomen dat ze met een vrouw samenwoont; een man wordt te oud bevonden om zich kandidaat te stellen voor een vacante job. Mensen worden gediscrimineerd om allerlei redenen: van hun geslacht tot hun leeftijd, hun filosofische overtuiging tot hun huidskleur,... De meeste klachten over discriminatie - in de vorm van het weigeren van een goed of een dienst û spelen zich af in: de arbeidsmarkt, de sector van de huisvesting, het onderwijs en de ondernemingen die private diensten aanbieden. Nochtans zijn er tal van wettelijke instrumenten die paal en perk (proberen te) stellen aan discriminaties. Nationale zowel als internationale wetteksten, op het vlak van arbeidsrecht en strafrecht: de Wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden; de CAO (collectieve arbeidsovereenkomst) nr. 38 van de Nationale Arbeidsraad over de recrutering en selectie van werknemers (deze CAO verbiedt discriminatie bij de aanwerving, maar zegt niets over de verdere arbeidsrelatie); de Overeenkomst nr. 111 van de Internationale Arbeidsorganisatie over de discriminatie bij de toegang tot het werk en de uitoefening van het beroep; de Richtlijn 2000/43/EG van de Raad van 29 juni 2000 betreffende de gelijke behandeling van personen, zonder onderscheid op basis van ras, etnische afkomst,...; de Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 over de gelijke behandeling bij tewerkstelling en arbeid. Blijkbaar voldoet dit hele arsenaal aan wettelijke instrumenten echter niet. Bovendien gelden al deze bepalingen enkel voor etnische discriminatie bij de aanwerving of tijdens het werk. Er zijn echter nog zoveel andere vormen. Eind 2002 heeft het parlement dan ook een wet gestemd om de strijd aan te gaan tegen alle vormen van discriminatie. De twee Europese richtlijnen zijn nu omgezet in Belgisch recht door de Wet van 25 februari 2003 ter bestrijding van discriminatie en tot wijziging van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racisme- bestrijding, kortweg de antidiscriminatiewet genoemd (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 17 maart 2003). Met deze wet wordt het mogelijk discriminaties langs burgerrechtelijke weg aan te pakken en niet enkel strafrechtelijk. Groot voordeel is de verschuiving van de bewijslast: als u een vermoeden van discriminatie kunt aantonen, moet de aangeklaagde bewijzen dat er géén discriminatie is. Door discriminatie uit de strafrechtelijke sfeer te halen, moet het slachtoffer ook niet meer aantonen dat de dader met opzet handelde. Ook indirecte discriminatie kan dus aangeklaagd worden (zie hieronder). De antidiscriminatiewet geeft een wettelijke definitie van het begrip 'discriminatie'. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen directe en indirecte discriminatie. Er is sprake van directe discriminatie wanneer een verschil in behandeling dat niet objectief en redelijkerwijze wordt gerechtvaardigd, rechtstreeks gebaseerd is op: het geslacht een zogenaamd ras de leeftijd de huidskleur de afkomst de nationale of etnische afstamming de seksuele geaardheid de burgerlijke staat de geboorte het fortuin de religieuze of politieke overtuiging de huidige of toekomstige gezondheidstoestand een handicap of een fysieke eigenschap. Pesterijen worden beschouwd als een vorm van discriminatie als er sprake is van ongewenst gedrag dat verband houdt met deze discriminatiegronden en dat tot doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast en een bedreigende, vernederende of kwetsende omgeving wordt gecreëerd. Het is belangrijk dat pesterijen op deze manier in de antidiscriminatiewet worden opgenomen, want de antipestwet biedt enkel een instrument om klacht in te dienen bij de preventieadviseur als u gepest wordt op het werk (zie daarover het uitgebreide artikel in Plus Magazine nr.178 van december 2002, p.72). Dankzij de antidiscriminatiewet kunt u de pester voor een burgerlijke rechter of strafrechter dagen als het pesten gebaseerd is op één van de discriminatiegronden! Het wordt dus eindelijk ook mogelijk om pesters buiten het werk aan te pakken. Behalve de directe discriminatie, is er ook sprake van indirecte discriminatie. Dit is het geval wanneer een bepaling of een criterium dat op het eerste gezicht neutraal lijkt, uiteindelijk toch schade toebrengt aan een bepaalde categorie van personen. Voorbeeld: iedereen is welkom bij een openbare dienst, maar rolstoelgebruikers worden in feite uitgesloten omdat het gebouw voor hen niet toegankelijk is. Een onderneming kan dus gedagvaard worden als zij geen redelijke aanpassingen doet voor gehandicapten. U leest het goed: de aanpassingen moeten redelijk blijven. Momenteel legt een werkgroep van de interministeriële conferentie voor gehandicapten vast wat 'redelijke aanpassingen' zijn. Elke vorm van directe of indirecte discriminatie is verboden bij: het leveren of het ter beschikking stellen van goederen en diensten aan het publiek; het bepalen van de toegangsvoorwaarden tot arbeid in loondienst, onbetaalde arbeid of arbeid als zelfstandige, met inbegrip van de selectie- en aanstellingscriteria, de bevorderingskansen, de arbeidsvoorwaarden, de voorwaarden voor ontslag en bevordering (CAO nr. 38 bevatte al een verbod van discriminatie bij de selectie en aanwerving, maar ging niet verder); de benoeming of de bevordering van een ambtenaar of de aanwijzing van een ambtenaar voor een dienst; de vermelding in een officieel stuk of in een proces-verbaal; het verspreiden, publiceren of openbaar maken van een tekst, een bericht, een teken of enige andere drager van discriminerende uitlatingen; de toegang tot en deelname aan een economische, sociale, culturele of politieke activiteit toegankelijk voor het publiek. Als u zich het slachtoffer voelt van discriminatie moet u niet noodzakelijk meteen naar een rechter stappen. U kunt zich wenden tot het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding. Dat kan nu voor alle discriminatiegronden (dus niet enkel voor racisme), behalve voor discriminatie op basis van het geslacht, want daarvoor is het Centrum voor Gelijke Kansen niet bevoegd. Voor deze discriminatie zult u zich in de toekomst kunnen wenden tot het Instituut voor Gelijkheid van Mannen en Vrouwen. Dit instituut wordt binnenkort opgericht. Momenteel kunt u enkel terecht bij het ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, tel. 02 233 48 27, maar dat is enkel bevoegd voor discriminatie op het werk. Voor de dossiers waarvoor het Centrum voor Gelijke Kansen bevoegd is, treedt het eerst op als bemiddelaar, maar nadien kan het zich ook, samen met u, burgerlijke partij stellen voor de strafrechter. Dankzij de antidiscriminatiewet kan er een snelle burgerlijke procedure (in kort geding, dus ten laatste 8 dagen nadat de tegenpartij verwittigd werd) worden gevoerd om de discriminatie te laten stoppen (d.m.v. een vordering tot staking). Naargelang het geval, gebeurt dat voor de arbeidsrechtbank, de rechtbank van koophandel of de rechtbank van eerste aanleg. Eerst ontvangt de rechter de klacht, daarna kan hij: - de discriminatoire bepalingen in een overeenkomst nietig verklaren; - eisen dat er een einde wordt gesteld aan de discriminatie; - als het nodig is om de discriminatie te laten ophouden, kan hij bevelen dat zijn beslissing openbaar gemaakt wordt door aanplakking (buiten of binnen de inrichtingen of lokalen van de overtreder) en door bekendmaking via kranten. De antidiscriminatiewet bevat ook een aantal strafbepalingen. Wie aanzet tot discriminatie, haat of geweld tegen een persoon, een groep of een gemeenschap omwille van het geslacht, de seksuele geaardheid, de burgerlijke staat, de geboorte, het fortuin, de leeftijd,... riskeert een gevangenisstraf van een maand tot een jaar en /of een geldboete van 50 tot euro 1000. Bovendien kunnen straffen voor een 'gewoon misdrijf' verdubbeld worden als blijkt dat de drijfveer voor het misdrijf gebaseerd is op één van de discriminatiegronden (ras, geslacht, afkomst,...). Met andere woorden: de wil om te discrimineren is een verzwarende omstandigheid geworden, daar waar dat vroeger niet het geval was. De rechter kan de dader ook een dwangsom opleggen als hij/zij geen einde maakt aan de discriminatie. Slachtoffers van discriminatie weten zich voortaan beschermd door de mogelijkheid van een gerechtelijke procedure. Blijft uiteraard het moeilijke punt van de bewijslast. Hoe bewijst u dat u niet aanvaard werd voor een job omdat u te oud bevonden bent? Het belangrijkste is echter dat de nieuwe wet zorgt voor een verschuiving van de bewijslast: degene die van discriminatie beschuldigd wordt, moet bewijzen dat hij niét discrimineert. Let op: dit betekent niet dat u zomaar eender wie kunt beschuldigen! Het slachtoffer moet een vermoeden van discriminatie kunnen aantonen. Er ligt dus in feite ook nog een stuk bewijslast bij hem. Vandaar dat we het verschuiving van de bewijslast noemen, niet omkering van de bewijslast. De wetgever reikt het slachtoffer twee nieuwe bewijsmiddelen aan. Voor de burgerlijke procedure worden voortaan situatietests of statistieken als bewijs aanvaard. Dit kan concreet betekenen dat bv. de eigenaar van een appartement dat zogezegd 'net verhuurd' is als een homoseksueel paar het wil bezichtigen, problemen kan krijgen. U kunt de discriminatie laten vaststellen door een deurwaarder. n Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding, Wetstraat 155, 1040 Brussel tel. 02 233 06 11; e-mail: centrum@antiracisme.be, www.antiracisme.be. Getuigenissen en klachten kunt u gratis kwijt op het nummer: 0800 17 364 Voor klachten over discriminatie (op het werk) op basis van het geslacht: ministerie van Tewerkstelling en Arbeid, tel. 02 233 48 27A Simon Casette