Mezen lijken acrobaten als ze aan mezenbolletjes komen bengelen. Ze zijn makkelijk uiteen te houden: die met de lange staart zijn staartmezen, die met de koolzwarte hoed koolmezen. Blijft nog de pimpelmees over, die heeft weerbarstig blauw op zijn kop.
...

Mezen lijken acrobaten als ze aan mezenbolletjes komen bengelen. Ze zijn makkelijk uiteen te houden: die met de lange staart zijn staartmezen, die met de koolzwarte hoed koolmezen. Blijft nog de pimpelmees over, die heeft weerbarstig blauw op zijn kop. Geen wonder dat die kleurige vinken met hun prachtige zang vroeger zo geliefd waren als huisdieren: ze zijn mooi én muzikaal! Maar er zijn meer inlandse vogels die niet moeten onderdoen voor de mooie tekening en kleurenpracht van hun exotische volièrebroers: wat dacht u van de zorrolook van de boomklever? Roodborstjes worden vaak opgevoerd in romantische verhalen en op (kerst)kaartjes. Eigenlijk zijn het vechtjassen. Graag een putter (of distelvink) in uw tuin? Dan moet u distels kweken (of ze laten staan). Huismussen (hier een vrouwtje) zien er alledaags uit en toch hebben ze het voor mekaar gekregen dat vogelliefhebbers hen elk jaar willen tellen! De gele kwikstaart is een bedreigde vogelsoort, maar zijn witte broertje blijft vrolijk, mooi én massaal door het leven huppelen. Leken houden roeken niet uit kraaien, maar de kauw met zijn grijze slapen halen ze heel makkelijk uit een verzameling zwarte vogels. Nog kleurrijker zijn de zwart-wit-blauwe eksters, die de laatste decennia iets te goed boeren en hier en daar andere vogelsoorten meedogenloos domineren en verdringen. Omdat het een inlandse vogel is, is hij beschermd zodat eksterkooien met een tamme lokvogel verboden zijn. En ook het leegroven van eksternesten, al dan niet om de jongen te leren spreken, is daardoor illegaal geworden. Lijsters houden van escargots. Aan tangen en vorkjes hebben ze echter geen boodschap: de slakkenhuisjes worden tegen een steen stukgeslagen. Mannetjesmerels ziet en hoort u vooral bij zonsondergang, als ze zingen... en vechten. Spreeuwen zijn meesterlijke imitators. Soms beperken ze zich tot de zang van vogels, maar een van hen deed ons vroeger ergerlijk vaak rechtveren met zijn imitatie van een binnenkomende fax... De blauwe reiger is een grote fan van mensen met een vijver in hun tuin. Vooral als die bescheiden afmetingen heeft - zoiets als een flinke plas - en niet diep is: zo kan hij beter bij die smakelijke vissen... Echt opvallend zijn (veld)leeuweriken niet, met hun bruin-beige verenkleed. Tot ze kwinkelerend van tussen het gras hoog de lucht in vliegen, even blijven hangen en zich dan als een baksteen naar beneden laten vallen. Ieder diertje zijn pleziertje... Buizerds hebben zich slim aangepast aan de heerschappij van koning auto. Palen en bomen naast snelwegen vinden ze prima plaatsen om fastfood te scoren: aangereden dieren of muizen die op achteloos weggegooid eetbaar afval afkomen. De schitterende kleuren van de uit Afrika afkomstige nijlganzen maken hen tot een lust voor het oog. Maar ook het feit dat ze niet in grote vluchten vol gulzige soortgenoten leven, maken hen populairder dan de inwijkelingen die dat wel doen, zoals de Canadese ganzen. Pijlsnelle en onverbiddelijke jagers zijn het, die haviken en ijsvogels, al hebben deze laatste het dit jaar niet onder de markt gehad: de strenge winterprikken deden hen honger lijden en hun aantal zou daardoor fors afgenomen zijn. Het aan banden leggen van pesticiden en meststoffen heeft de kieviten deugd gedaan. Langs de snelweg naar de kust zie je ze weer overal fladderen. Ook de boerenzwaluw doet het beter. Maar tradities zijn moeilijk uit te roeien: tijdens hun trek naar het zuiden lopen ze het risico in de pan te belanden. Futen herkent u van ver omdat ze heel wat lager in het water liggen dan eenden. Spechten zoekt u niet alleen in de bomen (om er gaten in te hakken) maar ook op de grond waar ze insecten zoeken. Aalscholvers herkent u aan de lange nek die zich tegen de lucht aftekent. Ze komen hoe langer hoe meer voor bij ons. Een stuk zeldzamer zijn de groene en de bonte specht. Kleine papegaaien zijn het, de halsbandparkieten, van wie de uit volières ont-snapte voorouders zich erg goed aangepast én geestdriftig voortgeplant hebben. Turkse tortels kwamen uit eigen beweging naar hier afgezakt en ze steken elegant af bij onze plompe bosduiven. Die laten zich echter niet verdrijven. Af en toe vreten ze doodgemoedereerd hele akkers leeg, tot grote ergernis van de boeren. Ariane De Borger - foto's: Wildlife Pictures