Koud hé, deze morgen?", "Goh, het blijft maar regenen... ", "Zalig weertje vandaag!"
...

Koud hé, deze morgen?", "Goh, het blijft maar regenen... ", "Zalig weertje vandaag!" Aan de frequentie waarmee we over het weer spreken, is te merken in welke mate het ons leven beïnvloedt. Wat echter voor de één prima weer is, is het niet voor de ander. Wanneer het wekenlang droog en zonnig is, smeken de hooikoortslijders om regen. En een stevige bries is zalig voor een zeilfanaat maar een drama voor wie in een luie strand-stoel wil zitten niksen. Goed weer en slecht weer zijn dus relatieve begrippen. Minder relatief is het bioweer: de atmosferische toestand die ons gevoel van welbevinden bepaalt. Ieder van ons ondervindt dit wel eens. Bij de één kan een veranderende luchtdruk een migraineaanval uitlokken, bij de ander leidt een lange periode van somber weer naar een depressie, bij nog iemand anders veroorzaakt koud en vochtig weer reuma- en artrosepijn. De weten-schap die dit allemaal bestudeert, de humane biometeorologie of medische meteorologie, is sterk in opmars. Er komt stilaan een nauwere samenwerking tot stand tussen de meteorologie, de geneeskunde en de biologie en dat is een goede zaak voor de gezondheid. Het menselijk lichaam staat immers in interactie met de omgeving. Voortdurend worden we beïnvloed door zonlicht, temperatuur, luchtvochtigheid, luchtdruk en wind. Geestelijk en lichamelijk voelen we ons het best bij een stabiele temperatuur van ongeveer 20°C. Daarom voelen we ons letterlijk opfleuren bij de eerste warme dagen. Ons humeur piekt meteen wanneer de zon schijnt. Het mag zelfs een waterig lentezonnetje zijn! Ongeveer een derde van de bevolking heeft af en toe last van overdreven weergevoeligheid. Mannen zijn minder gevoelig dan vrouwen, maar met de leeftijd stijgt ook de gevoeligheid. Ook de conditie speelt een rol en hoe beter we ons in ons vel voelen, hoe minder invloed het weer op ons heeft. Zodra de zon schijnt, voelen de meeste mensen zich plots energieker, veerkrachtiger en blijer. Vooral na een lange, sombere winter. Zonlicht ontspant en geeft een opgewekt gevoel. Maar niet alleen op psychisch vlak helpt voldoende zonlicht problemen en kwaaltjes te overwinnen. Bij bepaalde aandoeningen heeft de zon zelfs een duidelijk positief effect. Ze is bijvoorbeeld helend bij acne, omdat de uv-stralen de bacteriën doden. Soms kan er dan na de zomer een heropflakkering optreden, maar dat is lang niet altijd het geval. UV-stralen hebben ook een ontstekingswerend effect, wat heilzaam is bij sommige vormen van eczeem. Meer bepaald voor mensen met atypisch eczeem kan een verblijf aan zee wonderen verrichten. De combinatie van zon, zee en rust heeft vaak een zeer gunstige invloed op de huid. Ook mensen met psoriasis hebben meestal baat bij ver-standige blootstelling aan de zon. Hier zijn het vooral de UVB-stralen die een gunstige uitwerking hebben. In zeldzame gevallen wakkeren de zonnestralen de ontsteking aan en wie kampt met een ernstige vorm van psoriasis mijdt beter het vochtig-hete klimaat van de tropen, maar bij de meeste mensen treedt een duidelijke verbetering op. Belangrijk is wel, dat u de huid geleidelijk laat wennen aan de zon en dat u de warmste uren, op en kort na de middag, mijdt. Maar dat is een gouden regel die we allemaal al lang zouden moeten kennen. Vaak wordt gezegd dat de zon een bron is van vitamines. Dat is ietwat overdreven. In werkelijkheid wordt maar één vitamine aangemaakt dankzij de UV-stralen op onze huid: vitamine D. Maar hiervoor is UV-straling wel essentieel en dat is met name voor kinderen belangrijk. Vitamine D fixeert het calcium in de beenderen en zorgt op deze manier voor sterke botten en tanden. Maar ook volwassenen hebben ze nodig om zich te beschermen tegen botbreuken en botontkalking, en om hun weerstand op peil te houden. Vitamine D zou zelfs de kans op kanker helpen verkleinen. Een tekort aan vitamine D, bijvoorbeeld veroorzaakt door een gebrek aan zonlicht, is de oorzaak van rachitis, ook wel eens de Engelse ziekte genoemd omdat ze daar tijdens de industriële revolutie veel slachtoffers maakte. Kinderen die er in de fabrieken werkten, kregen massaal te kampen met botmisvorming door een gebrek aan zonlicht. Vandaag is het aantal rachitislijders weliswaar beperkt tot vrouwen die veel binnenzitten en die buiten alleen gesluierd rondlopen, maar de ziekte is dus nog niet volledig verdwenen zoals velen denken. Een minder duidelijke rol speelt het zonlicht bij reumatische aandoeningen als artritis en artrose. Enerzijds verandert het ziekteverloop niet in een droog en warm klimaat, ze schrijdt gewoon verder, maar anderzijds is er bij de meeste patiënten toch een vermindering van de klachten. De reden is nog niet duidelijk maar het zou kunnen dat een daling van de luchtdruk bij koud en regenachtig weer de weefsels doet uitzetten, wat pijn veroorzaakt. Bij warm krijgen ze niet te kampen met dit effect en dus voelen de patiënten zich beter. Bovendien zorgt de aangename temperatuur bij zonnig weer ervoor dat mensen vaker buiten komen en meer bewegen, wat op zich al zorgt voor een vermindering van de symptomen. De meeste mensen houden van zon, licht en warmte en ze haten regen, donker en kou want die maken hen somber en in sommige gevallen zelfs depressief. Maar ook dat is relatief. "Ik heb een aantal patiënten die zich net 's zomers niet goed in hun vel voelen", zegt huis-arts dr. Lieven Bertrem. "Met name mensen met een wat depressieve inge-steldheid kunnen het vervelend vinden dat iedereen rondom hen blij is omdat de zon schijnt. Ze krijgen het gevoel dat die blijheid een morele verplichting is en durven niet toegeven dat zij zich slecht voelen, want dan worden ze als een uitzondering bekeken. Die mensen durven wel eens verlangen naar donkere dagen. Dan wordt hun depressiviteit door iedereen probleemloos aanvaard want velen van die anderen voelen zich ook niet happy." Naast de psychologische invloed op onze gemoedsgesteldheid, kan de zon ook een negatieve invloed uitoefenen op fysiek vlak. De UV-stralen kunnen zonnebrand op de huid veroorzaken en een ontsteking aan de ogen, denk maar aan sneeuwblindheid. Deze effecten zijn in principe omkeerbaar, maar nog langdurige blootstelling kan tot blijvende schade leiden. Voor de ogen kan dit cataract veroorzaken, het troebel worden van de ooglenzen. Voor de huid kan het een voortijdig verouderingsproces op gang brengen door een verlies van collageen. Ook is rimpelvorming mogelijk. En dan hebben we het nog niet over het risico op huidkanker waarvan inmiddels iedereen zich bewust is, wat echter niet wil zeggen dat we met z'n allen de logische consequenties daarvan wensen in te zien. Nog al te vaak liggen mensen onverantwoord lang en onvoldoende beschermd in de zon... Een overdosis zon kan schadelijk zijn, dat is duidelijk. Maar tijdens een hete zomer wordt onze gezondheidstoe-stand nog meer bedreigd door deshydratatie, vooral op rijpere leeftijd. Dan vermindert namelijk ons dorstgevoel en daardoor drinken we minder. Veel slachtoffers van een hittegolf zijn echter gezonde mensen van middelbare leeftijd die een zware inspanning geleverd hebben in de zon en nadien, "om de dorst te lessen", veel... pintjes gedronken hebben in plaats van water. De eerste alarmsignalen bij hitte zijn vermoeidheid, uitputting en prikkelbaarheid. Uit experimenten is gebleken dat de nauwkeurigheid waarmee een veeleisende taak wordt uitgevoerd reeds afneemt bij temperaturen vanaf 28,5°C. En temperaturen van boven de 32°C leiden tot een opvallende vermindering van het kortetermijngeheugen. Zwaarlijvigen hebben makkelijker last van de warmte, omdat het vetweefsel de zweetklieren blokkeert en de bloedvoorziening naar de huid belemmert. Bovendien werkt het lichaamsvet als een isolator. Het houdt de warmte gevangen. Ook mensen met diabetes, te hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten en schildklieraandoeningen zijn uiterst gevoelig voor hitte. En natuurlijk ook baby's, omdat bij hen de hypothalamus met zijn warmteregulerend vermogen nog niet volledig ontwikkeld is. Baby's die te lang af te rekenen krijgen met hoge temperaturen, kunnen koorts ontwikkelen. Nog meer dan warmte, heeft koude een belangrijke impact op onze gezondheid en ons psychisch welbevinden. Als we het koud hebben, verkleumen we, spant ons lichaam zich op en snakken we naar de warmte van een open haard of een kop thee. Als de temperatuur daalt, gaan we rillen en klappertanden, de haartjes op onze huid komen recht te staan en proberen zo een isolerende laag te vormen. Het zijn typische reacties van het lichaam om de warmte vast te houden, maar dat lukt meestal niet zo best. Ons lichaam is namelijk beter in staat om warmte te verliezen dan ze binnen te houden. De klier die deze uitwisseling regelt, is de hypothalamus. Bij lage temperaturen kan koudediurese ontstaan, overdreven vorming van urine in de nieren. Als we het koud hebben, moeten we sowieso vaker naar het toilet omdat het lichaam de vitale organen beschermt door het warme bloed zoveel mogelijk in de buurt van de kern van ons lichaam te houden, zodat daar de druk en het volume toeneemt. De hypothalamus ervaart dit als een overbodige toename van vocht en geeft de nieren de opdracht meer vocht uit het bloed te verwijderen en als urine af te voeren. Daardoor kan een lichte uitdroging optreden. De hypothalamus bemoeit zich enkel met de binnenkant van ons lichaam, onze vingers en tenen laat ze ongemoeid. En die kunnen het in de winter wel eens erg koud krijgen. Winterhanden en -voeten kennen we allemaal. Het is een soort ontsteking die optreedt door blootstelling aan de kou. Er treedt schade op aan de kleinere bloedvaten en op die manier blijven de voeten en handen gevoelig voor koude. Bij elke blootstelling aan koude, keren de symptomen terug. Hartpatiënten zijn zeer weergevoelig. Dat stelt elk ziekenhuis vast op dagen met hoge concentraties ozon en fijn stof want dan neemt niet alleen het aantal patiënten met longaandoeningen sterk toe, maar ook met hartproblemen. Dat vindt dr. Bertrem niet onlogisch. "Wanneer de longen belast worden, wordt ook het hart belast wat tot hartdecompensatie kan leiden. En als het plots veel kouder wordt, trekken de bloedvaten samen. Daardoor wordt voorkomen dat te veel bloed naar de huid zou stromen, wat een te snelle afkoeling zou veroorzaken. Dit gaat gepaard met een plotse stijging van de bloeddruk. Gezonde mensen kunnen hierbij een onaangenaam gevoel ervaren, maar voor hart- en vaatpatiënten kan het ronduit gevaarlijk zijn. Een sterke temperatuurstijging heeft dan weer het omgekeerde effect: het doet de bloeddruk dalen. Dat klinkt misschien goed voor mensen met een te hoge bloeddruk, maar dit is bedrieg-lijk! Wanneer het lichaam een teveel aan warmte moet kwijtraken, verwijden de bloedvaten zich waardoor de polsslag toeneemt, wat een extra belasting voor het hart betekent." Niet alleen de luchtdruk, de temperatuur en de vochtigheid kunnen ons parten spelen, ook de wind speelt een rol. Een zacht westerbriesje op een snikhete dag is aangenaam maar een scherpe oostenwind verdragen we minder goed. In de bergen ligt het nog gevoeliger. Een warme, droge wind kan er op het humeur inwerken, zeker als hij dagenlang aanhoudt. Het bekendste voorbeeld is de föhn die vaak aan de noordzijde van de Alpen waait. Bij föhnweer krijgen veel mensen last van hoofdpijn, spierpijn, duizeligheid, verhoogde bloeddruk, slapeloosheid en verminderde concentratie. Deze verschijnselen blijken verband te houden met trilling-en die door de luchtstromen worden veroorzaakt. Bij veel mensen werken die trillingen door op het gehoor, waardoor het zenuwstelsel wordt geprikkeld. De wrijving tussen het aardoppervlak en de wind verhoogt bovendien het gehalte aan positieve ionen, wat bij sommige mensen voor ademhalingsproblemen, hoofdpijn en neerslachtigheid zorgt. Maar niet enkel Midden-Europa krijgt te kampen met een vervelende wind. In de Rocky Mountains waait de chinook die bij sommige mensen zware migraine kan veroorzaken. In Israël waait de sharav. En in Italië maakt de zuurstofarme en kurkdroge sirroco veel mensen ziek. Katrien Vervaele