Het Beierse familiebedrijf Geobra Brandstätter was al sinds de jaren '20 van de vorige eeuw actief in de speelgoedsector met producten als speelgoedkassa's, telefoons en spaarpotten in staalplaat. Zoals in vele sectoren schakelde men vanaf de jaren '50 over naar het sterkere en gebruiksvriendelijkere kunststof. Maar in de jaren '70 sloeg de oliecrisis toe, waardoor olieproducten peperduur werden, ook afgeleide producten als plastic. Daarom speelde bedrijfsleider Horst Brandstätter met het idee om kleiner speelgoed te maken om de kosten te drukken. Hij gaf zijn ontwerper Hans Beck de opdracht compacte voertuigen te ontwerpen met enkele poppetjes als accessoires. Maar Beck had een ander, geniaal i...

Het Beierse familiebedrijf Geobra Brandstätter was al sinds de jaren '20 van de vorige eeuw actief in de speelgoedsector met producten als speelgoedkassa's, telefoons en spaarpotten in staalplaat. Zoals in vele sectoren schakelde men vanaf de jaren '50 over naar het sterkere en gebruiksvriendelijkere kunststof. Maar in de jaren '70 sloeg de oliecrisis toe, waardoor olieproducten peperduur werden, ook afgeleide producten als plastic. Daarom speelde bedrijfsleider Horst Brandstätter met het idee om kleiner speelgoed te maken om de kosten te drukken. Hij gaf zijn ontwerper Hans Beck de opdracht compacte voertuigen te ontwerpen met enkele poppetjes als accessoires. Maar Beck had een ander, geniaal idee. Waarom de figuurtjes niet centraal plaatsen en daar een wereld rond bouwen? Hij bestudeerde kindertekeningen en stelde vast hoe eenvoudig figuren daarop worden voorgesteld: alleen een mond en ogen, een neus ontbreekt meestal. Dus gaf hij zijn figuurtje ook geen neus, wel een smiley-lach en grote ogen. De benen liet hij zelfs niet apart bewegen, alleen de armen want hij wou het vooral niet te ingewikkeld maken. Toen Beck met het eerste prototype van 7,5 cm kwam aandraven, was ik helemaal niet overtuigd. Ik vond het maar een kleurloos, neutraal figuurtje," vertelt bedrijfsleider Horst in een video die op de expo te zien is. "Maar Beck zei: Hoe het poppetje eruitziet, is niet belangrijk. Wél wat het allemaal kan: een lans dragen, een kruiwagen duwen, op een ladder kruipen... en op zijn hoofd passen allerlei hoofddeksels!" Uiteindelijk ging Horst toch overstag en in 1974 werd het Playmobil-systeem op de speelgoedbeurs van Nürnberg gelanceerd. Mijn collega's verklaarden me gek. In China kunnen ze miljoenen van die popjes maken, voor een veel lagere prijs, verzekerden ze me. Maar ik wist dat ons figuurtje anders was. Eerst leek het een flop te worden, maar op de laatste dag van de beurs plaatste een Nederlandse speelgoedhandel ineens een bestelling van 1 miljoen Duitse mark. Vanaf toen is de bal aan het rollen gegaan." Op de expo ziet u hoe het is verdergegaan. De eerste figuurtjes waren een ridder, een bouwvakker en een indiaan, nu nog steeds klassiekers uit het aanbod. Nadien verschenen ook piraten, politiemannen, verplegers, cowboys... en ook vrouwelijke popjes. Daarrond kwamen forten, bruggen, paarden, politiewagens, brandweervoertuigen, schepen: kortom een hele parallelle wereld. "Ik wilde de kinderen de gelegenheid geven hun eigen universum te creëren, zodat ze de ingewikkelde wereld van de volwassenen op een begrijpelijke manier konden nabouwen", zei de dit jaar overleden Beck daarover. Met Playmobil kunnen ze situaties uit het echte leven naspelen en daarmee emoties verwerken en vaardigheden aanleren, het is educatief speelgoed. Playmobil heeft zich nooit beziggehouden met voorbijgaande trends of gewelddadige onderwerpen, maar met de jaren zijn er steeds meer thema's bijgekomen. Zo zijn op de expo opstellingen te zien rond de Egyptenaren, inclusief piramide, het leven onderwater of de wereld van de dinosaurussen, altijd populair bij kinderen. Ook de speciale reeksen die elk jaar uitkomen en tot verzamelobjecten zijn uitgegroeid, staan uitgestald. En heuse verzamelaars bouwden veldslagen en themaparken na met hun geliefde figuurtjes. n 35 jaar Playmobil, Spiegel van de wereld, nog tot 3/1/2010 in Speelgoedmuseum Mechelen, Nekkerspoelstraat 21. Di-zo: 10 tot 17 uur. Toegang: euro 7, 3-12j: euro 3. Info: tel. 015 55 70 75 en www.speelgoedmuseum.beFilip Godelaine