Jaarlijks ondergaan circa 25.000 Belgen een ingreep om een vernauwing van de kransslagaders te verhelpen. Een ernstige vernauwing of een acute afsluiting opsporen, gebeurt via een coronariografie. "Er wordt een contrastvloeistof ingespoten om na te gaan waar zich opstoppingen voordoen. Het beeld is te vergelijken met een stratenplan. In een oogopslag krijgen we zicht op de problemen", legt dr. Van Ermen uit. "De twee meest gebruikte behandelingen bij een ernstige vernauwing zijn het dotteren (openrekken van de verstopte slagader om hem vrij te maken) en het plaatsen van een bypass of overbrugging, te vergelijken met een wegomleiding...

Jaarlijks ondergaan circa 25.000 Belgen een ingreep om een vernauwing van de kransslagaders te verhelpen. Een ernstige vernauwing of een acute afsluiting opsporen, gebeurt via een coronariografie. "Er wordt een contrastvloeistof ingespoten om na te gaan waar zich opstoppingen voordoen. Het beeld is te vergelijken met een stratenplan. In een oogopslag krijgen we zicht op de problemen", legt dr. Van Ermen uit. "De twee meest gebruikte behandelingen bij een ernstige vernauwing zijn het dotteren (openrekken van de verstopte slagader om hem vrij te maken) en het plaatsen van een bypass of overbrugging, te vergelijken met een wegomleiding rond een verstopt kruispunt." "Bij het dotteren kijken we met een katheter (een lang, dun slangetje) in de slagader, om vervolgens met een ballonnetje onder zeer hoge druk de vernauwde slagader open te rekken. Om die plek open te houden, wordt er nadien vaak een stent geplaatst. De meest geavanceerde stents - de Drug Eluting Stents - bevatten een geneesmiddel dat het terugkeren van een vernauwing moet tegengaan. In het begin was er discussie of deze nieuwe stents wel een meerwaarde boden ten opzichte van de klassieke, oudere stents. Drug Eluting Stents zijn namelijk duurder, moeten gedurende een langere tijd met twee bloedverdunners worden ingenomen, maar zijn veilig en geven minder terugvernauwing van het bloedvat. Ze worden daarom vooral gebruikt wanneer de kans op een terugvernauwing groot wordt geacht," licht dr. Lieve Van Ermen toe. Intussen is er ook een veel betere techniek ontwikkeld om vernauwingen te evalueren: de FFR-meting. "De bestaande beeldvorming heeft namelijk beperkingen: soms worden stenoses (vernauwingen) opgemerkt terwijl er geen zijn, en omgekeerd, worden er zaken gemist. Door een FFR-metingte doen, kunnen we met quasi 100 % zekerheid vernauwingen opsporen. Bij bloedvaten waarvan we vermoeden dat ze vernauwd zijn, meten we de druk net voor en meteen na de vermeende vernauwing in het bloedvat. Geeft dat een verschil, dan weten we zeker dat er sprake is van een opstopping. Die techniek wordt jammer genoeg nog niet terugbetaald in ons land maar zorgt er wel voor dat er meer accuraat kan worden gestent." Als de opstopping te groot is of zich op een te precaire plek bevindt, kan het nodig zijn om een bypass of een overbrugging aan te leggen door de hartchirurg. "Vroeger gebeurde dat met aders uit de benen die werden getransplanteerd. Vandaag gebruiken chirurgen hiervoor bij voorkeur slagaders, die uit veel sterker weefsel zijn gemaakt dan gewone aders, en met name dan de Arteria Mammaria. Dat zijn twee stukken slagader die zich in de borstkas bevinden (één links en één rechts om de linker- en de rechterborst te bevoorraden) en die we eigenlijk kunnen missen. Bij zo'n overbrugging worden deze stukken slagader aangehecht voor en na de verstopte plek om zo de bloedstroom om te leiden." Nieuw op dit vlak zijn de mini-invasieve operaties via robotchirurgie: de hele transplantatie van een slagader wordt voorbereid en uitgevoerd via een piepkleine opening in de borstholte (thorax). Bypassoperaties geven een vrij goede prognose, met weinig complicaties. De meeste mensen zijn nadien jarenlang klachtenvrij.