Of het Mexicaanse griepvaccin half oktober beschikbaar zal zijn zoals politici beweren, of pas ten vroegste half november zoals de medici op het terrein denken, laten we hier in het midden. Het is hoe dan ook de hoogste tijd om de voor- en nadelen van vaccins op een rijtje te zetten. Prof. Pierre Van Damme van het Centrum voor de Evaluatie van Vaccinaties (Universiteit Antwerpen) helpt ons daarbij.
...

Of het Mexicaanse griepvaccin half oktober beschikbaar zal zijn zoals politici beweren, of pas ten vroegste half november zoals de medici op het terrein denken, laten we hier in het midden. Het is hoe dan ook de hoogste tijd om de voor- en nadelen van vaccins op een rijtje te zetten. Prof. Pierre Van Damme van het Centrum voor de Evaluatie van Vaccinaties (Universiteit Antwerpen) helpt ons daarbij. Een vaccin stimuleert je lichaam om antistoffen aan te maken tegen een ziekteverwekker zonder dat je de ziekte moet doormaken, of in een milde vorm. Als het later in contact komt met die ziektekiem, herkent onze afweer specifiek deze ziekte en kan het die sneller uitschakelen. Wie zich op die manier immuun wil maken, loopt een groot risico om de ziekte te moeten doormaken. Afhankelijk van de infectieziekte, is er kans op verwikkelingen, blijvende ge-zondheidsschade tot een dodelijke afloop toe. Niemand kan voorspellen hoe dat zal verlopen. En er zijn aandoeningen die geen langdurige immuniteit veroorzaken als je ze doormaakt, zoals tetanus of kinkhoest. Er zijn twee soorten. De eerste mogelijkheid bestaat erin een of meer dode (of geïnactiveerde) antigenen (vaak stukjes membraan) af te zonderen, er een hulpstof (een adjuvans) aan toe te voegen en zo een vaccin te maken. De adjuvans dient om de antigenen te stimuleren en ze meer kracht te geven. Vaak bestaan er verschillende vaccins tegen één aandoening, afhankelijk van het aantal antigenen en de hoeveelheid en type adjuvans. Elke firma weegt dat zelf af met de bedoeling een zo efficiënt mogelijk product te maken. Het grote voordeel van dit type vaccin is dat het heel beperkte bijwerkingen heeft: wat roodheid, zwelling van de injectieplaats, spierstijfheid, wat griepale symptomen. Kortom: gevolgen van het spuitje zelf. Soms worden mensen onwel, maar onderzoek wijst uit dat dit meer van psychologische aard is dan een gevolg van het vaccin. Het nadeel van dit type vaccin is dat de vaccinatie meestal moet herhaald worden. Dat is in mindere mate het geval voor het tweede type vaccin, dat wordt gemaakt met levende, afge-zwakte ziekteverwekkers. Daar zijn minder doses voor nodig maar, hoewel het in principe de ziekte niet kan veroorzaken, blijft er het feit dat er iets in het lichaam gebracht wordt dat niet helemaal dood is. Daarom zal men dit soort vaccin doorgaans niet toedienen aan zwangere vrouwen of aan mensen die problemen met hun afweersysteem hebben (bij kanker, hiv,...). Dan moet de arts de risico's nauwgezet afwegen, want misschien kan een vaccin toch het leven van de patiënt redden. Voorbeelden van vaccins met een levende, afgezwakte ziektekiem zijn onder meer die tegen mazelen, bof, rubella en gele koorts. Het eerste type vaccin kan dat zeer zeker niet, maar ook bij het tweede type is de kans op besmetting zo goed als onbestaand. Er is wel een - weliswaar statistisch kleine - kans dat het vaccin niet of niet goed werkt en je de ziekte dus toch krijgt. Met de regelmaat van een klok worden hypotheses ontwikkeld over een mogelijk verband tussen een bepaalde vaccinatie en een aandoening, meestal één waarvoor de geneeskunde nog geen oorzaak gevonden heeft. Zo is al geopperd dat er een verband zou zijn tussen hepatitis B-vaccinatie en multiple sclerose (MS), tussen de mazelen-bof-rubella-vaccinatie (MBR) en autisme en dies meer. Dat zijn mythes die vrij lang aanhouden omdat het even duurt om ze aan de hand van wetenschappelijke studies te weerleggen. Inmiddels is er afdoend bewijs dat alvast de links tussen hepatitis B en MS en tussen MBR-vaccinatie en autisme ongegrond zijn. Uiteraard kijkt de overheid ook nauwlettend toe op mogelijke risico's. De bescherming door vaccinatie wordt niet alleen veroorzaakt door de antistoffen, ook het immuun-geheugen speelt een rol. Dat zijn geheugenlymfocyten die de ziektekiem herkennen en bij contact ermee met-een in gang schieten. Dan worden in een mum van tijd enorm veel anti-stoffen aangemaakt. Onder meer bij hepatitis A en B werkt dat zo. Maar niet alle ziekteverwekkers blijven in dat immuungeheugen hangen: tegen tetanus, difterie en kinkhoest bijvoorbeeld kunnen enkel aanwezige antistoffen opgewekt door een vaccin bescherming bieden. Daarom is een regelmatige hervaccinatie nodig. Destijds eisten een aantal landen dat toeristen ingeënt waren tegen cholera, maar het vaccin gaf maar een heel gedeeltelijke en tijdelijke bescherming. Het gaf enkel een vals gevoel van veiligheid. Voor cholera is het wachten op een nieuwe, efficiëntere generatie vaccins. Verder is het afwegen welke vaccins zin hebben en welke niet. In een aantal gevallen is het absoluut beter om de ziekte niet door te maken. Dat geldt voor ziektes als polio - waarvan gehoopt wordt dat ze tegen 2010-2012 uitgeroeid zal zijn -, mazelen, bof, difterie, kinkhoest. Er zijn ook randgevallen. In tegen-stelling tot in minder fortuinlijke landen is de besmetting met het rotavirus bij ons zelden dodelijk. Maar er worden elk jaar wel veel kinderen door gehospitaliseerd. Dus wordt het rotavaccin vaak aangeraden om die ellende - en de prijs van een ziekenhuisopname voor de ziekteverzekering - te voorkomen. In België is er nu geen algemene aanbeveling om jonge kinderen tegen windpokken in te enten. In de VS is die algemeen verspreid en ook in Duitsland wordt ze courant. Windpokken is op zich goedaardig, maar kan lastige gevolgen hebben voor verzwakte mensen. Het verst gevorderd is het onderzoek naar het malariavaccin, dat nu op grote schaal getest wordt in Afrika. Over een jaar of drie, vier zal dat geïntroduceerd worden, ook al zal het geen 90-95% bescherming bieden. Malaria veroorzaakt immers in Afrika de meeste sterfgevallen. Niet in de testfase, maar wel in ontwikkeling zijn vaccins tegen het norovirus (maag- en darmproblemen), respiratoir syncytieel virus (RSV), cytomegalovirus (CMV) en hiv. Vrij nieuw zijn de therapeutische vaccins. Dat zijn vaccins die worden toegediend aan mensen die al ziek zijn. Het is de bedoeling hun afweersysteem wat te herprogrammeren zodat ze snel veel antistoffen aanmaken. Dat is een piste die gevolgd wordt bij de behandeling van een aantal kankers (bloed-, huid-, long en baarmoederhalskanker). Helemaal niet, er zijn ook vaccins die oraal toegediend worden. Het rotavaccin bijvoorbeeld. De denkpiste is dan dat de weg gekozen wordt die de besmetting volgt. Ook nasale toediening is mogelijk: slijmvliezen lenen zich goed voor de opname van een vaccin. Vandaar dat gewerkt wordt aan een vaccin tegen HPV (Humaan PapillomaVirus) via een vaginale zetpil in plaats van spuitjes. Een groot voordeel van andere toedieningsvormen (zetpillen, sprays, patches...) is dat ze op termijn ook door niet-medici kunnen toegediend worden. Ook wordt bestudeerd of het niet beter is om spuitjes in de huid in plaats van in de spieren te zetten. Zo zou minder hulpstof en antigen nodig zijn. Dat is belangrijk bij pandemieën, als de vaccinproducenten de vraag niet kunnen volgen. Vroeger zette men een vaccin vaak in het achterwerk. Maar zo is het te moeilijk om bij het spierweefsel te geraken, het heeft geen zin om het vaccin in het onderhuidse vet te spuiten. Intramusculaire spuitjes moeten bij volwassenen in de boven-arm worden gezet, of bij wie er veel tegelijk moet krijgen, in de dijspier. Het is sowieso verstandig om een vaccinatie tegen pneumokokken te overwegen, vooral voor 65-plussers. Maar griep kan zelf een virale long-ontsteking veroorzaken, die hoeft niet gepaard te gaan met een bijbe-smetting en daar beschermt het pneumokokkenvaccin dus niet tegen. Overigens loopt die leeftijdsgroep in ons land minder risico op een besmetting met A/H1N1, omdat ze al min of meer beschermd zijn door blootstelling jaren geleden aan een soortgelijk griepvirus. Die leeftijdsgroep heeft bovendien een voorbeeldige dekking van meer dan 80% voor het klassieke wintergriepvaccin. Begrijpe wie kan maar bij de gezondheidswerkers ligt die dekking maar om en bij de... 30 %! n Ariane De Borger