Het Hôtel Napoleon op de Place d'Austerlitz staat er nog, de vissershuisjes leunen blijvend tegen elkaar aan in de zes kruisende straten van het dorp. De adelaar bovenop het Napoleonmuseum waakt over het eiland. 's Avonds, in het licht van een spot, lijkt hij tot leven te komen, zijn vleugels te spreiden in de stille straat. De zeebries waait los door het dorp, langs het gehalveerde kerkje, het ommuurde kruitmagazijn en de huizen, tot over de vestingmuren langs de oestervelden.
...

Het Hôtel Napoleon op de Place d'Austerlitz staat er nog, de vissershuisjes leunen blijvend tegen elkaar aan in de zes kruisende straten van het dorp. De adelaar bovenop het Napoleonmuseum waakt over het eiland. 's Avonds, in het licht van een spot, lijkt hij tot leven te komen, zijn vleugels te spreiden in de stille straat. De zeebries waait los door het dorp, langs het gehalveerde kerkje, het ommuurde kruitmagazijn en de huizen, tot over de vestingmuren langs de oestervelden. Ik ben op het eiland Aix, dat amper 240 inwoners telt. In de zomer groeit de bevolking aan tot enkele duizenden vakantiegangers, cruiseschepen leggen er aan en droppen een horde passagiers voor anderhalf uur. Er mogen geen auto's op Aix, behalve enkele dienstwagens. De kruidenier blijft het hele jaar open en voert elke dag per boot vers brood aan vanuit Fouras. Bij mijn gehuurde vissershuisje horen enkele gammele maar bruikbare fietsen, waarmee ik op het eiland rondtoer. Na amper 7 km, over een pad dat grotendeels langs de zee loopt, ben je helemaal rond. De lucht is stralend en helder. Ik haal stokbrood en croissants, koop koffie, pasta, tomaten en Franse wijn. En ga langs bij ostréiculteur Franck. Met een plastic zak vol vers uit zee geplukte oesters aan mijn stuur fiets ik naar huis, het brugje over, de omwalling van de bourg in. Aix is een versterkt eiland en werd lang mee bewoond door militairen. Hoewel er volgens de conservator van het Napoleonmuseum al geen spoor meer was van de gevreesde Britse vijand toen alle forten en verdedigingsmuren eindelijk klaar waren. De Fransen waren echter zo getraumatiseerd door hun verloren oorlog, dat ze muren van steen nodig hadden om hun angsten te bezweren. De fortjes op Aix dienden vooral als gevangenis, net als het machtige Fort Boyard, dat in zee voor anker lijkt te liggen als een spookschip uit de 17de eeuw. Op 12 juli 1815 ontscheept keizer Napoleon Bonaparte op Aix met een groep getrouwen. Zijn situatie was, na de nederlaag bij Waterloo, kritiek. Hij neemt zijn intrek in het gouverneurshuis om zich, na lang beraad en onder zachte dwang, over te geven aan de Britten. Op 15 juli verlaat hij Aix op een Engels schip, op weg naar verbanningsoord Sint-Helena, niet meer dan een rots in de oceaan, waar hij jaren later overlijdt. In 1925 koopt baron Napoleon Gourgaud het gouverneurshuis op waarin die andere Napoleon zijn laatste dagen op Franse bodem doorbracht. Hij bouwt het uit tot een museum vol Napoleonsouvenirs: beel- den, klokken, schilderijen. De Gourgauds worden verliefd op het eiland. Barones Gourgaud, geboren Eva Gebhart, een schatrijke Amerikaanse, was door haar ouders samen met het familiefortuin ingewisseld tegen een Europese schoonzoon met adellijke titel. Baron Gourgaud, verzamelaar van moderne kunst, van liaisons met zowel mannen als vrouwen, en jager op groot wild in Afrika, kreeg zo volop de kans om zich aan zijn dure liefhebberijen over te geven. Daar getuigt het Afrikaanse museum vol jachttrofeeën en opgezette wilde dieren van. Zelfs de dromedaris waarop keizer Napoleon in Egypte rondreed, werd naar Aix verscheept, waar hij verbaasd tussen lotgenoten uit Midden-Afrika staat. Museumdirecteur Christophe Pincemaille neemt me mee naar de zolder van het museum. Krakende planken vloeren, kasten vol boeken en ettelijke portretten van madame la baronesse. Mooi was ze niet, poor little rich girl, met haar veel te grote mond en rechthoekige kin. Jean Cochard was jarenlang burgemeester van Aix, na een carrière als scheepsofficier. Gebreide muts, een gelooid gezicht, "maar de benen willen niet meer mee". Fietsen lukt wel. Hij neemt me mee naar de begraafplaats, een ommuurd kerkhof waar je de zee en de wind hoort. Hij bemande ook jarenlang de reddingspost en hielp niet enkel schepen, maar ook mensen op het droge. "Een eiland is een toevluchtsoord voor zij die op het vasteland niet verder kunnen". Dat wil hij me tonen op het kerkhof. Er ligt geen eenzaat of aan lager wal geraakte mens begraven of Cochard heeft hem gekend en geholpen. "En dit lapje grond naast het graf van mijn ouders is voor mij gereserveerd". Ik kijk hem na als hij terug naar huis fietst over het zandpad, voorovergebogen, tegen de wind in. Nog altijd zeeman. Greet Van Thienen - Foto's Ingrid Hannes