We treffen Luc Van der Kelen op een ochtend in het redactionele zenuwcentrum van Het Laatste Nieuws in Kobbegem, vlakbij de Brusselse ring. Het is stilte voor de storm. Straks, na de middag, zal de spanning stijgen. Dan worden journalisten, fotografen, eind-, opmaak- en hoofdredacteurs meegesleurd in de dagelijkse heksenketel van de actualiteit. Van der Kelen zal de belangrijkste nieuwsverhalen van de dag op de voet volgen. Wanneer hij 's avonds rond een uur of acht naar huis rijdt, laat hij alles rustig bezinken en eens thuis, kruipt hij achter het computerscherm om zijn opiniestuk uit te tikken. Al 30 jaar staat hij op met het nieuws en gaat hij ermee slapen. Dat moet een roeping zijn.
...

We treffen Luc Van der Kelen op een ochtend in het redactionele zenuwcentrum van Het Laatste Nieuws in Kobbegem, vlakbij de Brusselse ring. Het is stilte voor de storm. Straks, na de middag, zal de spanning stijgen. Dan worden journalisten, fotografen, eind-, opmaak- en hoofdredacteurs meegesleurd in de dagelijkse heksenketel van de actualiteit. Van der Kelen zal de belangrijkste nieuwsverhalen van de dag op de voet volgen. Wanneer hij 's avonds rond een uur of acht naar huis rijdt, laat hij alles rustig bezinken en eens thuis, kruipt hij achter het computerscherm om zijn opiniestuk uit te tikken. Al 30 jaar staat hij op met het nieuws en gaat hij ermee slapen. Dat moet een roeping zijn. Luc Van der Kelen: Zeker niet. Toen ik 12 was droomde ik er al van journalist te worden. Ik was een heel nieuwsgierig jongetje en dat is wellicht de allerbelangrijkste kwaliteit van een journalist. Ik was geboeid door historische gebeurtenissen, daarom ging ik ook geschiedenis studeren. Ik wou in het oog van de storm staan, deel uitmaken van die hele dynamiek, erbij zijn bij grote historische gebeurtenissen. Ik nam op mijn 24ste deel aan een journalistenexamen bij de toenmalige BRT. Een tijdje later kreeg ik een aanbieding van Het Laatste Nieuws en ik kwam vrij snel bij de eindredactie terecht. Zo raakte ik betrokken bij de samenstelling en de opmaak van de krant, bij het uitsturen van journalisten voor reportages, kortom bij de coördinatie van de redactie. Commentaarstukken waren er toen nog niet bij, maar af en toe was er wel eens een plaatske dat moest worden opgevuld. Dan zag ik mijn kans schoon om eens vrij mijn mening te kunnen spuien. Pas rond mijn veertigste zijn mijn commentaren volwassener geworden. Voor een dergelijke functie mag je niet te jong zijn, je moet ervaring hebben, terug kunnen blikken, vergelijken en historisch perspectief hebben. De laatste tien jaar merk ik dat mijn stukken wat doorleefder zijn geworden. Wat leeft er bij de mensen? En wat is goed hen? Steve Stevaert vroeg me ooit: ga je nu je hele leven journalist blijven? Ik denk dat het antwoord ja is, want in de politiek moet je toch voor een stuk in de rij lopen, je verliest je onafhankelijkheid. Vanop afstand kun je klaarder denken. Als je al een tijd meegaat als editorialist, verwerf je een zekere status. Jonge politici kijken een beetje op naar oudere journalisten. Je krijgt het gevoel dat je te maken hebt met veel onzekere mensen die op vrij jonge leeftijd een aantal dingen moeten doen waarvoor ze de ervaring niet hebben kunnen opbouwen. Het is niet altijd makkelijk geweest. Sommige politici probeerden me te intimideren. Meerdere malen is mijn ontslag geëist dus geniet ik nog meer van mijn werk omdat ik weet dat het morgen gedaan kan zijn. Maar ik geloof dat we de politici ondertussen wel hebben opgevoed. Ze gaan niet meer zo hard tekeer, want ze weten nu dat dit toch weinig zoden aan de dijk brengt en hen zelfs veel schade kan berokkenen. De meeste politici zijn nogal warmbloedige en gepassioneerde mensen. Ze zijn lichtontvlambaar op alle gebied, maar het vuur dooft ook snel weer. Ik beschrijf de Wetstraat vaak als een glazen koepel met enkele ondergrondse straten, bevolkt door politici, lobbyisten, vertegenwoordigers van ziekenkassen en vakbonden, journalisten... En dat alles beïnvloedt mekaar. Toch vind ik dat politici in dit land nog erg bereikbaar zijn voor de burger. Meestal aanschouw ik la comédie humaine van de politieke wereld met een monkellachje. Als sommigen zichzelf opblazen tot het centrum van de wereld, dan gebruik ik wel eens ironie en sarcasme om uit te drukken wat ik daarvan denk. Die bende jonge jongens en meisjes die volop bezig zijn volwassen te worden, gedraagt zich vaak komisch. Maar dat is niet om mee te lachen want zij beslissen over ons leven van elke dag, over ons inkomen. Soms word ik echt kwaad en dan zie je dat in mijn stukken. Toen Bart Somers het had voor de hardwerkende Vlaming tussen de 25 en de 55 heb ik hem gebeld: Bart, tel ik dan niet meer mee? Sindsdien gebruikt hij dat niet meer. Als je de interviews van nu vergelijkt met 30 jaar geleden, dat is een wereld van verschil. Vroeger kon je ontslagen worden voor impertinente vragen! Ook de tijdsdruk en de hoeveelheid nieuws zijn enorm toegenomen. Er gebeurt vandaag meer op een dag dan vroeger in een week. De media functioneren sneller, waardoor er al eens fouten worden gemaakt. Dat is niet erg, als die fouten later maar toegegeven worden. Een krant waarin alle informatie elke dag juist is, bestaat niet. Een deel van de geloofwaardigheid van een krant hangt af van het feit dat ze fouten kan toegeven. Eigenlijk draait het altijd om hetzelfde. We moeten beseffen dat we eerst de welvaart moeten verdienen en ze dan pas kunnen verdelen. En het is belangrijk onze industrie te behouden, net als onze landbouw trouwens. Ik ben een overtuigd antiglobalist. Een globale economie leidt ertoe dat een tiental financiers in Wall Street de wereld gaan domineren. Als je de markt zonder correctie zijn gang laat gaan, is Afrika binnen de kortste keren volgebouwd met Boomsesteenwegen met identieke firma's als in het Westen, daar pas ik voor. Ik hoop dat ik over tien jaar nog steeds aan de slag ben. Ik zal dan 67 zijn, maar tegen die tijd is de pensioenleeftijd ongetwijfeld al opgetrokken, wat ik een goede zaak vind. 75 lijkt mij een mooie leeftijd om met pensioen te gaan. De vergrijzing wordt vaak voorgesteld als een probleem, terwijl dat net een weldaad is voor de maatschappij! Maar nu zie je dat vijftigplussers samen met allochtonen worden ondergebracht in een groep die moet geactiveerd worden, alsof zij buiten de samenleving staat. Dat is het bewijs dat we kampen met een probleem van integratie in onze maatschappij. Bij vrouwen is het al gelukt, maar voor andere groepen is er nog werk aan de winkel. Voor vijftigplussers geldt hetzelfde als voor allochtonen. We moeten hen niet uitrangeren, maar iedereen moet zijn bijdrage leveren en nuttig blijven voor de maatschappij. Niet het langer werken is het probleem, wel de stress op het werk. Als ouderen langer aan de slag blijven zal er minder stress zijn, want het volume van het werk zal niet stijgen. Ik zie zoveel mogelijkheden waarbij gezonde ouderen zich nuttig kunnen maken. Ik denk aan zorgtaken, begeleiding, ervaringsoverdracht.... Wat moeten ze anders doen met al hun tijd? Want ledigheid is het oorkussen van de duivel, nietwaar! n Luc Van der Kelenn wordt geboren op 13 juni 1948 in Boom n studeert geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Gent n gaat in 1972 aan de slag bij Het Laatste Nieuwsn is van 1990-95 tot hoofdredacteur van De Nieuwe Gazet n is sedert 1995 chef van de politieke redactie en commentator van de krant n heeft de laatste 15 jaar meer dan 4000 opiniestukken geschreven, die meer dan eens de gemoederen hebben verhit.Filip Godelaine - Foto's: Benny De Grove