Het muziekinstrumentenmuseum van Brussel, het MIM, dateert uit 1877. Het bestaat dus al veel langer dan wanneer het in 2000 zijn intrek nam in het magnifieke art-nouveaugebouw van de oude winkel Old England. Al die tijd zorgden verschillende conservators ervoor dat de collectie steeds werd uitgebreid met zeldzame en uiteenlopende stukken. Tegenwoordig telt de collectie niet minder dan 8000 unieke stukken, verzameld in het prachtige gebouw. Alle stijle...

Het muziekinstrumentenmuseum van Brussel, het MIM, dateert uit 1877. Het bestaat dus al veel langer dan wanneer het in 2000 zijn intrek nam in het magnifieke art-nouveaugebouw van de oude winkel Old England. Al die tijd zorgden verschillende conservators ervoor dat de collectie steeds werd uitgebreid met zeldzame en uiteenlopende stukken. Tegenwoordig telt de collectie niet minder dan 8000 unieke stukken, verzameld in het prachtige gebouw. Alle stijlen, tijden en origines komen aan bod. Uiteraard trekken sommige stukken meer de aandacht dan andere door hun prachtige vorm, hun historische waarde of doordat ze zeer bevreemdend overkomen. Stukken waarbij de bezoekers geamuseerd of verwonderd blijven staan. Onderverdeeld in vijf hoofdstukken, presenteert het boek idiofone instrumenten (die geluid voortbrengen door erop te slaan, ermee te schudden, erover te wrijven, enz.), membranofone (door te trommelen op een membraan), aerofone (met lucht), chordofone (met snaren) en elektrofone instrumenten (werkend op elektriciteit). In deze laatste categorie is er bijvoorbeeld de theremin die functioneert met ultasone geluiden en de ondes Martenot, een elektronisch klavier uit 1930. Tussen al die vreemde instrumenten staat een ongelooflijk knappe glasharmonica ontworpen door Benjamin Franklin en een heel mooi en fijn versierd Florentijns tamboerijntje dat de vergelijking met een automatisch barbarieorgel perfect kan doorstaan. Omdat België het vaderland is van Adolphe Sax kunnen enkele prachtige altsaxofonen en een schitterende trombone met zeven buizen niet ontbreken. Zeer verrassend ook, is de kroonluchter uit Puurs: een assemblage van blaasinstrumenten in de vorm van reptielen. Ook de snaarinstrumenten zijn sterk vertegenwoordigd met onder meer een Transsylvaanse gardon (de voorloper van de cello), een Antwerpse luit uit het begin van de zeventiende eeuw, een spinet uit Kortrijk en een prachtige Antwerpse klavecimbel uit de zeventiende eeuw. 50 muzikale meesterstukken, de favoriete instrumenten van het MIM, uitg. Renaissance du livre, 128 p, euro12 (euro10 in het museum). MIM, Hofberg 2, Brussel. Toegang: dinsdag tot vrijdag van 9.30 tot 17 uur, weekend van 10 tot 17 uur. Toegang: euro5 (65+: euro4). Info: % 02 545 01 30 en www.mim.be Gilda Benjamin