Eén persoon op drie ontwikkelt in de loop van zijn leven hypertensie (hoge bloeddruk). En al geeft dit niet meteen klachten, toch is een correcte behandeling onontbeerlijk. Hypertensie is immers een belangrijke risicofactor voor hart- en vaataandoeningen. Dat, en nog veel meer, zegt professor Danny Schoors, adjunct-kliniekhoofd cardiologie in het Academisch Ziekenhuis van de VUB.
...

Eén persoon op drie ontwikkelt in de loop van zijn leven hypertensie (hoge bloeddruk). En al geeft dit niet meteen klachten, toch is een correcte behandeling onontbeerlijk. Hypertensie is immers een belangrijke risicofactor voor hart- en vaataandoeningen. Dat, en nog veel meer, zegt professor Danny Schoors, adjunct-kliniekhoofd cardiologie in het Academisch Ziekenhuis van de VUB. Prof. Danny Schoors: We spreken van hypertensie (hoge bloeddruk) wanneer de gemeten bloeddruk meerdere keren -minimaal 3 keer met enkele dagen tussenpauze- hoger is dan 140 mm Hg voor de bovendruk (systolische druk) en/of 90 mm Hg voor de onderdruk (diastolische druk û zie ook kader Hart en bloeddruk). Een éénmalige meting betekent absoluut niets omdat de bloeddruk zeer onderhevig is aan omgevingsfactoren. Gaat u bijvoorbeeld lopen, dan moeten de beenspieren extra zuurstof krijgen. Het hart gaat sneller en krachtiger slaan om de spieren deze zuurstof te kunnen leveren. Tijdens zulke inspanning kan de bloeddruk gemakkelijk oplopen tot 200 mm Hg. Onmiddellijk na de inspanning daalt hij terug naar zijn basiswaarde. Maar ook andere activiteiten (zelfs eten) zijn een inspanning voor het hart. Ook zij zullen de bloeddruk tijdelijk doen stijgen. Een bloeddrukmeting is een momentopname. Op basis van één enkele meting besluiten dat iemand hypertensie heeft, is een grote fout. Wanneer je na een eenmalige meting een behandeling instelt, dan behandel je onvermijdelijk ook een aantal mensen die helemaal geen hypertensie hebben en die zich dan door de medicatie onwel gaan voelen. Neen. Het is een misvatting dat alleen de boven- of de onderdruk belangrijk zou zijn of dat er een bepaald verschil tussen beide waarden moet bestaan. Het enige wat belangrijk is, zijn de twee waarden op zich en zodra één van beide te hoog is, heb je een hoge bloeddruk. Een te hoge onderdruk is niet erger dan een te hoge bovendruk en twee verhoogde waarden zijn niet erger dan één gestegen waarde. Dat is niet altijd zo, maar wel vaak. We spreken in dit verband van het witte-jaseffect. Het is een feit dat naar het ziekenhuis of naar een arts gaan op zich bij veel mensen stress uitlokt die de bloeddruk de hoogte injaagt. En ook dit kan tot foute diagnoses leiden. Door de mensen thuis zelf hun bloeddruk te laten meten, kan dit worden omzeild. Ook later, wanneer een behandeling is ingesteld, kan op deze manier worden nagegaan of de behandeling al dan niet volstaat. Op voorwaarde natuurlijk dat het meten van de bloeddruk geen obsessie wordt en met deze waarden allerhande toevallige klachten geassocieerd worden die er eigenlijk niets mee te maken hebben. Ik geef mijn patiënten de raad hun bloeddruk tweemaal per week te meten, op een rustig moment. Ja, met de semi-automatische bloeddrukmeters die daartoe te koop zijn, is dat echt niet moeilijk. Het volstaat de persoon duidelijk uit te leggen hoe hij het apparaat correct gebruikt. Het probleem is echter dat er geen labeling bestaat voor de kwaliteit van deze toestellen. In Engeland heeft de British Hypertension Society de semi-automatische bloeddrukmeters voor patiënten nagekeken op hun correctheid en ze in functie daarvan een A, B of C-label toegekend, waarbij A uitstekend is en C ontoereikend. Alle polsbloeddrukmeters vallen helaas onder deze laatste categorie. Een degelijke bloeddrukmeter is dus een armbloeddrukmeter die je koopt bij een apotheker, niet in een warenhuis. Neen. Hypertensie is een klinisch teken. De verhoogde bloeddruk veroorzaakt niet meteen klachten maar is gevaarlijk op lange termijn. Als je met een bloeddruk van 170 mm Hg blijft rondlopen dan heb je na verloop van 5 tot 10 jaar een grotere kans op beschadiging van de bloedvaten. Die kunnen immers wel tijdelijk een hogere druk aan, maar niet gedurende jaren. En een beschadiging van de bloedvaten kan wél zeer ernstige gevolgen hebben (lees hierover het kaderstukje De belangrijkste risico's, p. 64). Dat is in de meeste gevallen niet geweten. Onderzoeken we 100 mensen, dan vinden je bij 5 % een oorzaak en bij de overige 95 helemaal niets, welke onderzoeken we ook doen. Bij deze 95 % spreken we van essentiële hypertensie. Heel vaak speelt erfelijkheid hierbij een rol. Meestal uit essentiële hypertensie zich vanaf de leeftijd van 40 à 50 jaar. Deze mensen hebben schommelingen in de bloeddruk - zoals iedereen bij stress en inspanning - maar bij hen zullen ze wat groter zijn en op de duur zullen ze niet meer verdwijnen. De bloeddruk blijft dan continu verhoogd. Deze evolutie van normale bloeddruk naar hypertensie kan gemakkelijk één tot twee jaren duren. Factoren die dit in de hand werken zijn roken, zwaarlijvigheid, overmatig zoutgebruik, diabetes,... Neen. Ik bedoel: het is zeker niet zo dat je voor je veertigste geen hypertensie kunt hebben en dat een hoge bloeddruk op je zestigste normaal is. Bij essentiële hypertensie begint de bloeddrukstijging rond een bepaalde leeftijd, vandaar dat je in de oudere leeftijdcategorieën meer mensen met hypertensie zult aantreffen. Maar het is niet zo dat dit als normaal mag beschouwd worden. 140 mm Hg over 90 is een limiet die voor iedereen geldt, van adolescent tot hoogbejaarde. De richtlijn naar de artsen toe raadt aan bij lichte hypertensie (bv. 155/95 mm Hg) eerst gedurende 3 tot 6 maanden te trachten om zonder medicatie de bloeddruk te doen dalen. De eerste reeks aanbevelingen houdt verband met de voeding. De patiënt krijgt de raad zijn zoutgebruik te beperken. Van het volledig zoutloze dieet zijn we afgestapt, maar we vragen de patiënt geen zout aan zijn voeding toe te voegen en sterk gezouten voedingsmiddelen zoals chips en charcuterie te vermijden. De tweede aanbeveling slaat op de hoeveelheid voeding. De meeste patiënten met hoge bloeddruk hebben overgewicht en we weten uit ervaring dat wanneer mensen met overgewicht gaan vermageren, dit een belangrijke impact kan hebben op de bloeddruk. Soms kan hij zelfs volledig normaliseren of volstaat minder medicatie. Wat de voedingsmiddelen zelf betreft, weten we dat een dieet rijk aan vis een gunstig effect heeft. Uiteraard zal je een bloeddruk van 200/100 mm Hg nooit binnen normale grenzen krijgen door drie-maal per week vis te eten, maar het kan een hulp zijn. Voorts is het zeer belangrijk voldoende lichaamsbeweging te nemen. Tijdens een inspanning stijgt de bloeddruk omdat het lichaam meer zuurstof nodig heeft, maar na de inspanning zakt de bloeddruk tot waarden die lager zijn dan voor de inspanning en dit gedurende meerdere uren. Om een gunstige invloed op de bloeddruk uit te oefenen, moet je wel minstens driemaal per week gedurende minimaal 30 minuten sporten. Geen squash, geen tennis, geen brutale sporten, maar wel activiteiten waarbij je een continu tempo aanhoudt zoals zwemmen, fietsen of joggen. Als zonder geneesmiddelen na verloop van tijd de bloeddruk nog steeds niet beneden de grenswaarden gedaald is, dan is medicatie noodzakelijk. We beschikken over een uitgebreid arsenaal van bloeddrukverlagende geneesmiddelen die elk hun specifieke werkingsmechanisme en kenmerken hebben (zie kader Een heel arsenaal pillen, p. 60). Of een geneesmiddel bij een bepaalde patiënt zal werken en aan welke dosis het een voldoende bloeddrukverlaging zal geven, kunnen we nooit op voorhand met zekerheid zeggen. Eerst wordt voor een bepaald geneesmiddel gekozen en nagegaan of de patiënt daarop voldoende reageert. Is er geen bloeddrukdaling, dan moet voor een andere klasse gekozen worden, is de bloeddrukdaling onvoldoende dan wordt een lage dosis van een tweede geneesmiddel aan de behandeling toegevoegd. Indien nodig wordt in een derde fase de dosis van één van beide middelen opgetrokken. Geeft dat nog onvoldoende resultaat dan kan eventueel nog een derde geneesmiddel aan de behandeling toegevoegd worden. Bij slechts 10 % van de hypertensiepatiënten zal één geneesmiddel volstaan. Bij de overige 90 % moeten meerdere producten worden gecombineerd om tot de streefwaarden te komen. Om nevenwerkingen zoveel mogelijk te beperken zal de voorkeur gegeven worden aan lage dosissen van twee of drie producten, eerder dan een hoge dosis van één geneesmiddel. Soms is het even zoeken vooraleer de geschikte behandeling wordt gevonden. Het is belangrijk dit vooraf aan de patiënt duidelijk te maken. Anders haakt hij af en blijft hij on- of onderbehandeld. Weet je dat 1 op 3 mensen in België een hoge bloeddruk heeft? Van deze mensen is slechts 1 op 3 zich hiervan bewust en van diegenen die het weten wordt slechts 1 op 3 behandeld. Van die groep die behandeld wordt, wordt bovendien slechts 1 op 3 correct behandeld, dit wil zeggen dat de streefwaarden bereikt worden. Met een aangepaste medicatie kunnen we de bloeddruk nochtans onder de limiet van 140/90 doen dalen. Die bloeddrukdaling op zich is evenwel niet het einddoel. We weten dat de medicatie de bloeddruk normaliseert én het risico op verwikkelingen zoals een hartinfarct, een beroerte enz. vermindert. En dát is belangrijk! Een behandeling van hoge bloeddruk is iets dat je op lange termijn moet bekijken. Sommige mensen volgen gedurende een maand hun behandeling, gaan dan eens langs bij de huisarts die een normale bloeddrukwaarde meet en denken dat ze van hun probleem verlost zijn. Fout! Essentiële hypertensie heb je voor altijd. Je moet voor de rest van je leven een behandeling volgen. Vandaar dat het zo belangrijk is zeker te zijn dat de bloeddruk continu te hoog is vooraleer we een behandeling instellen. Stress op zich is geen risicofactor. Tijdens de stressperioden heb je wel een hogere bloeddruk maar dat is meestal slechts een momentopname. Om dat te evalueren kunnen we een continue bloeddrukmeting over 24 uur uitvoeren, waarbij de persoon zijn gebruikelijke activiteiten uitvoert in zijn normale omgeving. Zo kunnen we merken of sommige mensen voortdurend onder spanning staan. Maar dat zijn vrij zeldzame gevallen. Therapietrouw is belangrijk. Bij ruim 20 % van de patiënten laat deze te wensen over. Dat betekent dat zij regelmatig hun medicatie vergeten of ze op verkeerde tijdstippen innemen. De meeste moderne medicatie heeft een werking van ongeveer 24 uur en moet dus slechts éénmaal per dag ingenomen worden. De meeste geneesmiddelen werken tegenwoordig zelfs iets langer dan 24 uur zodat je de medicatie niet steeds exact op hetzelfde uur moet nemen. Dat je je pilletje bijvoorbeeld meestal om 8 uur 's ochtends inneemt, betekent niet dat je nooit meer mag uitslapen. Maar je moet je medicatie toch ongeveer om de 24 uur nemen. Wie ze eens vergeet zou ik de raad geven ze toch nog in te nemen op het ogenblik dat hij of zij eraan denkt en de volgende dag opnieuw op het gebruikelijke uur. Alles hangt echter ook een beetje af van het type medicatie. Een bètablokker bijvoorbeeld zal je niet zo gauw vergeten omdat hij het hartritme vertraagt. Vergeet je dit geneesmiddel te nemen dan voelt het hart zich plots niet meer geremd, gaat het veel sneller slaan en krijg je hartkloppingen. De hypertensie zelf heeft een belangrijke invloed op het seksleven. Het tast de bloedvaten aan en het mannelijke geslachtsorgaan is eigenlijk één en al bloedvat. De penis is dus zeer onderhevig aan een slechte bloedtoevoer. Slecht behandelde hypertensie heeft dus een belangrijke invloed op de potentie. Bètablokkers kunnen als nevenwerking potentiestoornissen geven. Maar het is niet zo dat iedereen die bètablokkers neemt met dit probleem geconfronteerd wordt. Het duikt op bij ongeveer 10 % van de patiënten. Geneesmiddelen die u vrij in de apotheek kunt kopen hebben in principe geen belangrijke invloed op de werking van andere geneesmiddelen. Toch niet als er geen misbruik van gemaakt wordt. Bij de voorgeschreven geneesmiddelen dient daar wel rekening mee gehouden te worden. Antibiotica bijvoorbeeld hebben een belangrijke invloed op de werking van een aantal geneesmiddelen. Oudere mensen hebben vaker last van nevenwerkingen dan jongere, en daar bestaan twee redenen voor. Hun nieren en lever werken trager wat betekent dat eenzelfde geneesmiddel trager afgebroken wordt en dus veel sterker en langer gaat werken dan bij een jonge persoon. Bovendien nemen ze vaak meerdere geneesmiddelen en die moeten allemaal afgebroken worden door lever en nieren. Die kunnen niet met al die geneesmiddelen tegelijk bezig zijn. Vandaar dat het belangrijk is dat een arts steeds op de hoogte is van alle geneesmiddelen die een patiënt neemt, ook als hij vrij regelmatig niet-voorschriftgebonden medicatie gebruikt. n A Leen Baekelandt