Er is niet zoiets als één grote boosdoener die ervoor zorgt dat iemand zijn smaakvermogen kwijtraakt, er zijn een heleboel mogelijke oorzaken. "Anatomisch is dat perfect verklaarbaar", zegt prof. dr. Alex Michotte, neuroloog aan de VUB. "De smaak wordt niet alleen bepaald door de receptoren op de tong, de impulsen moeten langs de zenuwen doorgegeven worden naar de hersens. Maar liefst drie van de twaalf hersenzenuwen hebben met de smaak te maken. De zevende zenuw is de gelaatszenuw die ook met de voorste twee derden van de tong verbonden is, de negende staat in verbinding met het achterste derde en de tiende zenuw zorgt dat onze waarnemingen een betekenis krijgen. Er kan dus op heel veel punten iets misgaan dat smaakstoornissen veroorzaakt. Meestal gaat het dan ook niet om totaal smaakverlies, maar is er sprake van een gedeeltelijk verlies of een vervorming."
...

Er is niet zoiets als één grote boosdoener die ervoor zorgt dat iemand zijn smaakvermogen kwijtraakt, er zijn een heleboel mogelijke oorzaken. "Anatomisch is dat perfect verklaarbaar", zegt prof. dr. Alex Michotte, neuroloog aan de VUB. "De smaak wordt niet alleen bepaald door de receptoren op de tong, de impulsen moeten langs de zenuwen doorgegeven worden naar de hersens. Maar liefst drie van de twaalf hersenzenuwen hebben met de smaak te maken. De zevende zenuw is de gelaatszenuw die ook met de voorste twee derden van de tong verbonden is, de negende staat in verbinding met het achterste derde en de tiende zenuw zorgt dat onze waarnemingen een betekenis krijgen. Er kan dus op heel veel punten iets misgaan dat smaakstoornissen veroorzaakt. Meestal gaat het dan ook niet om totaal smaakverlies, maar is er sprake van een gedeeltelijk verlies of een vervorming." Keel-, neus- en oorartsen kunnen vrij eenvoudig veel te weten komen over het probleem door met een wattenstaafje met de vier verschillende smaken (zoet, zuur, bitter en zout) de verschillende delen van de tong aan te stippen. In andere gevallen moet verder gezocht worden naar een duidelijke oorzaak. Zo kan smaakverlies optreden bij een infectie (stomatitis) of een gelaatsverlamming, na een operatie of een ongeval waarbij zenuwen beschadigd zijn, na het gebruik van bepaalde medicatie. Maar het kan ook een (eerste) alarmsignaal zijn dat de ziekte van Alzheimer of Parkinson aankondigt, of dat wijst op een tumor. Of smaakstoornissen tijdelijk of permanent zijn, hangt van de oorzaak af. "Als de boosdoener een infectie is, houden ze op zodra die genezen is. Dat geldt ook in grote mate voor sinusaandoeningen en soms bij trauma's. Of door een hersenschudding kunnen kleine scheurtjes in een zenuw ont-staan, met hinder tot gevolg, maar dergelijke scheurtjes kunnen (geheel of gedeeltelijk) genezen al is het soms moeilijk om te meten of er verbetering is. Smaak waarnemen is een heel subjectieve ervaring en vaak verloopt zo'n genezingsproces heel geleidelijk." Ook een beroerte kan een aanleiding tot smaakstoornissen zijn ("maar dan kan het probleem weer verbeteren") en als medicatie de smaak beïnvloedt, komt er mogelijk een einde aan het ongemak zodra de therapie afgelopen is. "Antidepressiva kunnen smaakervaringen beïnvloeden. En zowat 60% van de kankerpatiënten krijgen door hun ziekte of door de behandeling ervan last van smaakstoornissen. Daar heb je verschillende oorzaken die door elkaar lopen. Door hun ziekte vermageren die mensen soms extreem, waardoor ze tekorten aan voedingsstoffen krijgen, die ...smaakverlies veroorzaken. Anderzijds krijgen ze soms door de behandeling last van smaakverlies, waardoor ze weer extreem vermageren. Bij behandelingen met taxol bijvoorbeeld gebeurt dat vaak. De bijwerkingen stoppen meestal nadat de behandeling afgelopen is, al duurt het soms lang voor ze helemaal weg zijn. Soms verdwijnen ze niet en wordt het een levenslange kwaal." Bij parkinson en alzheimer, maar ook bij hersentumoren zijn smaakstoornissen vaak een eerste signaal dat er iets fout loopt. Die alarmfunctie vervullen ze ook bij kleine epileptische storingen. "Het af en toe uitvallen of vervormen van de smaak kan een aanwijzing zijn dat er kleine elektrische kortsluitingen optreden in de hersenen, kleine epilepsieaanvalletjes die niet als dusdanig herkend worden." Maar soms is de oorzaak niet duidelijk. "Er zijn smaakstoornissen waar we helemaal geen oorzaak voor vinden. Het enige wat we dan kunnen doen is zink- of vitaminesupplementen toedienen", besluit prof. Michotte. "En soms helpt dat ook, al kunnen we niet uitleggen waarom of hoe." Hecht verbonden aan onze smaakzin en even kwetsbaar, is ons vermogen om te ruiken. Hier kunnen beperkingen en vervormingen optreden door dezelfde oorzaken als bij smaakstoornissen: sinusproblemen, beroerte, medicatie, beginnende alzheimer, parkinson, tumoren,... Het wegvallen van het reukvermogen heeft bovendien niet alleen vervelende, maar ook ronduit gevaar-lijke gevolgen. Wetenschappers schatten dat ongeveer één derde van de mensen met een verminderd reukvermogen al ten minste één ongeval hebben meegemaakt dat anders had kunnen vermeden worden. Aangebrande gerechten, een brandgeur, gaslekken of bedorven voedsel zijn immers niet detecteerbaar voor wie niet goed ruikt. Hier kunnen rookmelders en een betere controle van voedingsmiddelen en gasinstallaties van levensbelang zijn. Ariane De Borger