Ons hedendaags sprookje begint in Uçhisar, een dorpje dat zich vastklampt aan een rotspiek in het diepste hart van Cappadocië. Op de bodem van meren die sinds lang ver-dwenen zijn, vormden vulkaanuitbarstingen hier tien miljoen jaar geleden een laag zachte tufsteen van honderdvijftig meter dikte. De opeenvolgende lavastromen en de erosie door water en wind boetseerden een hallucinant landschap. De eerste mensen vestigden zich hier al in de prehistorie. In de Bronstijd brachten de Assyriërs het schrift naar Anatolië. Later lieten achtereenvolgens de Hittieten, de Perzen, de Romeinen, de Byzantijnen en de Ottomanen zich verleiden door de grillige schoonheid van deze streek. In het begin van het christendom werd ze een wijkplaats voor vervolgde gelovigen. Zij groeven er grotten uit, hele dorpen, kerken en kloosters.
...