Belgen hebben iets van hamsters. Dat blijkt uit het spaargedrag van onze jongeren. Een studie van het OIVO (het onderzoeks- en informatiecentrum voor de verbruikersorganisaties) toont aan dat meer dan 82 % van de jongeren van 12 tot 20 jaar regelmatig zakgeld krijgt van hun ouders. 42 % krijgt ook van de grootouders wat geld toegestopt. Opvallend is dat zo'n 45 % de helft van dat geld spaart. En 32 % spaart zelfs meer dan de helft. Banken en verzekeringsmaatschappijen weten dit. Zij bieden tal van producten aan die specifiek bedoeld zijn voor jongeren.
...

Belgen hebben iets van hamsters. Dat blijkt uit het spaargedrag van onze jongeren. Een studie van het OIVO (het onderzoeks- en informatiecentrum voor de verbruikersorganisaties) toont aan dat meer dan 82 % van de jongeren van 12 tot 20 jaar regelmatig zakgeld krijgt van hun ouders. 42 % krijgt ook van de grootouders wat geld toegestopt. Opvallend is dat zo'n 45 % de helft van dat geld spaart. En 32 % spaart zelfs meer dan de helft. Banken en verzekeringsmaatschappijen weten dit. Zij bieden tal van producten aan die specifiek bedoeld zijn voor jongeren. De spaarrekening, dé klassieker, hoeven we niet voor te stellen. Als u deze vorm van sparen verkiest, opent u bij voorkeur een rekening op naam van het kind zelf. Spaarrekeningen voor kinderen hebben immers een iets hoger rendement dan die voor volwassenen. In de huidige context stelt het verschil niet veel voor maar toch is het geld waarvoor u niets hoeft te doen. De credit-rente op een spaarboekje voor kinderen is 0,25 % tot 0,50 % hoger dan voor volwassenen, zodat het totale rendement (basisrente plus groeipremie en/of getrouwheids premie) bij de meeste grote banken tussen 1,75 en 2 % schommelt. Bij wijze van uitzondering zijn kleinere banken hier soms wat guller, maar ook zij worden niet buitensporig: ze geven maximaal 0,5 % meer. Uiteraard is een spaarrekening niet de enige mogelijkheid om uw nageslacht een (financieel) handje te helpen. Ouders en grootouders kunnen immers zelf intekenen op meer geavanceerde beleggingproducten voor hun kinderen. Als we de beurscijfers mogen geloven, zijn op heel lange termijn (meer dan tien jaar) SICAV's en andere roerende fondsen (aandelen, obligaties) interessant. Maar natuurlijk zeggen de prestaties in het verleden niets over de toekomst... Ter informatie, sommige banken hebben beleggingsfondsen voor de jeugd met aandelen in ondernemingen die het jonge volkje aanspreken: Nokia, Coca-Cola, Kinepolis... Voor ouders en grootouders die niet happig zijn op de beurs, hebben de verzekeringsmaatschappijen andere û lees: veiliger - beleggingsoplossingen voor jonge mensen ontwikkeld. Hun aanbod kan worden verdeeld in twee categorieën van producten, allebei binnen de tak 21 (met gewaarborgd rendement). Enerzijds zijn er de traditionele levensverzekeringen, anderzijds de zogenaamde moderne levensverzekeringen (in het jargon: type Universal Life). De twee systemen hebben hun eigen filosofie, maar voor allebei gelden enkele algemene waarschuwingen, waarmee u uw voordeel kunt doen. Ten eerste is de tarifering van levensverzekeringen altijd op mortaliteitstabellen gebaseerd, zodat het beter is dat de ouders en niet de grootouders als verzekeringsnemer én verzekerde intekenen op een verzekering, met de kinderen als begunstigden. Het kapitaal dat het kind uiteindelijk ontvangt - bij zijn meerderjarigheid, op zijn vijfentwintigste of bij het overlijden van de verzekerde -, zal hoogstwaarschijnlijk een stuk hoger zijn. Nog altijd als gevolg van de tabellen die de verzekeraars gebruiken, is het beter dat de moeder en niet de vader het contract tekent. Vrouwen hebben immers een hogere levensverwachting. Veronderstel bij wijze van voorbeeld dat een van de ouders (30 jaar oud) bij de geboorte van een kind een levensverzekering neemt (voor onze simulatie kiezen we de polis Junior Invest van AGF), met een maandelijkse premie van 50 euro, gekapitaliseerd tegen een bruto rente van 3,25 %. Het kind zal dan een basiskapitaal van euro 17.633,07 krijgen als de vader intekent en euro 17.812,60 als zijn moeder dat doet. Bij dit verschil (euro 179,53) moet je ook de premies tellen (de winstdeelnemingen), die jaar na jaar bij het basiskapitaal komen... Het grootste verschil tussen een traditionele en een moderne levensverzekering is de betekenis van het begrip gewaarborgd rendement. Bij een traditionele levensverzekering is het rendement (bij de meeste maatschappijen tegenwoordig 3,25 %) gewaarborgd tot op de vervaldag. Hij verandert niet. Bij een moderne levensverzekering is het rendement gewaarborgd voor de gestorte premies maar niet voor de toekomstige. Met andere woorden, het rendement varieert volgens de marktrente. Nu de rente laag is, brengt een moderne levensverzekering bij veel maatschappijen slechts 2,75 % op. Dat minder aantrekkelijke rendement wordt echter gecompenseerd door een lichtere kostenstructuur: de kosten van een moderne levensverzekering bedragen gemiddeld 4 tot 6 % van de jaarlijks gestorte premies, terwijl ze bij een traditionele levensverzekering tot drie keer hoger kunnen liggen. Op dit ogenblik bestaan er dus geen grote verschillen in rendement, maar vermits de rentevoeten al enkele maanden aan het stijgen zijn, zouden de moderne levensverzekeringen interessanter kunnen worden. De opbrengst van de gestorte premies is niet het enige element dat we in aanmerking moeten nemen bij onze keuze. Er zijn ook de verschillende dekkingen en sommige waarborgen zijn speciaal voor kinderen bedoeld. Een jongere kan vaak 10 % van het kapitaal opnemen wanneer hij aan hogere studies begint, vanaf de leeftijd van 18 jaar. De huwelijksoptie houdt in dat een jongere die trouwt, op voorwaarde dat hij boven de achttien is, bij zijn huwelijk het volledige kapitaal ontvangt dat voorzien was voor de vervaldag (meestal de 25ste verjaardag)... zonder de laatste 5 jaar premies te storten. Andere maatschappijen geven voordelige voorwaarden voor hypotheken. De verzekeringsnemer kan traditionele clausules kiezen. Zo kan de verzekeraar bij het overlijden, een ongeval of een ernstige ziekte van de verzekerde de premies tot het einde van het contract op zich nemen en daarna het kapitaal uitkeren aan het kind. Hij kan ook het kapitaal onmiddellijk uitbetalen als de verzekerde ouder overlijdt. A François Mathieu