Waarom wordt een inspanningsproef uitgevoerd?

Een inspanningsproef (of ergometrie) kan gebeuren:
...

Een inspanningsproef (of ergometrie) kan gebeuren: om na te gaan of de persoon in kwestie fysiek in staat is bepaalde inspanningen te leveren en om zijn algemeen uithoudingsvermogen te beoordelen om de elektrische activiteit van het hart te evalueren tijdens een toenemende inspanning. Dit bij personen die klagen van pijn in de borst, benauwdheid, hartkloppingen of duizeligheid tijdens een inspanning. De ergometrie kan kransslagaderproblemen (bijv. vernauwingen) aan het licht brengen, of hartritmestoornissen. voor het opstellen en evalueren van een hartrevalidatieprogramma, bijvoorbeeld na een hartinfarct om de longfunctie te evalueren bij aanvang en tijdens bepaalde behandelingen, om de longwerking te verbeteren of ter voorbereiding van een zware longoperatie. In dit geval spreekt men van een spiro-ergometrie omdat tijdens het onderzoek naast hartslag en bloeddruk ook de hoeveelheden opgenomen zuurstof en uitgeademd koolzuurgas worden bepaald. Een inspanningsproef vindt meestal plaats op een loopband of op een fiets. Ze kan in principe ook afgelegd worden op andere toestellen zoals een roeitoestel. Om de arm wordt een manchet aangebracht waarmee regelmatig de bloeddruk gemeten wordt. Op de borst worden elektroden aangebracht waarmee een continue registratie van het elektrocardiogram (de elektrische activiteit van het hart) gebeurt. Wil de dokter ook de zuurstofopname en de afgifte van koolzuurgas bepalen, dan wordt een masker gebruikt of moet de patiënt door een mondstuk ademen terwijl de neus wordt dichtgeknepen met een neusknijper. Het mondstuk is verbonden met een toestel dat de uitwisseling van zuurstof en koolzuurgas berekent. Op één van de vingers of aan een oorlel kan een klemmetje geplaatst worden om het zuurstofgehalte in het bloed te meten. De proefpersoon moet steeds aan hetzelfde tempo blijven fietsen bijv. 70 tot 100 omwentelingen per minuut. Op bepaalde tijdstippen (bijvoorbeeld om de drie minuten) wordt de belasting verhoogd zodat het trappen steeds moeilijker wordt. Bij een loopband worden de snelheid en de helling opgevoerd. De patiënt fietst verder tot volledige uitputting. Daarna wordt nog drie tot vijf minuten uitgefietst, zonder belasting. Een inspanningsproef vergt geen voorbereiding. Wel is het nodig een comfortabele niet-knellende broek te dragen en makkelijk zittende sportschoenen. Het is raadzaam twee uur voor de inspanningsproef niet te zwaar meer te eten en geen zware inspanningen meer te leveren zodat u ontspannen en uitgerust aan de proef begint. Wie geneesmiddelen neemt, mag die op de dag van het onderzoek gewoon innemen tenzij de arts dit op voorhand anders heeft bepaald. Rokers doen er goed aan gedurende vier uur voor de test niet te roken. Neen. Ze is in principe pijnloos en ongevaarlijk. Bovendien wordt voor u aan de proef begint haast altijd een elektrocardiogram in rust gemaakt om te zien of er geen afwijkingen optreden. De inspanningsproef gebeurt steeds onder medische controle. Treden er afwijkingen van bloeddruk of hartritme op, dan zal de test meteen stilgelegd worden. Hetzelfde gebeurt als de patiënt last zou krijgen van pijn in de borst, benauwdheid of duizeligheid. Een inspanningsproef is wel uiterst vermoeiend. Voor een zo precies en betrouwbaar mogelijk resultaat is het belangrijk dat u tot het uiterste gaat. Gun uzelf nadien voldoende tijd om optimaal te recupereren. Leen Baekelandt