Vanuit mijn hotel zie ik Santorini û een van de Griekse Cycladen û aan mijn voeten liggen, een roomkleurige mozaïek van geblokte huizen in het zachte licht van de ochtendzon. Een blauwe of groene vlek verraadt een venster, dat fel afsteekt tegen de witte gevels. Links blikt een koepelkerk over de diepblauwe zee, rechts dobberen veelkleurige visserssloepen nabij oude grotwoningen. Dat beeld vind en vond ik op veel Griekse eilanden. Of ik nu Kreta, de Ionische, de Egeïsche of de Argo-Saronische eilanden aandoe, overal ...

Vanuit mijn hotel zie ik Santorini û een van de Griekse Cycladen û aan mijn voeten liggen, een roomkleurige mozaïek van geblokte huizen in het zachte licht van de ochtendzon. Een blauwe of groene vlek verraadt een venster, dat fel afsteekt tegen de witte gevels. Links blikt een koepelkerk over de diepblauwe zee, rechts dobberen veelkleurige visserssloepen nabij oude grotwoningen. Dat beeld vind en vond ik op veel Griekse eilanden. Of ik nu Kreta, de Ionische, de Egeïsche of de Argo-Saronische eilanden aandoe, overal tref ik een doolhof van madurodamachtige straatjes en pleintjes, de geblokte bouwstijl met felgekleurde deuren, luiken en trapleuningen, de vuurrode hibiscus en sierlijke bougainvillea die speels over de trapleuningen en gevels groeien. Voor het overige is alles wit: de met cement gevoegde tegels, de eindeloze muren, de stoepen, de trappen, ja zelfs de stammen van de schaarse bomen! Het geeft de straatjes een bijna badkamerachtige indruk, waarin ik nochtans makkelijk verdwaal. In elke Griekse havenstad raakt zelfs een geoefende boyscout na korte tijd het noorden kwijt. Elke morgen û een niet te missen schouwspel! û schudden witbesnorde vissers met donkere petten de vangst van de voorbije nacht uit ruwe kisten op de stenen tafels aan de havenkant. Ondertussen ontrafelen en herstellen collega's de beschadigde netten, want morgenvroeg moeten de lege kisten opnieuw gevuld zijn met inktvis, zwaardvis, kreeften... Soms duiken vissers naar stekelige axinos (zee-egels). Ze moeten met een mes worden opengesneden voor het zachte vlees, erg lekker met citroen en brood. Wat verder laten groenteverkopers hun grote weegschalen werken. Het zijn de laatste resten van de aloude Griekse levenswijze, zoals we die nog vinden op nostalgische schilderijen in ettelijke bars en tavernas. Toen de stadjes nog dorpen waren, diep verborgen in de bergen, vol trapstraatjes en schuine paadjes die aan de kuiten en de knieën vreten, dicht bij elkaar genesteld tegen de dreiging van piraten zoals Barbarossa, of tegen indringers zoals de Turken en vooral de Venetianen. Op een stralende zondagochtend is er niets mooiers dan de heuvels in te trekken, waar ik vanuit allerlei kerken in de vele witte dorpen de gezongen missen door de vallei kan horen weerklinken. Aan leuke taferelen is hier geen gebrek: een man laadt een kist kippen op het dak van zijn wagen, een ruiggebaarde visser brengt een zak kreeften naar een bevriend restaurant, zwartgeklede vrouwen keren terug van de kerk, bij de slager houdt een man met een mepper de vliegen van de rijen worsten. Het is een voltijdse job.Georges Gielen