Zo omstreeks 1880 moet de schok voor de keuterboertjes uit de Leiedorpen Latem en Deurle ten zuiden van Gent groot geweest zijn. In die tijd kwamen Gentse kunstenaars als Valerius De Saedeleer, George Minne, Karel en Gusstave Van de Woestijne zich hier vestigen. Op de dorpsweggetjes liepen ineens anarchistische hippies op blote voeten en in zwarte kleren rond. Na deze eerste Latemse School koos ook Albert Servaes voor een plek aan de Leie. Daarna, tussen 1910 en 1940, volgde een tweede golf kunstenaars met bekende namen als Constant Permeke, Frits van den Berghe, de broers Gust en Leon De Smet en schrijver Cyriel Buysse. De meesten werkten eerst in neo-impressionistische stijl, om na 1918 het expressionisme te omarmen. Hun aanwezigheid trok al snel rijke burgers en ondernemers aan, die de combinatie van de goedkope bouwgrond en het artistieke bohemiensfeertje best konden pruimen. Zij begonnen villa's te bouwen...