Elk jaar herbegint het. Van zodra we de eerste lentelucht inademen, beginnen onze vingers te kriebelen en storten we ons massaal op kleine of minder kleine werken die deze zomer per se klaar moeten zijn. De bedoeling? Ons huis nog comfortabeler, nog functioneler en nog veiliger maken. En dan zwijgen we nog over de tuin die deze tijd van het jaar zoveel van onze zorg en aandacht opslorpt. Neem daarbovenop het fenomeen dat tweederde van de gezinnen een eigen huis bezit - de Belg heeft een baksteen in de maag, nietwaar? - en het verwondert u niet meer dat de doe-het-zelfrage zo'n hoge vlucht neemt.
...

Elk jaar herbegint het. Van zodra we de eerste lentelucht inademen, beginnen onze vingers te kriebelen en storten we ons massaal op kleine of minder kleine werken die deze zomer per se klaar moeten zijn. De bedoeling? Ons huis nog comfortabeler, nog functioneler en nog veiliger maken. En dan zwijgen we nog over de tuin die deze tijd van het jaar zoveel van onze zorg en aandacht opslorpt. Neem daarbovenop het fenomeen dat tweederde van de gezinnen een eigen huis bezit - de Belg heeft een baksteen in de maag, nietwaar? - en het verwondert u niet meer dat de doe-het-zelfrage zo'n hoge vlucht neemt. Het moet gezegd dat de beeldvorming rond het fenomeen doe-het-zelver de laatste tijd ingrijpend is veranderd. Wanneer vroeger iemand vertelde dat hij zijn tijd had doorgebracht met klusjes in huis, werd eens meewarig geglimlacht. Het klonk een beetje sullig, een beetje oubollig. Tegenwoordig is zowat iedereen, jong en oud, in de weer met het opknappen en inrichten van zijn huis. Toch moet worden genuanceerd: meer dan voordien gaat onze aandacht naar inrichting, interieurontwerp, verfraaiing en vernieuwing. De marketingspecialisten zijn erin geslaagd van het begrip doe het zelf een formule te maken die meteen ook het plezier van het creëren impliceert, van het inrichten en het opknappen van ons huis, ons eigen nest. Verschillende elementen bevestigen de geestdrift die de Belgen aan de dag leggen voor manuele werkzaamheden. Vooreerst is er de wildgroei van workshops waarin beginnelingen leren schilderen, stofferen, patineren en herstellen. Het zakencijfer van de doe-het-zelfzaken blijft de laatste jaren steeds maar aangroeien (+ 5 % in 2005). Beurzen voor de bouw, renovatie en inrichting zoals Batibouw, lokken elk jaar meer bezoekers: in 2005 waren er dat voor Batibouw 350 000, ruim 6 % meer dan het jaar voordien, en dit jaar wordt een nog grotere stormloop verwacht. Van jaar tot jaar verhoogt ook het deel van het gezinsbudget dat aan de inrichting van het huis wordt besteed. Gemiddeld geeft een Belg er A 295 per jaar aan uit. En wanneer we het Nationaal Instituut voor de Statistiek mogen geloven, dan is ieder van ons dagelijks gemiddeld 24 minuten met bouwen, renoveren of het uitvoeren van klusjes bezig. Daar komt uiteraard nog de tuin bij, het stukje paradijs dat ons dagelijks 17 minuten zoet houdt. Het cocoonen, een tendens die opgekomen is in de jaren negentig, wint nog steeds aan belang. Vandaag wordt het huis niet enkel beleefd als een toevluchtsoord waar we ons veilig en beschut voelen, maar ook een plek waar we onszelf volledig kunnen ontplooien. Dit verklaart de toevloed aan boeken en magazines over decoratie en knutselen. Zelfs de bladen die zich traditioneel richtten op het echte bouwen, veranderen hun naam. Dat het tijdschrift Ik ga bouwen nu Casas heet, is geen toeval. Ook verhogen deze bladen het aantal bladzijden dat aan binnenhuisinrichting is gewijd. En de televisie speelt in op de interesse van de kijker met televisie-programma's zoals ' The Block'en ' Huis op stelten' (allebei op VT4.) Dat de Belgen graag de mouwen op- stropen om zelf te werken in hun huis, kan ook worden verklaard door de weinig flatterende reputatie van de mensen van het vak. Over aannemers wordt gezegd dat ze het tijdsbestek niet respecteren en de prijs opdrijven, over werklui dat ze overstelpt worden met werk en afspraken ettelijke keren afbellen en verplaatsen, over architecten dat hun ideeën zowel megalomaan als onbetaalbaar zijn... Begrijpelijk dat we met z'n allen een lumbago willen riskeren door eigenhandig de vloerbekleding te leggen of de hal te schilderen. De onaangename kantjes die bij deze werkjes horen zijn vlug vergeten zodra eindelijk het resultaat is bereikt, zelfs al is het niet helemaal perfect. En wanneer de klus te uitgebreid is, kun je altijd een beroep doen op vrienden, familie, buren. Uiteindelijk is het enkel bij overmacht - gebrek aan tijd of technische competentie, slechte fysieke conditie - dat we het doe-het-zelfprincipe inruilen voor een andere tendens, die ook door de sector wordt gepromoot: het koop-het-zelffenomeen, waarbij we zelf al het materiaal aankopen maar het werk laten uitvoeren door een professioneel. De laatste jaren stellen de doe-het-zelfzaken vast dat ze drukker worden bezocht door twee types van klanten: vrouwen en vijftigplussers. Met de explosie van echtscheidingen zijn er meer en meer vrouwen die alleen wonen. Doordat ze gewoon zijn om zich uit de slag te trekken en ze ook financieel onafhankelijk zijn, vinden ze het niet meer nodig een beroep te doen op hun vader, hun broer, een vriend (of hun ex) om een toilet te herstellen, een trap te beitsen of de badkamer op te knappen. Dat kunnen ze best zelf! Dat het vooral de vrouw is die zich geroepen voelt om het huis in te richten, ook binnen een koppel, en dat het vooral zij is die kleuren, materialen en meubels kiest, is al lang geweten. Verschillende recente enquêtes tonen echter aan dat vrouwen nu ook al even goed aan de slag kunnen met verfborstel en hamer als mannen. En dat de jongere generaties zelfs niet meer twijfelen om zich in zware werken te storten als vloeren leggen, metselen en timmeren. Workshops worden georganiseerd om vrouwen de kneepjes van het vak te leren en, om specifiek in hun vraag te voorzien, hebben sommige merken gereedschappen ontwikkeld waarvan de ergonomie en de hanteerbaarheid speciaal aangepast werden aan een vrouwelijk publiek. Dat de markt voor binnenhuisinrichting de laatste jaren een hoge vlucht heeft genomen, is niet alleen te danken aan het feit dat een uitgebreid gamma producten goedkoper zijn geworden maar ook dat ze makkelijker zijn geworden in gebruik. Ook de verhoogde interesse van de vijftigplusser voor klussen en karweien, kan worden verklaard. We weten dat de Belgen tamelijk vroeg het professionele leven verlaten, namelijk rond de 58, een leeftijd waarop men meestal nog in prima conditie verkeert. Van alle Europeanen hebben de Belgen bovendien het meest positieve idee over deze nieuwe levensfase. We hebben zin om die tijd ruimschoots te benutten en onze creativiteit de vrije loop te laten. Net als het tuinieren, is het klussen en karweien voor velen een tijdverdrijf, voor sommigen zelfs een passie. Anders dan onze ouders twijfelen we er niet over om, wanneer we met pensioen gaan, radicaal van levenskader te veranderen. Ofwel verkopen we ons huis - te groot geworden omdat de kinderen het huis uit zijn - en verhuizen we naar een kleinere woonst, ofwel ondernemen we een renovatie van het huis dat we dertig jaar geleden hebben gebouwd of gekocht. Omdat we over een grotere koopkracht dan het gemiddelde van de bevolking beschikken (de hypothecaire lening is terugbetaald, de kinderen zijn niet meer ten laste, we hebben iets geërfd,...) twijfelen we er niet meer over om een nieuwe designkeuken of een badkamer met massagedouche te installeren. De verlenging van de gemiddelde levensduur laat ons immers toe langer genot te hebben van onze woonst, waarom zouden we ons dat plezier dan ontzeggen? Wat smaken betreft, ook daar tekenen zich nieuwe tendenzen af. Voorbij zijn de antieke, zware meubelen in eik. Meer en meer wordt er gekozen voor lichte meubelen, makkelijker verplaatsbaar, met een sobere lijnvoering en felle kleuren. Bovendien hoeven wij, in tegenstelling met de jongeren, noch op de kwaliteit noch op de prijs te bezuinigen. En omdat we de zaken niet half en half doen, schilderen we onze muren meteen in vrolijke kleuren: geel, groen, oker, rood en blauw zorgen voor een opgemerkte doorbraak in onze interieurs. Het wit, ooit gezocht voor zijn neutraliteit, wordt vandaag net om diezelfde reden gebannen. Bewust van het belang van dit veeleisende publiek, investeren de doe-het-zelfzaken van hun kant steeds meer in het aantrekkelijk maken van hun winkels. De nauwe grijze bunkers in beton die we vroeger kenden, worden omgebouwd tot open ruimtes met veel licht. En ook het informeren van de klant (met fiches vol raadgevingen, attractieve folders, een uitgebreide klantenservice) wordt meer en meer een topprioriteit. De boodschap voor de klant klinkt eenvoudig: Doe het zelf? Makkelijk zat! n Lees in verband met bouwen en renoveren ook ons artikel over de renovatie- en bouwpremies in de rubriek 'Uw rechten en uw geld', p. 84.Karima Amrous