Eind 2005 werd in de kamercommissie Financiën nog gevraagd waarom - voor het derde jaar op rij - de bedrijfsvoorheffing in 2006 niet volledig rekening houdt met de hervorming van de personenbelasting (meer bepaald met de decumul). Volgens Staatssecretaris Hervé Jamar, bevoegd voor de strijd tegen de fiscale fraude, kan "om loutere technische redenen slechts een deel van de hervorming van de personenbelasting gebeuren via de bedrijfsvoorheffing". Fiscale specialisten berekenden dat in 2006 de fiscus via de bedrijfsvoorheffing zowat 1 miljard meer zal innen dan waar hij recht op heeft!
...

Eind 2005 werd in de kamercommissie Financiën nog gevraagd waarom - voor het derde jaar op rij - de bedrijfsvoorheffing in 2006 niet volledig rekening houdt met de hervorming van de personenbelasting (meer bepaald met de decumul). Volgens Staatssecretaris Hervé Jamar, bevoegd voor de strijd tegen de fiscale fraude, kan "om loutere technische redenen slechts een deel van de hervorming van de personenbelasting gebeuren via de bedrijfsvoorheffing". Fiscale specialisten berekenden dat in 2006 de fiscus via de bedrijfsvoorheffing zowat 1 miljard meer zal innen dan waar hij recht op heeft! Het systeem van de bedrijfsvoorheffing is voorzien in het Wetboek van Inkomstenbelasting. Het wordt verder uitgewerkt in koninklijke besluiten, die jaarlijks in december worden vastgelegd voor het volgende inkomstenjaar. Bij de invoering van het systeem van inkomstenbelasting, in 1919, werd het inhouden van een forfaitair bedrag aan de bron gezien als een vlotte manier om belasting op arbeid te innen. In feite wordt door dit systeem het innen van belasting doorgeschoven naar de schuldenaar van de bezoldiging of het pensioen. De werkgevers en andere schuldenaars van periodieke uitkeringen moeten volgens wettelijk bepaalde schalen een bedrag afhouden van het brutoloon of -pensioen en dit bedrag rechtstreeks doorstorten aan de fiscus. De bedrijfsvoorheffing wordt dan beschouwd als een soort voorschot op wat degene die het netto-inkomen krijgt, aan personenbelasting verschuldigd zal zijn. Probleem is wel dat dit bedrag pas meer dan een jaar later wordt bepaald en dat de voorschotten normaliter geen rente opbrengen. Volgens de wet is de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing, diegene die het inkomen moet uitbetalen. Dit kan dus de werkgever zijn maar ook de pensioenkas of een andere uitbetalingsinstelling. Als die echter nalaat om de bedrijfsvoorheffing in te houden, moet de belastingplichtige zelf de verschuldigde belasting ophoesten. Als de werkgever de bedrijfsvoorheffing wél inhoudt maar ze niet doorstort aan de fiscus, dan mag de belastingplichtige de bedrijfsvoorheffing toch aftrekken van de uiteindelijk verschuldigde belasting. Het systeem is heel uitgebreid. Het slaat onder meer op bezoldigingen, pensioenen, brugpensioenen, renten, presentiegelden, auteursrechten en op veel betalingen aan personen die als niet-inwoners van België worden beschouwd. Het is echter mogelijk dat België een verdrag heeft gesloten met het land waar de niet-inwoner gehuisvest is, waardoor van deze regeling wordt afgeweken. Op het loon van jobstudenten wordt geen bedrijfsvoorheffing betaald, op voorwaarde dat er ook geen sociale zekerheidsbijdragen verschuldigd zijn. Dit gebeurt volgens barema's en richtlijnen die jaarlijks bij koninklijk besluit worden vastgelegd. Zo worden de inkomsten vanaf 1 januari 2006 onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing die werd bepaald in het K.B. van 15 december 2005. De fiscus stelt ook een omzendbrief (in het vakjargon: een 'circulaire') op, waarin wordt uitgelegd hoe dit koninklijk besluit moet worden toegepast. Zo wordt jaarlijks een sleutelformule opgesteld, waarmee bedrijven en sociale secretariaten de bedrijfsvoorheffing kunnen berekenen. De sleutelformule voor 2006 werd bekendgemaakt via de omzendbrief van 6 december 2005. NIEUW In vergelijking met de sleutelformule voor 2005 werd enkel rekening gehouden met een indexering van de basisbedragen en de vermindering voor overwerkpremies die vanaf 1 juli 2005 geldt. n Personen ten laste. Bij het vaststellen van het barema wordt rekening gehouden met de gezinssituatie. De reglementering van de bedrijfsvoorheffing maakt een onderscheid tussen alleenstaanden en tweeverdieners enerzijds, en gehuwde of wettelijk samenwonende alleenverdieners anderzijds. Er wordt ook rekening gehouden met het aantal personen ten laste. Sinds 1 juli 2004 moeten echtgenoten (en wettelijk samenwonenden) die allebei beroepsinkomsten hebben, kiezen wie van hen aanspraak wil maken op de vermindering voor kinderen ten laste. Voor 1 kind ten laste bedraagt ze A 348. Dit loopt op tot A 2484 bij 2 kinderen en zelfs tot A 18.204 bij 10 kinderen ten laste. Een persoon ten laste van 65 jaar of ouder (inwonende vader of moeder) geeft recht op een vermindering met A 696. n Bruto - sociale zekerheid. Bij de berekening neemt men als uitgangsbedrag de bruto-inkomsten min de verplichte inhoudingen voor de sociale zekerheid en forfaitaire beroepskosten (25 %, maximaal A 3200). Op dit verminderde jaarinkomen wordt de basisbelasting berekend, rekening houdend met een gemeentebelasting van 7 %. Heeft uw gemeente een lager percentage, dan zult u dit recupereren via de eindafrekening. Heeft zij een hoger percentage, dan zult u moeten bijbetalen. n Verminderingen. Van de basisbelasting worden dan de verminderingen afgetrokken voor belastingvrije som (de berekening daarvan verschilt naargelang beide partners een eigen beroepsinkomen hebben of niet) en voor alleenstaanden, personen ten laste en sommige persoonlijke bijdragen (bijv. een groepsverzekering). Vanaf 2006 wordt ook rekening gehouden met een vermindering voor de bezoldiging van overwerk. Bij de bedrijfsvoorheffing op pensioenen wordt rekening gehouden met een bijzondere vermindering voor pensioenen van maximaal A 2202 per jaar. Al dit rekenwerk levert het bedrag op dat als bedrijfsvoorheffing moet worden ingehouden. Gedeeld door 12 geeft dit de maandelijks verschuldigde bedrijfsvoorheffing. Diverse specialisten berekenden dat gemiddeld ruim A 75 per maand te veel wordt ingehouden op ons brutoloon. Dit komt doordat de gevolgen van de hervorming van de personenbelasting (de befaamde decumul) niet volledig worden doorgerekend in de barema's van de bedrijfsvoorheffing. In het Belgische Staatsblad van 28.12.2005 is het K.B. van 15.12.2005 verschenen dat de nieuwe toepassingsregels voor het inkomstenjaar 2006 bevat. Er zijn geen belangrijke wijzigingen. De bedrijfsvoorheffing daalt lichtjes (zie tabel). De tarieven van de personenbelasting blijven gelijk aan deze van 2005, maar uiteraard worden de belastingschalen geïndexeerd (waardoor een omwille van loonindexering stijgend inkomen minder door belastingen wordt aangetast). Zowel de Raad van State als het Rekenhof vinden dat de bedrijfsvoorheffing zo dicht mogelijk de effectief verschuldigde belasting moet benaderen, maar dat gebeurt onvoldoende omdat: n van de belastingvrije som uit de personenbelasting (inkomstenjaar 2006, aanslagjaar 2007), namelijk A 5940, slechts A 5050 in de bedrijfsvoorheffingschalen wordt doorgerekend. n in de bedrijfsvoorheffing de 30 %-schijf vlugger wordt verlaten dan in de personenbelasting. De 40 %-schijf wordt vlugger bereikt. n ook de 40 %-schijf vlugger wordt verlaten dan in de personenbelasting. De 45 %-schijf wordt vlugger bereikt. n er geen rekening wordt gehouden met aftrekbaar onderhoudsgeld, aftrekbare bijdragen voor langetermijnsparen of interest en/of kapitaalaflossingen voor leningen m.b.t. het verwerven van een woning. n er in de barema's enkel rekening wordt gehouden met de forfaitaire beroepskosten en niet met de effectieve beroepskosten die men wil aftrekken bij de belastingaangifte. Wie buitengewone beroepskosten moet maken, kan een verzoek indienen om de berekeningsgrondslag van de bedrijfsvoorheffing te beperken maar in de praktijk wordt zo'n verzoek zeer zelden ingewilligd. De meeste zelfstandigen zijn verplicht voorafbetalingen te doen, zoniet wordt bij het vaststellen van de uiteindelijk verschuldigde belasting een fikse vermeerdering aangerekend. Maar in tegenstelling tot het stelsel van de bedrijfsvoorheffing, moet enkel voorafbetaald worden op de belasting op het reële inkomen. Hierbij mag rekening worden gehouden met beroepskosten en andere aftrekbare kosten. Enkele jaren geleden werd aan het Arbitragehof gevraagd of de werknemers door deze regeling niet worden gediscrimineerd tegenover de zelfstandigen. Het Hof vond geen discriminatie maar oordeelde wel dat de bedrijfsvoorheffing niet "duidelijk hoger" mag liggen dan de uiteindelijk verschuldigde belasting. Dat is de jongste jaren niet meer het geval. De bedrijfsvoorheffing is een voorschot op de personenbelasting. De bedrijfsvoorheffing van 2006 wordt verrekend met de personenbelasting op het inkomen van 2006. Deze belasting wordt uiterlijk op 30 juni 2008 vastgesteld (in het jargon: ingekohierd). Het te veel ingehouden bedrag wordt dan terugbetaald, maar zonder interesten. De Belgische Staat moet alleen interesten (zogenaamde moratoriumintresten) betalen als het overschot van 2006 pas na 31 augustus... 2008 zou worden terugbetaald! Wat de politici ook verklaren, het is duidelijk dat de Belgische staat zichzelf via de bedrijfsvoorheffing een aanzienlijke renteloze lening verschaft. Budgettair lijkt er geen ruimte te zijn om de bedrijfsvoorheffing beter te laten overeenstemmen met de uiteindelijk verschuldigde personenbelasting. Dat is nochtans wat de minister van Financiën beloofde bij de aanvang van de recentste belastinghervorming... Annemie Baekelandt