Thudinie, Haute Sambre, Val de Sambre... De streek rond de bovenloop van de Samber ten zuidwesten van Charleroi kent meer dan één naam. Bij het woord Charleroi denken we aan alles behalve een idyllisch landschap. Maar kijk: in Landelies verandert de Samber bijna plotseling van een industriële, 'zwarte' rivier in een lieflijke waterloop die zich tot aan de Franse grens in Erquelinnes over 35 km door een golvend landschap slingert. Een landschap met oude sluizen, bossen, historische stadjes (Thuin, Lobbes), kastelen, akkers en vierkantshoeven. "We hebben de voordelen van de nabijheid van Charleroi, maar we worden er nooit mee gelinkt", horen we van Marie-Eve Van Laethem, de toerismeschepen van Thuin.
...

Thudinie, Haute Sambre, Val de Sambre... De streek rond de bovenloop van de Samber ten zuidwesten van Charleroi kent meer dan één naam. Bij het woord Charleroi denken we aan alles behalve een idyllisch landschap. Maar kijk: in Landelies verandert de Samber bijna plotseling van een industriële, 'zwarte' rivier in een lieflijke waterloop die zich tot aan de Franse grens in Erquelinnes over 35 km door een golvend landschap slingert. Een landschap met oude sluizen, bossen, historische stadjes (Thuin, Lobbes), kastelen, akkers en vierkantshoeven. "We hebben de voordelen van de nabijheid van Charleroi, maar we worden er nooit mee gelinkt", horen we van Marie-Eve Van Laethem, de toerismeschepen van Thuin. Het is een goed idee uw fiets mee te nemen als u kiest voor een dagje of een weekend in deze onbekende hoek van Henegouwen. Of huur een fiets ter plaatse (zie 'Praktisch'). Het oude jaagpad langs de Boven-Samber werd over zijn hele lengte door het Waalse netwerk omgetoverd tot een breed en aangenaam fietspad. Op geregelde afstanden vertellen infoborden wat er te zien valt. Auto's zijn hier strikt verboden, wie de rivier wil volgen moet fietsen of wandelen. Het stadje Thuin geldt als de hoofdplaats van de streek. Deze parel van Henegouwen valt uiteen in een benedenstad langs de Samber en een versterkte bovenstad op een heuvel. Vandaag is het nog altijd een stevige klim van de Samber naar het trotse Belfort op de top, ook al omdat ze in Thuin sterk gehecht blijven aan hun historische kasseien. Het Belfort uit 1638 (eigenlijk de toren van een vroegere collegiale kerk) wordt al een hele tijd gerestaureerd en de inwoners zullen niet rouwig zijn wanneer de buitensteigers in juni verdwijnen. Neem uw tijd (en stevige schoenen!) voor een wandeling in de steile kasseistraatjes met hun oude trappen en doorgangen (die ze hier 'postys' noemen). Thuin telt opvallend veel gebouwen van religieuze oorsprong, maar naar de eigenlijke kerk (Mont Carmel) is het zoeken want die ligt ingebouwd tussen de huizen. Als u aan de zuidelijke omwalling komt, kijkt u op het andere gezicht van Thuin uit: niet de Samber maar het dal van het riviertje Biesmelle. Via het steile kasseipad, bekend als Ruelle des Soeurs Grises, kunt u naar beneden wandelen. Meteen ziet u de hangende tuinen waarmee Thuin graag uitpakt: de zuidelijke helling is bezaaid met in terrasvorm aangelegde tuinen en tuintjes. Twee jaar geleden werd er zelfs een miniwijngaard geplant. In 1936 was één op vier inwoners van Thuin binnenschipper en ooit telde het stadje vijf scheepswerven. Dat verleden blijft springlevend in de benedenstad. Een aanrader is de wijk langs de Samber die bekendstaat als de Quartier du Rivage. Er wonen tal van gepensioneerde binnenschippers en vaak hebben ze in de gevel van hun woning een scheepsonderdeel verwerkt. De wijk heeft zichzelf trouwens uitgeroepen tot 'vrije gemeente'. Hier komt iedereen samen in Au Rivage, het café dat tegelijk als 'gemeentehuis' dienst doet. Het echtpaar dat de zaak openhoudt, wordt steevast Mimi en Titi genoemd. Een wandeling door deze wijk kunt u mooi afsluiten in het Ecomusée de la Batellerie, ondergebracht in de rijnaak Thudo aan de Samberoever (ook toegankelijk voor rolstoelgebruikers). Sinds juni 2002 is de buik van dit schip herschapen in een getuigenis over de binnenvaart vroeger en nu. U wordt er rondgeleid door Joseph Duchâtelet, zelf een oud-binnenschipper. Als u in de voormiddag Thuin hebt bezocht, dan is de abdijruïne van Aulne een aanrader voor de namiddag (maar uiteraard kunt u beide perfect omwisselen). Dit complex langs de Samber biedt een mix van geschiedenis, natuur, bier en plezier maar is vreemd genoeg buiten de regio nauwelijks bekend. Probeer, als het even kan, de 9 km tussen Thuin en Aulne over het jaagpad langs de rivier af te leggen met de fiets (of - waarom niet? - te voet). De Samber kronkelt hier immers door een groot bos en dat maakt van dit traject het meest romantische stuk van haar hele bovenloop. Ooit was Aulne één van de rijkste cisterziënserabdijen van ons land. In 1794 werd ze verwoest door een grote brand en door plunderingen, waarin zowel de Fransen als de lokale bevolking de hand hadden. Vandaag kunt u rondlopen in de uitgestrekte ruïnes, die nog indrukwekkender zijn dan die van Villers-la-Ville. Alleen al aan de muren en de omvang van de kerk kunt u afleiden hoe belangrijk de abdij moet geweest zijn. De omgeving van de site telt nog meer verrassingen: de oude sluis op de Samber, de wandelpaden in het bos langs de rivier en de 'guingettes' (drankgelegenheden) met een tuin en terras, waar het in de zomer behoorlijk druk kan zijn. De oudste heeft een groengeverfde houten gevel. Loop zeker ook binnen in de Brasserie du Val de Sambre. Deze kleine brouwerij vindt u in een gebouw dat aan de abdij paalt. Ze brouwen hier onder meer vijf types abdijbier en die worden, om in stijl te blijven, geserveerd in een kelk van aardewerk. Kiest u voor een tweedaags verblijf, dan kunt u de tweede dag gebruiken voor een fiets- of autotocht langs nog meer parels van het Samberdal. Lobbes is zowat het tweelingzusje van Thuin en ligt maar 3 kilometer verder. Het is vooral bekend om zijn fraaie kerk die het dal en het dorp domineert û naar verluidt de oudste romaanse kerk van België. Ze staat momenteel in de steigers maar als alles goed gaat, zou de restauratie in juni voltooid moeten zijn. Ten zuiden van Lobbes verdienen twee dorpen een ommetje. Ragnies hoort bij de 22 Mooiste Dorpen van Wallonië en heeft dat onder meer te danken aan enkele knappe vierkantshoeven. Leers-et-Fosteau is dan weer trots op zijn majestueus kasteel. Het oudste gedeelte dateert uit de 14de eeuw en bezit nog vier robuuste hoektorens. Sinds 1980 is het Château du Fosteau eigendom van het Vlaamse echtpaar Albert en Marie-Henriette Van Hoonacker, die hier nog af en toe een verborgen gang of kamertje vinden. Ze bewonen echter slechts een gedeelte van het kasteel, een groot deel dient als een originele showroom voor hun antiek- en kunsthandel. Daarom houden ze de toegang ook gratis (open maandag, donderdag en vrijdag 14-19 uur, in het weekend 11-18 uur). In de dorpskern van Leers-et-Fosteau opende Hervé Filleul, een vakleraar in een bakkerijschool, een kleinschalig chocolade-atelier. Hij koppelt liefde voor echte chocolade (op basis van 100 % cacao- boter) aan creatieve gekte. Op 3 mei aanstaande zal Miss Belgique Francophone een door hem gemaakte jurk van witte chocolade dragen. In zijn winkeltje Couleur Chocolat kunt u zijn vondsten kopen: van eetbare badges tot bierpralines of chocoladetruffels met Eau de Villée. De oude sluis met ophaalbrug aan de Samber in La Buissière. De watermolen van Donstiennes: 8 km ten zuiden van Thuin, één van de oudste watermolens in ons land die nog werken. Te bezoeken op de eerste zondag van juli, augustus, september en oktober, 14-16 uur, voor groepen ook op afspraak (tel. 071 53 34 07). Toegang euro 1,50. De 'Romeinse' brug van Montignies-Saint-Christophe: een vroegmiddeleeuwse brug met 13 bogen in een groene omgeving. Ideale picknickplek. Het Centre de Découverte du Chemin de Fer Vicinal in Thuin (Rue du Fosteau, info: tel. 071 59 54 54) herbergt een tiental oude buurttrams. Open op zondagen tussen 1 mei en 1 oktober van 14-18 uur. Op die dagen kunt u van hieruit ook een rit met een oude boerentram maken over een intact gebleven tramspoor van Thuin naar Lobbes (6 km) en terug. Maison de l'Imprimerie et des Lettres de Wallonie in Thuin (Rue Verte 1b, info: % 071 84 48 56) is gewijd aan de geschiedenis van het papier en de drukkunst. Er wordt ook handgeschept papier gemaakt. Open op woensdag en donderdag en na afspraak. Toegang gratis. n A Ludo Hugaerts