Alfa heeft altijd een zwak gehad voor sportauto's. Na een eerste flirt, met de Giulietta Sprint van 1954, ging de liefde voor de sport nooit meer over. Het resultaat is een knappe verzameling van mooie wagens met vlotte lijnen en vinnige motoren: Giulia Sprint, Giulia GT, 2600 SZ... tot en met de Alfetta Sprint, van 1976 tot 1985 dé trots van het merk. Toen volgde er een leemte van tien jaar, tot in 1995 de GTV een comeback maakte. En nu wordt die GTV afgelost door de Brera. In 2003 was er nog wel de lancering van GT, maar die speelde niet echt in dezelfde categorie.
...

Alfa heeft altijd een zwak gehad voor sportauto's. Na een eerste flirt, met de Giulietta Sprint van 1954, ging de liefde voor de sport nooit meer over. Het resultaat is een knappe verzameling van mooie wagens met vlotte lijnen en vinnige motoren: Giulia Sprint, Giulia GT, 2600 SZ... tot en met de Alfetta Sprint, van 1976 tot 1985 dé trots van het merk. Toen volgde er een leemte van tien jaar, tot in 1995 de GTV een comeback maakte. En nu wordt die GTV afgelost door de Brera. In 2003 was er nog wel de lancering van GT, maar die speelde niet echt in dezelfde categorie. Het kan een beetje utopisch lijken een coupé te lanceren in een tijd die een obsessie heeft gemaakt van modulariteit en maximaal comfort. Toch is het zo dom nog niet van Alfa, dat een prima reputatie heeft in dit domein. Het nieuwe paradepaardje moest dan ook een waardige afstammeling van zijn prestigieuze voorouders worden met een adembenemende stijl, een Latijns gedrag en een ronkende naam. Voor dat laatste is alvast gezorgd, want Brera is de naam van de historische wijk van Milaan waar de Pinacotheek gevestigd is. Op het esthetische vlak geven de grote motorkap, de forse achterpartij en de uitspringende wielkassen deze Alfa een verleidelijke, sensuele look, getekend door Giorgetto Giugiaro. Toch is het jammer dat het front, hoe mooi het ook oogt, geleend is van de 159. Een model dat het nieuwe boegbeeld van het merk moet worden, had iets exclusiever gemogen. Nog een kleine ontgoocheling: bij het instappen herken je ook het dasboard en de zetels van de 159 (de Brera neemt 55 % van zijn onderdelen over van de berline). Qua comfort is de Brera een echte 2+2. De plaatsen achterin zijn symbolisch en alleen voor noodgevallen. Voorin zijn de stoelen comfortabel maar wat te hoog voor een coupé. De kofferruimte heeft een behoorlijke inhoud van 300 liter - 600 l met neergeklapte achterbank. Erg makkelijk toegankelijk is hij echter niet, omdat de vrij korte klep niet helemaal tot aan de bumper gaat. Onder de lange motorkap kan er voorlopig worden gekozen tussen twee benzinemotoren: een 4-cilinder 2.2l JTS van 185 pk (230 Nm bij 4500 t/min - vanaf A 32.000) met een manuele versnellingsbak met 6 verhoudingen (eind 2006 komt er een automaat) en een V6 3.2 l van 260 pk (322 Nm bij 4500 t/min), verplicht gecombineerd met een Q4 -vierwielaandrijving. In april krijgen we ook nog een 5-cilinder 2.4 l Mjet van 200 pk. Tijdens onze rijtest was de viercilinder hoogst bevredigend, met een mooie polyvalentie, een evenwichtig vermogen op alle toerentallen en met een lekker ronkende uitlaat als kroon op het werk. Deze motor past goed bij de Brera, die een homogeen, geruststellend rijgedrag toont - ook al houdt de vering niet van een slecht wegdek. De opvallend soepele V6-motor doet de Brera een ware gedaanteverwisseling ondergaan. Op de testpiste van de fabrikant, in Balocco, bleek hij een echt plezier om te rijden, ook al heeft hij zoals alle moderne auto's een sterke neiging tot onderstuur en weigert hij in krappe bochten de kortste lijn te volgen. Dat onderstuur kan worden verholpen door bij te remmen en bij te sturen. Maar dan moeten de verschillende elektronische hulpjes natuurlijk afgekoppeld zijn. Dankzij de permanente vierwielaandrijving, die de achterwielen het grootste koppel geeft maar zich aanpast aan het terrein, heeft de V6 in elk seizoen een uitstekende wegligging. Genoeg om op gladde wegen de Duitsers het nakijken te geven! Arnaud Dellicour