Sinds vorig jaar hakken de supermarkten in de prijzen. Kortingen van 20 tot 30 procent op artikelen in promotie volstaan niet meer, ze gaan tot 50 procent, in de vorm van één prodcut kopen, één product gratis - de bekende 1+1 formule. Leuk, toch? Maar is dat eigenlijk geen symptoom van de mogelijke deflatie die Europa tot elke prijs wil voorkomen?
...

Sinds vorig jaar hakken de supermarkten in de prijzen. Kortingen van 20 tot 30 procent op artikelen in promotie volstaan niet meer, ze gaan tot 50 procent, in de vorm van één prodcut kopen, één product gratis - de bekende 1+1 formule. Leuk, toch? Maar is dat eigenlijk geen symptoom van de mogelijke deflatie die Europa tot elke prijs wil voorkomen?Zo ver is het nog niet, maar de stijging van de kleinhandelsprijzen, met andere woorden de inflatie, is gekrompen tot ongeveer 0,5 procent per jaar. En dat baart zorgen. De inflatie moet kost wat kost hoger, zeggen de economen. Vreemd: tientallen jaren lang hebben ze ons verteld dat inflatie gevaarlijk is en bestreden moet worden. En nu ze bijna dood is, zijn economen weer niet tevreden en willen ze dat ze terugkomt. Hebben we het allemaal verkeerd begrepen? Houden ze ons voor de gek? Nee: de economische context is ingrijpend veranderd.Na de olieschokken halfweg de jaren 1970 en begin jaren 1980, kenden we een inflatie van tien procent en meer. Daarna is ze voortdurend gedaald, als gevolg van verschillende factoren. De belangrijkste:de technologische vooruitgang en de digitalisering: de prijzen van computers, televisietoestellen, smartphones enz. zijn, voor gelijke kwaliteit en prestaties, almaar gedaald, net als de prijzen van de gesprekken.de productie in lageloonlanden: Oost-Europa, Noord-Afrika, China en nu ook Bangladesh en Laos. Eerst het textiel, daarna de auto's en de elektronica... en nu bijna alles!de vrijmaking van de markten: de monopolies zijn verdwenen, de barrières neergehaald. Resultaat: de toenemende concurrentie dwingt de producenten en de distributeurs om hun kosten en hun winstmarges te verlagen om geen marktaandeel te verliezen.De eerste twee elementen zijn verantwoordelijk voor de daling van de inflatie de voorbije 20 tot 30 jaar, omdat het gamma producten dat erdoor wordt beïnvloed voortdurend groter is geworden. Het derde element speelt vandaag een veel grotere rol dan vroeger. En daar ligt nu net het probleem.Een prijsdaling van een bepaald product bij het verlaten van de fabriek in België of bij de aankomst in de haven van Antwerpen is op zich geen deflatiedreiging. Daar zijn twee redenen voor.Ten eerste komen de tussenpersonen in de verleiding om het verschil op zak te steken, als ze denken dat ze dat kunnen doen zonder klanten te verliezen. Een marginaal maar treffend voorbeeld: de kreeft! In 2013 was de vangst in Noord-Amerika uitzonderlijk goed en daalden de prijzen met de helft! De Europese consument heeft daar echter niet van geprofiteerd. Met Kerstmis was zijn kreeft even duur als de voorgaande jaren.Ten tweede kunnen de dienstverleners (loodgieters, kappers maar ook bijvoorbeeld bankiers en verzekeraars) hun prijzen verhogen als de economie het goed doet en de burger niet op een euro meer of minder hoeft te kijken. Die prijsstijgingen zullen de prijsdalingen van geïmporteerde producten grotendeels compenseren.In de huidige laagconjunctuur, met een toenemende werkloosheid en een stagnerende of dalende koopkracht van de bevolking, gaat het er heel anders aan toe. De burgers maken zich zorgen over de toekomst en letten op hun uitgaven. Dat is het klimaat dat sinds de crisis van 2008-2009 in Europa heerst en meer gewicht geeft aan het derde element dat we al hebben genoemd: de concurrentie. 2013 was zulk een slecht jaar voor de Belgische kleinhandel dat de werkgelegenheid daar voor de eerste keer terugviel.Een ander product - we blijven in de voeding - illustreert de situatie goed: champagne. De distributiegroepen bieden al lang flessen aan die veel goedkoper zijn dan die van de grote merken: champagne voor €13 of €15.Maar de jongste jaren gaan ze in de feestperiode nog lager en verkopen ze champagne voor maar €10! In de praktijk wordt dat dan €9,90 of €9,95. Gaat het om verfoeilijke brouwsels die niemand wil? Zelfs dat niet. Paul-François Vranken, de Belg die het tot nummer twee van de champagne heeft geschopt, legt uit: "Het is een vrij goede wijn, maar de crisis dwingt de producenten om ze tegen bodemprijzen te verkopen, om toch wat geld in kas te krijgen. Je ziet hetzelfde bij de olijfolie, die wordt de jongste maanden ook vaak voor een prikje verkocht."Zulke prijsdalingen zijn op zich welkom, maar voorspellen weinig goeds, want ze wijzen op een problematische economische situatie. En als het fenomeen uitbreiding neemt, wordt het gevaarlijk. Want wanneer de consument merkt dat meer en meer prijzen dalen, zal hij geneigd zijn om niet dringende aankopen uit te stellen. Dat maakt het de fabrikanten en de distributeurs natuurlijk nog moeilijker. Omdat ze minder verkopen, moeten ze werknemers afdanken en/of de lonen verlagen... of failliet gaan. De globale koopkracht van de bevolking daalt, zodat het verbruik nog verder afneemt, enz. Het is moeilijk om uit die vicieuze deflatiecirkel te ontsnappen.We kunnen ons moeilijk voorstellen dat de prijzen vandaag in één jaar tijd met 12,4% zouden dalen, zoals in 1904. In Japan is de deflatie kleiner dan 1% per jaar, maar houdt ze al 15 jaar aan en weet niemand wanneer ze voorbij zal zijn. En als de prijzen in de winkels dalen, moet iedereen volgen: dat is de kern van het probleem.België heeft in 2009 een voorproefje van dat fenomeen gekend, zegt Philippe Ledent, hoofdeconoom van ING België: "In het voorjaar was de inflatie negatief - op jaarbasis zou ze nul procent worden - en in de banksector, waar de lonen heel snel worden geïndexeerd, daalde de loonfiche in mei met 0,02%. Als de index van de kleinhandelsprijzen met 2% of meer zou dalen - dus als de spilindex wordt overschreden - zouden alle lonen, pensioenen en uitkeringen volgen! De huren zouden dat eveneens doen, zodat ook de vastgoedprijzen zouden dalen." Champagne voor €10 is leuk, maar bespaar ons een echte deflatie!Guy Legrand