In september heeft onze zoon herexamens aan de universiteit. We maken ons grote zorgen over zijn toekomst, maar hij blijft er zeer cool onder. De situatie lijkt zijn koude kleren niet te raken."
...

In september heeft onze zoon herexamens aan de universiteit. We maken ons grote zorgen over zijn toekomst, maar hij blijft er zeer cool onder. De situatie lijkt zijn koude kleren niet te raken."Sinds ze drie jaar geleden haar praktijk startte, krijgt kinder- en jeugdpsychologe Delphine Van Lierde geregeld gestreste ouders met gelijkaardige klachten over de vloer. "Begrijp me niet verkeerd: die ouders willen zeker geen helikopterouders zijn en alles onder controle houden", zegt ze. "Vaak hebben ze hun kinderen zelfs vrij opgevoed. Maar door de economische crisis maken ze zich meer dan vroeger grote zorgen over hun jongvolwassen kinderen: hun studiekeuze, hun schoolresultaten, hun examens en herexamens, hun relaties, hun levenswijze, hun reizen...". "Ze leggen meer druk op hen om een diploma te halen en te presteren, want anders lijken ze geen toekomst te hebben. Thuis worden die ouders echter geconfronteerd met een zoon of dochter die een heel coole houding aanneemt tegenover het leven en zich helemaal geen zorgen over de toekomst lijkt te maken. Elke opmerking lijkt van hen af te glijden." Hendrik heeft een dochter van 20 die kinesitherapeute wil worden: "Haar studies vlotten niet goed. Als het zo doorgaat, heeft ze over twee jaar haar bachelor nog niet gehaald. En als dat mislukt, heeft ze alleen een middelbaar onderwijsdiploma. Ik maak me steeds meer zorgen, maar zij zegt alleen: alles gaat prima, papa! Intussen hoor ik wel hoe ze afspraken met vriendinnen maakt om samen op reis te gaan of een studentenjob te doen."De coole, onbezorgde houding van onze jongvolwassen kinderen is vaak schijn, meent de psychologe. "Ze zitten echt wel in met hun toekomst, maar ze hebben geen behoefte om erover te praten met hun ouders. Als ze erover praten, is dat met leeftijdgenoten. Op deze manier nemen ze afstand van hun ouders en voorkomen ze dat die ouders zich te veel moeien. Deze fase is absoluut noodzakelijk in hun ontwikkeling. Zo kunnen ze zelfstandig hun eigen weg zoeken. Wanneer we onze kinderen te veel onder druk zetten - hoe begrijpelijk dat vandaag ook is - dan riskeren we dat ze 'foert' zeggen. Ze kunnen hun motivatie verliezen, faalangst krijgen of helemaal met hun ouders breken." Wat kan je dan wél doen als ouder? Het is toch normaal dat we bezorgd zijn? Bovendien blijven kinderen vandaag langer thuis (hotel mama!) en duurt onze betrokkenheid bij hun leven ook langer. Delphine Van Lierde: "Er is niets mis met bezorgd zijn. En natuurlijk mag u hun prestaties opvolgen en bijvoorbeeld nagaan of ze studeren en wat ze al gestudeerd hebben. Ondanks die coole façade vindt uw kind het trouwens geruststellend dat zijn ouders bezorgd zijn." "Tegelijk moeten we onze kinderen ook durven loslaten. Dat is geen gemakkelijke oefening, zeker nu we vinden dat er zo veel dreigingen uitgaan van de samenleving." Conclusie: als we onze jongvolwassen kinderen willen helpen, moeten we ze tegelijk kunnen loslaten én motiveren. Dit betekent: zoeken naar een manier om hun onze bezorgdheid mee te delen zonder hen op te zadelen met onnodige stress. Als concreet advies geeft onze psychologe acht vuistregels mee (zie p. 25). Veel zal echter afhangen van de manier waarop we in het verleden in ons gezin gecommuncieerd hebben. Maar als we erin slagen die regels toe te passen, zorgen we voor minder stress. Bij onszelf en bij onze kinderen! Ludo Hugaerts - Foto's Jonas Hamers