Het boek 'Er zal altijd een zon zijn, Louis Neefs zoals alleen ik hem kende' wordt uitgegeven bij Lannoo (inclusief cd met 3 liedjes van Louis, 1 van Connie en een interview met Louis door radiolegende Julien Put).
...

Het boek 'Er zal altijd een zon zijn, Louis Neefs zoals alleen ik hem kende' wordt uitgegeven bij Lannoo (inclusief cd met 3 liedjes van Louis, 1 van Connie en een interview met Louis door radiolegende Julien Put).Kerstdag 1980. Vlaanderen genoot van een rustige dag na het familiefeest van de vorige avond, tot de radio een schokkend bericht de wereld instuurde. Zanger-politicus Louis Neefs was samen met zijn vrouw omgekomen bij een auto-ongeval in Lier. Het nieuws sloeg in als een bom. Tot vandaag toe herinneren velen zich precies wat ze deden op het moment waarop ze het nieuws hoorden. Precies zoals bij de moord op Kennedy of de dood van Koning Boudewijn. Voor Connie Neefs, toen 27, veranderde alles op die dag. Ze was niet langer het jonge zusje dat onder de vleugels van haar grote broer een showbizzcarrière probeerde uit te bouwen. Ze stond er nu alleen voor en kreeg bovendien de puberzonen van Louis onder haar hoede. Connie Neefs: Dat is een werk van heel lange adem geweest. In die tijd liep een programma met de titel: De jongen die niet lachen kon. Zo heb ik me jaren gevoeld. Ik werkte voor de Nederlandse televisie en woonde in Antwerpen. Ik ben terug verhuisd naar Mechelen, want de twee zonen van Louis hadden toch een thuis nodig. Bovendien pendelde ik constant tussen Mechelen en de ouderlijke woning in Gierle. Die mensen zijn dat verlies nooit te boven gekomen. Bovendien kwam er dan nog een jaren aanslepend proces bij, wat het leed nog verergerde. Al die tijd bleef ik doorwerken, want er moest toch brood op de plank komen. Gelukkig hebben we veel steun gekregen van de ouders van schoolvrienden, van buren en verenigingen. Ludwig en Gunther hebben zich er grotendeels zelf doorheengeslagen. Ze zijn ook vrij snel alleen gaan wonen. In het boek zijn ze voor het eerst wat mededeelzamer geworden. Het gaf hen de gelegenheid om hun gevoelens over de dood van hun ouders naar buiten te brengen. Hij was vijftien jaar ouder, ik was amper zes jaar toen hij huwde. Tijdens mijn jeugd zagen we mekaar alleen 's zondags. Zelf wou ik geen zangeres worden, maar ballerina. We hadden wel een erg muzikale familie. Mijn vader was dirigent van diverse fanfares en koorleider. Dat muzikale zat er bij mijn broer ook al heel vroeg in, maar een carrière uitbouwen was in die tijd niet evident. De nuchtere Kempense dorpsmentaliteit gebood eerst iets deftigs te studeren. Mijn ouders stonden erop dat ik mijn middelbaar onderwijs afmaakte. Later heeft Louis me aan Jeanne Brabants voorgesteld waar ik in opleiding ben gegaan, in afwachting van de opening van de studio Herman Teirlinck. Daar had ik als docenten o.a. Will Ferdy, Jo Leemans en... mijn broer. Toen leerde ik hem eigenlijk pas goed kennen. Later stak hij me een handje toe en nadat ik was afgestudeerd, heeft me op verschillende plaatsen geïn-troduceerd, ook in Nederland. Hij had het charisma, de x-factor die van een zanger een ster maakt. Mijn carrière heeft minder stof doen opwaaien, maar ik ben altijd kunnen blijven doorwerken tot op de dag van vandaag, Dat is voor mij de definitie van succes. Louis viel wat tussen twee stoelen. Je had de periode van Jean Walter, Will Ferdy en de jukebox. Later kwam de geëngageerde kleinkunst met figuren als Miel Cools en Miek en Roel. Louis nam daartussen een aparte plaats in: hij zong geen schlagers maar ook geen kleinkunst. Wat hem onderscheidde waren zijn stem en zijn teksten. In die periode werd daar hevig over gediscussieerd. Journalisten gingen toen veel cassanter te werk. Die tekstkritiek is nu verstomd omdat zoveel Vlaamse artiesten in het Engels zingen. Toen stond de jeugd ook liever te discussiëren over allerlei wereldproblemen dan de dansvloer op te zoeken, zelfs bij concerten van Engelse rockidolen! Nu moet je als artiest wel wat meer beweging in huis hebben. Tijdens de viering van de vijftienjarige loopbaan van Gunther was ik verrast van zijn présence op een podium. Hij beweegt verschrikkelijk goed. Dat heeft hij zeker niet van zijn vader geërfd. Bijna dagelijks word ik aangesproken over mijn broer. Dat bewijst hoe geliefd hij wel was. Toch werd zijn volledige verhaal nog nooit verteld. Ik voelde dat ik dat nu eens moest doen, van A tot Z. Maar ik wilde ook duidelijk stellen hoe hij dacht over bepaalde zaken, hoe hij in de maatschappij stond, wat zijn overtuigingen waren. Dat is te weinig gekend. In Italië en Spanje brengen artiesten als Pavarotti en Carreras liedjes die iets vertellen over het verleden van hun volk. Ze blazen nieuw leven in die oude teksten en doen bovendien aan cultuuroverdracht naar de volgende generaties. Dat laten ze hier niet toe. Een Griek in traditionele klederdracht vinden we geweldig, maar Vlaamse vlaggenzwaaiers, dat kan niet! Louis heeft klassiekers als De poppenstoet en Suza Nina op een prachtige manier gebracht. Toen kon dat nog. Wij staan open voor veel culturen, maar tegelijk moet je je eigenheid en traditie kunnen behouden. Het klinkt misschien raar maar Europa leek toen dichterbij dan nu. We keken meer over het muurtje bij de buren. Louis was een Europese ster, hij trad op in Duitsland, in Frankrijk, won een liedjesfestival in Griekenland. Ik vond het ook charmant dat elke artiest op het eurosongfestival nog in zijn eigen taal zong. Ieder land had zijn folklore en het was plezierig die verschillende tradities te ontdekken. Dat kleurde de maatschappij toch veel meer. In Vlaanderen is het nu de normaalste zaak van de wereld dat alles in het Engels is. Toch zie je hier en daar een kentering, vind ik. Neem nu een Ronny Mosuse. Hij heeft het onlangs uitgelegd waarom hij in het Nederlands is beginnen te zingen: "Eerst moet ik het liedje in het Nederlands schrijven, dan moet ik het in het Engels vertalen. Maar tijdens optredens moet ik de mensen eerst uitleggen waarover het liedje gaat, anders begrijpen ze het niet. Ik moet het dus eigenlijk opnieuw gaan vertalen. Nu heb ik een Nederlandstalige plaat, dat is maar één keer werk."Hij vroeg zich af waarom men in België geen minimumquota aan nationale producties kon opleggen, zoals dat in Frankrijk en Duitsland gebeurde. Hij wou meer Vlaamse liedjes op de radio en televisie. Na 1972 brak een barre periode aan voor Vlaamse artiesten. De Amerikaanse platenfirma's werkten net zoals de verdelers van Hollywoodfilms: als je één nummer wou, moest je meteen een hele reeks andere platen van de firma draaien. Ik denk het niet. Hij zou er niet aan beginnen. Grote artiesten zoals Aznavour, Gréco, Sonneveld of Shaffy creëerden iets en legden dat voor aan het publiek. Nu wordt te vaak iets gecreëerd met het oog op commercieel succes. De carrières zijn ook veel korter geworden. Nee, ik denk niet dat Louis zich zou thuis gevoeld hebben in het huidige mediacircus. n Filip Godelaine