Naar een schatting een persoon op de tien krijgt in de loop van zijn leven last van minstens één niersteen. Mannen lopen daarbij twee- tot driemaal meer kans dan vrouwen. Wie ooit een niersteen heeft gehad, loopt meer risico om ooit te hervallen en ook al verdwijnen de meeste stenen zonder ingreep, toch belanden jaarlijks meer dan 10 000 Belgen ermee in het ziekenhuis.
...

Naar een schatting een persoon op de tien krijgt in de loop van zijn leven last van minstens één niersteen. Mannen lopen daarbij twee- tot driemaal meer kans dan vrouwen. Wie ooit een niersteen heeft gehad, loopt meer risico om ooit te hervallen en ook al verdwijnen de meeste stenen zonder ingreep, toch belanden jaarlijks meer dan 10 000 Belgen ermee in het ziekenhuis. De eerste klacht die mensen met nierstenen vaak hebben, is een vage pijn in de rug of in de flanken. Dikwijls wordt er weinig of geen aandacht aan geschonken. Dat verandert snel wanneer de echte nierkolieken optreden. Door de opstapeling van urine en de uitzetting van de urinewegen boven de steen ontstaat een felle, ondraaglijke pijn die kan uitstralen naar de buik en de geslachtsdelen. Heel typisch voor mensen met nierkolieken is dat zij geen minuut stil kunnen zitten en voortdurend op zoek zijn naar een houding zonder pijn. Andere klachten die kunnen opduiken zijn misselijkheid, braken en een opgezwollen buik. Soms moet de patiënt vaker plassen of heeft hij pijn bij het plassen. Het gebeurt ook dat er bloed in de urine zit. Een niersteen is een klein steentje dat wordt gevormd door het samenklonteren van onoplosbare kristallen in de urine. De belangrijkste stoffen die in zo'n steen worden teruggevonden zijn calcium, urinezuur en oxalaten. Wanneer er een overmatige concentratie van deze stoffen in de urine bestaat, hebben deze stoffen de neiging kristallen te vormen. l Ongeveer 80 % van alle nierstenen bevatten calcium, meestal gebonden tot calciumoxalaat, in een minderheid tot cal- ciumfosfaat of een combinatie van beide. l Zowat 10 % van de nierstenen bevat vooral urinezuur. In een aantal van deze gevallen bestaat er een verband met jicht. l De overige 10 % zijn struvietstenen die alleen ontstaan bij mensen met infecties van de urinewegen, veroorzaakt door een bepaalde groep van bacteriën. l Ten slotte bestaat er ook nog een eerder zeldzame, erfelijke aandoening waarbij de nierstenen gevormd zijn uit cystine. Nierstenen komen voor in de meest diverse afmetingen. De meeste zijn microscopisch klein tot enkele millimeter groot en hebben een grote kans om spontaan af te dalen. Maar er worden ook heel wat grotere exemplaren gevonden. Eigenaardig genoeg blijkt er geen verband te bestaan tussen de grootte van de steen en de last die hij veroorzaakt. Kleine steentjes kunnen veel last veroorzaken, terwijl grote stenen soms toevallig gevonden worden en geen klachten geven. In ieder geval kan de nier onherstelbaar beschadigd raken als de afvoer van de urine volledig verhinderd wordt en deze toestand te lang aanhoudt. Bij koorts moet zo snel mogelijk een arts geraadpleegd worden om te voorkomen dat een etternier ontstaat. Slechts in een minderheid van de gevallen kan een specifieke oorzaak voor nierstenen worden aangewezen: een infectie van de urinewegen, een specifieke ziekte (bijv. de ziekte van Crohn) of de inname van bepaalde geneesmiddelen. Door het feit dat 80 % van de nierstenen calcium bevat, werd lange tijd gedacht dat een calciumrijke voeding de voornaamste schuldige was. Het is wel zo dat een verhoogd calciumgehalte in de urine de vorming van nierstenen kan bevorderen, maar deze gestegen calciumconcentratie in de urine is meestal niet te wijten aan een te hoge calciuminname in de voeding! Het blijken heel andere elementen te zijn die de uitscheiding van calcium via de urine bevorderen: zoutgebruik, eiwitrijke voeding, hoge hoeveelheden calcitriol (een nierhormoon dat de opname van calcium door de nieren regelt),... Maar zelfs wanneer de urine hoge calciumconcentraties bevat, betekent dat niet noodzakelijk dat er nierstenen zullen worden gevormd. Er komen in de urine namelijk ook stoffen voor die de vorming van stenen tegengaan, zoals citroenzuur. Heeft het dan zin mensen die aanleg hebben tot de vorming van nierstenen op een calciumarm dieet te zetten? Neen! Men raakt er zelfs meer en meer van overtuigd dat calcium in de voeding de vorming van nierstenen tegengaat! Het vormt in onze darmen namelijk een verbinding met oxalaten. Door de binding met calcium worden deze oxalaten niet door het lichaam opgenomen zodat ze later ook niet via de urine uitgescheiden hoeven te worden. Op deze manier neemt de kans op de vorming van calciumoxalaatstenen af. Hoewel sommige mensen er heilig van overtuigd zijn dat stress tot hun niercrisis heeft geleid, spreekt de medische wereld dit tegen. De vorming van nierstenen heeft steeds een chemische oorzaak. Maar... overdreven veel urinezuur in de urine kan ook tot de vorming van nierstenen leiden. Dat urinezuur is afkomstig van purines die aanwezig zijn in voedingsmiddelen zoals orgaanvlees, zeevruchten, gevogelte, linzen, ansjovis, sardines in blik,... En nu blijkt uit onderzoek dat drukbezette mensen vaak te weinig drinken en veel purinerijke voedingsmiddelen eten. Onrechtstreeks kan het drukke leven er dus toch iets mee te maken hebben. De helse pijn is meestal zo typisch dat de diagnose van nierstenen vrij duidelijk is. Een urine- en bloedonderzoek wordt gedaan om een eventuele infectie van de urinewegen, een ontsteking of een letsel aan de nieren op te sporen. Vervolgens tracht de arts de steen in beeld te brengen zodat hij een idee krijgt waar hij zit en hoe groot hij is, en of hij een weerslag heeft op de werking van de nier. Daarbij kunnen verschillende technieken gebruikt worden zoals een echografie, een radiografie (met contraststof om het nierbekken in beeld te brengen) of een CT-scan. De belangrijkste oorzaak van nierstenen is een te geringe vochtopname. Hoe minder u drinkt, hoe geconcentreerder uw urine en hoe groter de kans op de vorming van kristallen. Drinken is veruit het meest probate middel om nierstenen te voorkomen. Om dat doel te bereiken moet u zo'n 2,5 tot 3 liter vocht opnemen. Zeker op warme zomerdagen geldt dit als een belangrijke waarschuwing: drink voldoende om uw vochtverlies via het zweten te compenseren en ervoor te zorgen dat uw urine voldoende verdund is. De beste manier om dat doel te bereiken is 's ochtend de hoeveelheid vocht klaar te zetten die u in de loop van de dag moet uitdrinken, zoals bijvoorbeeld een fles mineraalwater en een grote pot thee. Doet u dat niet, dan denkt u misschien voldoende gedronken te hebben, maar hebt u onvoldoende zicht op de hoeveelheid die u werkelijk binnen hebt. Verdeel de vochtinname zo geleidelijk mogelijk over de dag. Wanneer u op een dag slechts 3 of 4 maal moet plassen, drinkt u te weinig. Hetzelfde geldt wanneer de kleur van uw urine donker is. Urine moet helder zijn. Gewoon water geniet de voorkeur. Het is de goedkoopste oplossing en levert bovendien geen calorieën. Melk bevat veel calcium dat bovendien gemakkelijk opgenomen wordt in het lichaam. Vroeger stond melk dus vaak op het verbodslijstje van niersteenpatiënten, maar zoals eerder gezegd is intussen uit onderzoek gebleken dat mensen die veel melkproducten gebruiken, net minder makkelijk last hebben van nierstenen. Naast voldoende drinken, gaan specialisten er tegenwoordig van uit dat een calciumrijk dieet met weinig dierlijke eiwitten en een beperking van het zoutgebruik de meeste kansen biedt om nierstenen te voorkomen. Zuivelproducten vermijden wordt dus niet meer aangeraden. Mensen met een calciumrijke voeding (zie kader uiterst rechts) lopen immers minder risico op de vorming van calciumoxalaatstenen. En bovendien heeft ons lichaam calcium nodig voor tal van andere dingen zoals zenuwprikkelgeleiding, afscheiding van hormonen enz. Ongeveer 98 % van het calcium in ons lichaam zit opgeslagen in onze botten. Wanneer we onvoldoende calcium innemen, haalt het lichaam het calcium waar het dat kan vinden, met name uit de botten! Minder dierlijke eiwitten eten en het zoutgebruik beperken heeft wél zin. Dierlijke eiwitten leiden onder meer tot een verhoogde uitscheiding van urinezuur, dat makkelijk aanleiding geeft tot het ontstaan van kleine kristallen. Mensen bij wie een duidelijk te hoge concentratie oxalaten in de urine wordt vastgesteld, moeten er in de eerste plaats op toezien voldoende calciumhoudende voeding te eten, maar kunnen ook het eten van oxalaatrijke voedingsmiddelen (zie kader rechts-onderaan) beperken. De behandeling van nierstenen heeft in de eerste plaats tot doel de helse pijn te verzachten. Dat gebeurt met krampwerende middelen (die het samentrekken van de urineleider tegengaan), maar ook ontstekingsremmende en pijnstillende middelen worden ingezet. Deze medicamenten hebben een supplementair voordeel: ze vergroten de kans dat de niersteen of -stenen spontaan zullen uitgescheiden worden. Dat gebeurt in zowat 80 % van de gevallen na enkele dagen, op voorwaarde dat de steentjes niet te groot zijn (tot ongeveer 5 mm diameter). In deze periode krijgt de patiënt ook de raad om zeer veel te drinken (zelfs 's nachts) om zo de hoeveelheid urine te doen toenemen en de kans dat de steentjes worden meegespoeld te vergroten. Het drinken moet wel gebeuren tijdens de momenten dat men minder of geen pijn heeft. Tijdens de kolieken zet men door veel te drinken de nier immers nog meer onder druk, waardoor de pijn nog erger wordt. Infecties van de urinewegen kunnen eveneens tot nierstenen leiden en moeten daarom steeds snel en grondig worden aangepakt. Als een steen problemen veroorzaakt en te groot is om spontaan te worden uitgescheiden, dan moet de arts ingrijpen. Vroeger gebeurde dat steeds door middel van een operatie. Tegenwoordig worden veel minder ingrijpende technieken toegepast. Elk van deze technieken heeft haar voor- en nadelen die de arts zal afwegen vooraleer hij een keuze maakt. l Bij een endoscopische verwijdering van stenen in de urineleider gaat de arts met een dunne, soepele endoscoop via de urinebuis en de blaas in de urineleider kijken waar de steen precies zit. Vervolgens wordt doorheen het holle buisje van de endoscoop een klein grijpertje geschoven waarmee hij de steen zal vastnemen en weghalen. Deze techniek kan vanzelfsprekend alleen toegepast worden als de steen voldoende klein is om op een normale wijze door de urineleider te raken. l Bij een endoscopische laserbehandeling van stenen in de urineleider gaat de arts op vergelijkbare wijze te werk, maar brengt hij een laserkop in de urineleider om de steen ter plekke te verpulveren tot kleinere stukjes die met de urine kunnen worden weggespoeld. Werken met een laserstraal in de urineleider vereist voldoende ervaring van de arts omdat de laserstraal de binnenzijde van de urineleider kan beschadigen. l Een percutane niersteenoperatie is aangewezen bij grote stenen die niet via de urinewegen kunnen weggehaald worden. De arts brengt in dit geval de endoscoop via een kleine insnede in de rug tot in de nier. Ofwel kunnen de stenen langs deze weg weggehaald worden of ter plaatse verbrijzeld door middel van een laserbehandeling zoals hierboven beschreven. l De minst ingrijpende techniek is het gebruik van de niersteenverbrijzelaar. Dit apparaat bezit een zender die tegen de huid wordt geplaatst en sterke schokgolven uitzendt. Deze golven worden zo precies mogelijk op de steen gericht waardoor deze verbrokkelt. In de beginjaren werden de patiënten hierbij volledig ondergedompeld in een waterbad. Tegenwoordig liggen ze meestal op een watermatras of een gelkussen. Bij zachte stenen volstaat doorgaans één behandeling. Bij harde stenen zijn soms meerdere behandeling noodzakelijk vooraleer ze volledig ver-dwenen zijn. l Slechts in een zeer beperkt aantal gevallen bieden deze technieken geen oplossing en blijft een operatieveverwijdering van de stenen noodzakelijk. n Leen Baekelandt