De kostprijs van de recente herstructurering bij Volkswagen Vorst wordt geschat op 300 miljoen euro, waarvan de helft besteed zou worden aan de financiering van de brugpensioenen. De voorwaarden voor deze brugpensioenen zijn er zo ruim toegekend dat premier Verhofstadt er luidop aan herinnerde "dat er ook nog zoiets als een Generatiepact bestaat". Een pact dat net de bedoeling heeft werknemers... langer aan het werk te houden, onder meer door de toegang tot het brugpensioen moeilijker te maken. Bij VW-Vorst zijn sommige bruggepensioneerden jonger dan 50 jaar! Theorie en praktijk liggen soms mijlenver van elkaar, inderdaad.
...

De kostprijs van de recente herstructurering bij Volkswagen Vorst wordt geschat op 300 miljoen euro, waarvan de helft besteed zou worden aan de financiering van de brugpensioenen. De voorwaarden voor deze brugpensioenen zijn er zo ruim toegekend dat premier Verhofstadt er luidop aan herinnerde "dat er ook nog zoiets als een Generatiepact bestaat". Een pact dat net de bedoeling heeft werknemers... langer aan het werk te houden, onder meer door de toegang tot het brugpensioen moeilijker te maken. Bij VW-Vorst zijn sommige bruggepensioneerden jonger dan 50 jaar! Theorie en praktijk liggen soms mijlenver van elkaar, inderdaad. Wanneer kunnen we eigenlijk nog met brugpensioen en onder welke voorwaarden? Wat zal er veranderen vanaf 2008? En wat is de impact op onze latere financiële toestand? Uw brugpensioen: het principe, de fiscale realiteit, de toekomst... én de addertjes onder het gras! Via het stelsel van conventioneel brugpensioen kunnen oudere werknemers die ontslagen worden, hun werkloosheidsuitkering combineren met een aanvullende vergoeding van hun werkgever. De basis van het systeem zit vervat in CAO nr. 17 van de Nationale Arbeidsraad (van toepassing op alle werknemers met een arbeidsovereenkomst in de privésector), die een recht op brugpensioen toekent aan ontslagen werknemers vanaf 60 jaar. Let op! Er is in dit verband een groot verschil tussen: n het brugpensioen en het vervroegd pensioen vanaf 60 jaar. Bruggepensioneerden zijn geen gepensioneerden die wat vroeger met pensioen gegaan zijn dan de wettelijke leeftijd (65 voor mannen/64 voor vrouwen). Ze hebben het statuut van werklozen, maar vormen een bijzondere categorie omdat hun uitkeringen niet dalen naarmate de werkloosheid verderduurt. n het gewone brugpensioen en het brugpensioen dat toegekend wordt in een onderneming in herstructurering of in moeilijkheden (zie verder in De toekomst: jammer maar helaas, p. 74). Ja, voor... alle ontslagen werknemers van 60 jaar die (op basis van CAO nr. 17): n recht hebben op werkloosheidsuitkeringen. Daarvoor moet u voldoende dagen gewerkt hebben: 624 dagen in de laatste 36 maanden om precies te zijn. Iemand die op zijn 59ste begint en op zijn 60ste wordt ontslagen, heeft dus geen recht op een brugpensioen omdat hij geen recht heeft op een werkloosheidsuitkering n 20 jaar beroepsverleden hebben of 10 jaar gewerkt hebben in dezelfde sector in de laatste 15 jaar. Nee, voor... wie ontslagen wordt voor hij 60 jaar is. Dit tenzij de onderneming of de sector een cao daarover heeft afgesloten. Bij een gewone onderneming (een onderneming die niet in moeilijkheden of herstructurering is) zijn cao's mogelijk die in een brugpensioenleeftijd voorzien van 55, 56, 57 of 58 jaar. De brugpensioenleeftijd moet bereikt worden in de geldigheidsperiode van de cao. Wie voldoet aan de voorwaarden van het brugpensioen, krijgt: n een werkloosheidsuitkering, gelijk aan 60% van het laatste brutoloon (begrensd tot euro 1791,62). De uitkering blijft behouden tijdens de volledige duur van het brugpensioen. n Een aanvullende vergoeding, uitbetaald door de ex-werkgever. Deze vergoeding moet minstens gelijk zijn aan het verschil tussen het laatste nettoloon (brutoloon, begrensd tot ong. euro 3200, verminderd met socialezekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing) en de werkloosheidsuitkering. VOORBEELD De uitkering voor een bruggepensioneerde die een brutoloon had van euro 1700 (netto ongeveer euro1400) bedraagt: 60% van euro 1700 = euro 1020 + een aanvullende vergoeding van euro 1.400 - euro 1020 = euro 380/2 = euro 190. Totaal (bruto per maand): euro 1020 + euro 190 = euro 1210. Hierop betaalt de bruggepensioneerde nog sociale zekerheid (6,5 %) en eventueel bedrijfsvoorheffing op de aanvullende vergoeding. WEETJE Gaat de ex-werkgever failliet, dan zal de aanvullende vergoeding verder gestort worden door het Fonds voor Sluiting van Ondernemingen, op voorwaarde dat de ex-werkgever een CAO Brugpensioen gesloten heeft in de 6 maanden voor het faillissement. Het Fonds stort enkel het minimumbedrag, dus de helft van het verschil tussen nettoloon en werkloosheidsuitkering. Op fiscaal vlak brengt het Generatiepact in 2007 goed en slecht nieuws. n Goed:dezelfde belastingvermindering voor alle bruggepensioneerden. Tot voor 2007 genoten bruggepensioneerden een belastingvermindering (voor de inkomsten van 2006) van maximaal euro 1718,76. Hoe hoger het bedrag van het brugpensioen, hoe lager de vermindering. Ook als de bruggepensioneerde nog over andere inkomsten beschikt, zal de vermindering kleiner zijn. Vanaf de inkomsten van 2004 geldt hierbij de decumul, zodat gehuwde bruggepensioneerden beiden de belastingvermindering genieten maar... wie met brugpensioen ging na 1 januari 2004 greep naast dit voordeel! Een verschil dat kon oplopen tot euro 2000 per jaar. NIEUW Het Generatiepact werkt deze discriminatie weg. De belastingvermindering voor brugpensioen wordt nu voor alle bruggepensioneerden per persoon berekend: elke echtgenoot of wettelijk samenwonende heeft dus recht op de vermindering. n Slecht: de aanvullende vergoeding wordt als loon beschouwd. Voor het Generatiepact werd de aanvullende vergoeding, uitbetaald door de werkgever, belast als brugpensioen. De vergoeding genoot mee de belastingvermindering voor brugpensioenen. NIEUW Het Generatiepact beschouwt de aanvullende vergoeding niet langer als een brugpensioen, maar als een loon. Vanaf inkomstenjaar 2006 geniet de vergoeding dus niet langer van de belastingvermindering voor brugpensioenen en wordt het RSZ-tarief van de lonen toegepast, behalve als er een cao is (of een individueel akkoord) die een clausule bevat waarin staat dat de aanvullende vergoeding verder betaald zal worden als de bruggepensioneerde opnieuw gaat werken als loontrekkende of als zelfstandige. De nieuwe reglementering over het brugpensioen treedt in werking op 1 januari 2008, ten minste als de uitvoeringsbesluiten van het Generatiepact tegen die tijd klaar zijn. Kort samengevat wil de regering de toegang tot het brugpensioen moeilijker maken. Daarom werden de voorwaarden verstrengd, zowel van het brugpensioen in een bedrijf in moeilijkheden of herstructurering (andere leeftijds- en loopbaanvoorwaarden) als van het conventioneel brugpensioen (via CAO nr. 17 of via een ondernemings- of sector-cao in een bedrijf dat niet in moeilijkheden of herstructurering is). Het uitvoeringsbesluit in verband met de maatregelen voor brugpensioen in een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering is al van toepassing sinds 1 april 2006 (Belgisch Staatsblad 31 maart 2006). De nieuwe regels gelden voor ondernemingen die overgaan tot een collectief ontslag wegens herstructurering of moeilijkheden en die een aanvraag hebben ingediend om hun werknemers met brugpensioen te laten gaan voor de leeftijd die voorzien is in de onderneming. n Een bedrijf in moeilijkheden of herstructurering: wat is dat?Een onderneming is in moeilijkheden als er zware verliezen werden opgetekend tijdens de twee laatste jaren. Ze is in herstructurering als de arbeiders ten minste 20% van het vorige jaar in economische werkloosheid zijn geweest of - wat vaker voorkomt - als er een collectief ontslag is. n Het brugpensioen als laatste reddingsboei.Een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering mag niet zomaar beslissen om een deel van zijn personeel met brugpensioen te laten gaan. Er moeten een aantal voorwaarden voldaan zijn. Zo moet er een sociaal plan zijn voor ontslagen werknemers die ouder zijn dan 45 jaar, onder meer via het oprichten van een tewerkstellingscel. De bedoeling van deze cellen is om de ontslagen werknemers te helpen opnieuw werk te vinden. Het bedrijf moet ook een lijst opstellen met de namen van de werknemers die in aanmerking komen voor brugpensioen. Verder moet de regionale minister van Tewerkstelling zijn akkoord geven over het begeleidingsplan. Antwoordt hij niet binnen de 14 dagen, dan is het akkoord van de federale minister van Werk nodig. Vanaf welke leeftijd? De leeftijdsgrenzen om met brugpensioen te kunnen gaan in een bedrijf in moeilijkheden of in herstructurering liggen heel wat lager dan in een ander bedrijf (zie verder). Het Generatiepact heeft deze leeftijden niet veranderd. Brugpensioen blijft hier mogelijk op 55, 52 en zelfs 50 jaar, maar er moet wel eerst aan 6 voorwaarden voldaan zijn: 1. de werknemer moet de brugpensioenleeftijd bereikt hebben op het moment dat de herstructurering wordt aangekondigd. Het zal dus niet meer mogelijk zijn om werknemers met brugpensioen te laten gaan die de leeftijd pas bereiken op het einde van de herstructurering 2. hij/zij moet een beroepsloopbaan hebben van 20 jaar of 10 jaar in de sector in de laatste 15 jaar 3. hij/zij moet minstens 1 jaar anciënniteit hebben in het bedrijf 4. het bedrijf moet een aanvraag ingediend hebben om brugpensioenen toe te kennen op een lagere leeftijd dan deze die normaal in de onderneming wordt toegepast 5. de werknemer moet minstens 6 maanden deelnemen aan een tewerkstellingscel. Tijdens deze periode krijgt de ontslagen werknemer een zogenaamde inschakelingsvergoeding die gelijk is aan zijn normale nettoloon. Maar deze vergoeding wordt wel afgetrokken van de opzeggingsvergoeding. Werknemers met een opzeggingstermijn die meer bedraagt dan 6 maanden ontvangen het saldo na de 6 maanden deelname aan de tewerkstellingscel of op het moment dat ze nieuw werk hebben gevonden. 6. de ontslagen werknemer moet beschikbaar blijven voor de arbeidsmarkt tot 58 jaar (behalve voor wie al 38 loopbaanjaren heeft en minstens een jaar werkloos geweest is in de loop van de voorbije 2 jaar). Let op! Er wordt in verschillende sancties voorzien als bovenstaande voorwaarden niet werden nageleefd: waarschuwing, tijdelijke schorsing (4 tot 52 weken) tot zelfs definitieve schorsing van de werkloosheidsuitkeringen. Wie twee keer een gepaste opleiding weigert in hetzelfde jaar of 2 keer een gepast werk weigert (zelfs niet in hetzelfde jaar), riskeert een definitieve schorsing. Wie zijn recht op werkloosheidsuitkeringen verliest, verliest ook het recht op de aanvullende vergoeding. WEETJE Werknemers die de brugpensioenleeftijd bereikt hebben en die ander werk gevonden hebben in de 6 maanden dat ze deelnamen aan de tewerkstellingscel, zullen de aanvullende vergoeding van hun ex-werkgever kunnen cumuleren met hun nieuwe loon. Worden ze nadien opnieuw werkloos, dan genieten ze opnieuw van hun volledige brugpensioen (werkloosheidsuitkering + aanvullende vergoeding). Ook de loopbaanvoorwaarden voor het conventionele brugpensioen (niet voor ondernemingen in moeilijkheden of in herstructurering - op basis van CAO nr. 17, of een ondernemings- of sector-cao) worden vanaf 2008 een flink stuk strenger. Let op! Vanaf 2008 moet de bruggepensioneerde tot de leeftijd van 58 jaar beschikbaar zijn voor gepast werk. Hij wordt daarvan vrijgesteld als hij één jaar werkloos is geweest in de voorbije 2 jaar en 38 loopbaanjaren telt. Brugpensioen op 60 jaarOp basis van CAO nr. 17 (van toepassing voor alle werknemers in de privésector) hebben alle ontslagen werknemers die minstens 60 jaar zijn, recht op brugpensioen. Het Generatiepact behoudt de brugpensioenleeftijd op 60 jaar, maar verlengt de loopbaanvereiste als volgt: Brugpensioen in - Loopbaan mannen - - Loopbaan vrouwen 2008 - 30 jaar - 26 jaar 2012 - 35 jaar - 28 jaar 2016 - / - 30 jaar 2020 - / - 32 jaar 2024 - / - 34 jaar 2028 - / - 35 jaar Wordt u dus 60 jaar in 2008, dan kunt u met brugpensioen na een ontslag voor zover u 30 loopbaanjaren hebt (mannen) of 26 (vrouwen). Wordt u 60 jaar in 2012, dan zult u 35 (mannen) of 28 (vrouwen) loopbaanjaren moeten aantonen. Brugpensioen op 58 jaarVandaag is brugpensioen op 58 mogelijk: n als in uw sector of onderneming een cao in die zin is afgesloten. Dit kan voor maximaal 3 jaar, maar de cao kan verlengd worden voor opnieuw maximaal 3 jaar n als u een loopbaan van minstens 25 jaar kunt aantonen. Vanaf 2008 zal brugpensioen op 58 jaar nog mogelijk zijn: n als u een langere loopbaan kunt aantonen, namelijk: Brugpensioen in - Loopbaan mannen - Loopbaan vrouwen 2008 - 35 jaar - 30 jaar 2010 - 37 jaar - 33 jaar 2012 - 38 jaar - 35 jaar 2014 - 38 jaar - 38 jaar n of als u in totaal 35 loopbaanjaren hebt én een zwaar beroep hebt uitgeoefend gedurende minstens 5 jaar in de laatste 10 jaar (of minstens 7 jaar in de laatste 15 jaar). Welke beroepen als zwaar zullen worden aanvaard, is nog niet bepaald. In afwachting van een consensus tussen de sociale partners wordt werk in wisselende ploegen als een zwaar beroep beschouwd. Brugpensioen op 56 jaarVandaag bestaat het brugpensioen op 56 jaar voor sommige belastende beroepen: n voor bouwvakkers die arbeidsongeschikt zijn en die 33 jaar beroepsloopbaan hebben waarvan minstens 10 jaar in de bouw n voor werknemers die een loopbaan hebben van 33 jaar waarvan minstens 20 jaar in een ploegenstelsel met nachtarbeid. Deze systemen van brugpensioen moeten om de 2 jaar worden vastgelegd of verlengd door een sector- of ondernemings-cao. Vanaf 2008 zullen deze cao's verder kunnen verlengd worden, om de 2 jaar. Brugpensioen op 55, 56 of 57 jaarVandaag bestaan er in een aantal sectoren (metaal, chemie,...) systemen van brugpensioen op 55, 56 of 57 jaar, voor werknemers die 38 loopbaanjaren hebben. Vanaf 2008 zullen de bestaande cao's verlengd kunnen worden, telkens voor maximaal 3 jaar, maar er kunnen geen nieuwe cao's gesloten worden. Omdat de brugpensioenleeftijd almaar opschuift, zal het systeem uiteindelijk uitdoven: n in 2011 voor brugpensioenen vanaf 56 n in 2013 voor brugpensioenen vanaf 57 n in 2015 voor brugpensioenen vanaf 58. Nadien zal men terugvallen op de systemen van brugpensioen vanaf 60 jaar mits 35 loopbaanjaren of 58 jaar mits 38 loopbaanjaren, of op de regeling voor de zware beroepen (58 jaar/35 loopbaanjaren). Welke impact hebben de jaren dat u met brugpensioen bent op uw latere inkomen? Op het eerste gezicht niet veel. Het pensioenbedrag zal weinig invloed ondervinden. Voor pensioenen in de privésector (werknemers en zelfstandigen) levert elk gewerkt jaar u een bepaald bedrag op: het geplafonneerde jaarloon x 60% x herwaarderingscoëfficiënt. De som van al deze bedragen is uw wettelijk pensioen. Om een volledig pensioen te hebben moet u 45 jaar gewerkt hebben (44 voor vrouwen, vanaf 1 januari 2009 ook voor vrouwen 45 jaar). Wie met brugpensioen gaat, zal minder jaren gewerkt hebben, maar voor de berekening van het pensioenbedrag zal dit weinig verschil maken. De jaren brugpensioen worden gelijkgesteld. Let op! Het Generatiepact heeft deze gelijkstelling iets minder gunstig gemaakt. Voor de pensioenberekening wordt voortaan een onderscheid gemaakt tussen de werkelijke en de gelijkgestelde lonen (o.m. brugpensioen). Deze laatste worden niet meer aangepast aan het algemeen welvaartsniveau. Maar het wettelijk pensioen is voor veel mensen niet het enige inkomen. Velen leggen tijdens hun actieve loopbaan een extra appeltje voor de dorst aan omdat ze nu eenmaal weten dat het wettelijk pensioen voor de meeste mensen ontoereikend is om hun levensstijl verder te zetten. Van hogere kaderleden bijvoorbeeld is bekend dat zij terugvallen op een goede... 40 % van hun vroegere loon! Bovendien kunnen de (gezondheids)kosten oplopen. Om dit alles op te vangen wordt er vaak tijdens de professionele loopbaan geld opzijgelegd. Heel wat werknemers genieten een groepsverzekering via hun werkgever (het aanvullend pensioen). En dan zijn er nog de vele vormen van individueel sparen zoals het pensioensparen. Als er gekeken wordt naar de gevolgen van het brugpensioen op de latere financiën wordt deze periode van extra sparen wel eens vergeten of onderschat. Uit een voorbeeld, uitgewerkt door René Lecoque van Lifeplan (verschenen in Uw Vermogen van maart 2006), blijkt dat een werknemer met een nettoloon van 2000 euro, die op 58 jaar met brugpensioen gaat tegen zijn 65ste 45.000 euro minder heeft gekregen dan wanneer hij was blijven werken! In een opmerkelijke studie heeft professor Pacolet van het Leuvense HIVA (Hoger Instituut voor de Arbeid) de financiële gevolgen van brugpensioen (en andere periodes waarin mensen een vervangingsinkomen genieten) in kaart gebracht. Ook hij kwam tot de vaststelling dat het brugpensioen meer kost dan wij denken... Plus Magazine: Wat gebeurt er met de groepsverzekering tijdens de jaren van het brugpensioen? En wat zijn daarvan de financiële gevolgen? Professor Pacolet: De betalingen voor de tweede pijler (aanvullend pensioen via de werkgever) worden stopgezet wanneer men werkloos of invalide wordt, of wanneer men op brugpensioen gaat. Vraag is of men het kapitaal al kan opnemen op een vroeger moment. Dat was in het verleden zo - toen kon dat tegen dezelfde, fiscaal gunstige voorwaarden -, maar de Wet op de Aanvullende Pensioenen (WAP) voorziet voor de toekomst dat het kapitaal niet meer kan worden opgenomen voor de werkelijke pensioenleeftijd, of ten vroegste vanaf 60 jaar. Als een werknemer met brugpensioen gaat, worden er niet langer premies gestort en zal er dus geen aanvullende pensioenopbouw meer zijn. Het reeds bijeengespaarde kapitaal brengt wel nog een rendement op. Voor wie 5, 6 of 7 jaar met brugpensioen is, zal het eindkapitaal behoorlijk lager liggen dan oorspronkelijk voorzien. In het huishoudbudgetonderzoek vinden wij de niet-actieven terug tussen 55 en 65. Hierin zitten zowel mensen die invalide of werkloos geworden zijn of die op brugpensioen zijn gegaan (eigenlijk ook een vorm van werkloosheid). Al deze categorieën vallen terug op een lager inkomen. Wat opvalt is, dat deze groep niet meer kan sparen, in tegenstelling tot de doorsnee bevolking die doorgaans in die periode van hun leven heel intensief kan sparen. De woning is afbetaald, de kinderen zijn het huis uit, er komt dus meer financiële ruimte. Bij de inactieven merken wij daar niets meer van. In de mate dat de kans op inactiviteit groter is bij lagere inkomens, wat plausibel is, is hun situatie nog meer precair. Naarmate men vroeger inactief, invalide of werkloos wordt, is de periode ook langer dat men terugvalt op een lager inkomen en geen mogelijkheid heeft om te sparen. Het betekent dat men op een lager consumptieniveau terugvalt, en wenst men het vroegere niveau in stand te houden dan zal men effectief moeten ontsparen. Het pensioenvermogen, opgebouwd in de derde pijler (het individuele sparen, bijvoorbeeld via pensioensparen) zal kleiner zijn of zelfs al opgebruikt voor men op pensioen gaat. Ook het wettelijke pensioen zal lager zijn, zelfs al zijn de perioden van inactiviteit gelijkgesteld. Voor de jaren brugpensioen wordt het pensioen berekend op het laatste werkelijke loon. De laatste 5, 6, 7 jaar van een carrière zijn echter de beste (de hoogste anciënniteit, bijvoorbeeld). Zij halen het gemiddelde van het pensioenbedrag naar omhoog. Voor sommige beroepsgroepen zijn er overigens nog tal van andere premies en extra voordelen die verdwijnen (bijv. de bedrijfswagen). Ik denk niet dat al te vlug de conclusie mag geformuleerd worden dat wie vroeg stopt met werken en niet meer spaart, in financiële problemen zou komen of arm sterft, zoals wij in de krant konden lezen als commentaar bij onze studie. De conclusie moet eerder zijn dat door deze verhoogde/vervroegde inactiviteit, men individueel minder welvarend zal zijn. Dit wordt te vaak uit het oog verloren. Ook collectief zal er minder welvaart zijn. Dit raakt ons minder, maar het is daarom niet minder belangrijk. De hoge en vroege inactiviteit betekent minder economische groei, meer collectieve lasten om een fatsoenlijk vervangingsinkomen te garanderen en mogelijk een neerwaartse spiraal van hoge collectieve lasten en minder activiteit. Niemand kan voor een ander de rekening maken in de keuze tussen meer vrije tijd en minder inkomen. Maar het volledig doorrekenen van alle componenten van het inkomensverlies, ook het sparen voor de oude dag onder alle mogelijke vormen dat toch typisch is voor de Belg, kan even ontnuchterend zijn als het besef dat het wettelijke pensioen niet meer volstaat om een gewenste levensstandaard te houden bij de oppensioenstelling. nAnnemie Goddefroy en Jocelyne Minet