Van bomma en bompa naar bonnie en bompie: de manier waarop kinderen vandaag over hun grootouders praten, zegt veel over hoe het beeld en de rol van grootouders is geëvolueerd. "Voor de verlichting (18de eeuw: 1715-1789) was de term 'grootvader' algemeen verspreid", vertelt Marie-Thérèse Casman, sociologe aan de universiteit van Luik. "Grootouders bekleedden toen een autoritaire en hiërarchische plaats in de familie. Die positie behielden ze bijna tot hun laatste dagen, althans in de meer bemiddelde milieus."
...

Van bomma en bompa naar bonnie en bompie: de manier waarop kinderen vandaag over hun grootouders praten, zegt veel over hoe het beeld en de rol van grootouders is geëvolueerd. "Voor de verlichting (18de eeuw: 1715-1789) was de term 'grootvader' algemeen verspreid", vertelt Marie-Thérèse Casman, sociologe aan de universiteit van Luik. "Grootouders bekleedden toen een autoritaire en hiërarchische plaats in de familie. Die positie behielden ze bijna tot hun laatste dagen, althans in de meer bemiddelde milieus." Geleidelijk aan kwam daar verandering in. Een evolutie die samenviel met het verleggen van de focus van de grote familie naar het kerngezin. De banden tussen kleinkinderen en hun grootouders werden hechter, hartelijker en minder hiërarchisch. "De relaties tussen de leden van een familie en tussen de generaties werden democratischer. De u-vorm was niet langer de regel om elkaar aan te spreken." Ook het beeld dat we van de grootouders hebben, is veranderd. Dat heeft niets meer te maken met het grootje dat aan het haardvuur zit te breien. "Het beeld van de grootmoeder met wit haar in een dot komt vandaag meer overeen met dat van de overgrootouders, want tegenwoordig zijn grootouders vaak nog jong." De gemiddelde leeftijd waarop men grootouder wordt, schommelt vandaag rond 52 jaar voor vrouwen en 55 jaar voor mannen. "Tegenwoordig is grootmoeder een dynamische vrouw die werkt, sociaal actief is en financieel autonoom... Het grootmoederschap is voor haar belangrijk, maar haar leven is veel meer dan dat. Ze ontkent haar leeftijd niet, maar ze wil wel een beeld van zichzelf geven dat beter strookt met de werkelijkheid." En dat uit zich o.a. in een meer persoonlijke aanspreeknaam, een naam die liefdevoller klinkt dan het traditionele bomma. Probeer toch te vermijden dat men u bij uw voornaam aanspreekt. "Heeft niemand een probleem met de voornaam, dan kan het wel," meent Marie-Thérèse Casman, "maar ik denk dat het beter is een bijnaam te kiezen, want zo kunnen de kleinkinderen zich beter situeren in de familielijn." De voornaam kan wel worden gebruikt bij plusgrootouders (stiefgrootouders). "Zij worden in de meeste gevallen met hun voornaam aangesproken, omdat ze niet de biologische grootouders zijn. Zo respecteert u de verwantschap en vermijdt u ook rivaliteit met de biologische grootmoeders en grootvaders. Een andere mogelijkheid is hen een naam te geven die is afgeleid van hun voornaam maar toch klinkt alsof het om een grootouder gaat. De benaming die u kiest hangt natuurlijk ook af van de leeftijd van het kind op het moment dat het nieuwe gezin wordt samengesteld en de affectieve band die al dan niet tot stand komt." Maar wat is nu de ideale roepnaam? Dat is een naam die zowel voor de drager als voor de gebruikers als aangenaam wordt ervaren. "Wie niet van zijn bijnaam houdt, kan daaronder lijden. Een grootmoeder moet durven zeggen: 'noem me niet bomma' als die naam haar echt niet bevalt. De grootouders zijn de eerste betrokkenen. Het is aan hen om een geschikte naam te kiezen, mogelijk in overleg met de kleinkinderen. Mijn kleinkinderen hebben me gevraagd hoe ik wilde dat ze me noemden. Ik ben gek op katten en dus is het Mamicha (oma kat) geworden. Maar voor andere grootouders is de betekenis van zo'n naam totaal niet belangrijk." Bij overgrootouders ligt het meestal eenvoudiger. "Achterkleinkinderen zullen hun overgrootouders aanspreken met de naam die hun eigen ouders gebruiken. Ze zullen niet op zoek gaan naar een nieuwe naam, in de trant van bed-grootvader of bed-grootmoeder. Een naam kan ook een sociale of culturele connotatie meedragen. "In welgestelde families houdt men vaak nog vast aan plechtige namen zoals grootpapa en grootmama. En in sommige intellectuele middens gebruikt men wel eens Engelse termen als Daddy of Mummy, wat chic klinkt. Opa en oma, daarentegen, hoor je overal." Andere namen refereren aan een bepaalde identiteit of aan de buitenlandse origine van de grootouders, zoals het Italiaanse nonno en nonna, bijvoorbeeld.... Soms combineert men de klassieke grootoudernaam ook met de voornaam zoals in Omannelies of Opandré. Maar veelal wordt de koosnaam gekozen omdat hij gewoonweg goed klinkt, omdat hij prettig is om uit te spreken en om te horen. Olivia Van de Putte, Ariane De borger