In het dit voorjaar verschenen De jacht op de wolven (*) schrijft Bourlet uiteraard vooral over de gewetenloze figuren waarmee hij in al die dossiers werd geconfronteerd, in een periode waarin het Belgische rechtssysteem grondig door elkaar werd geschud. Een wereld die hij inmiddels verlaten heeft.
...

In het dit voorjaar verschenen De jacht op de wolven (*) schrijft Bourlet uiteraard vooral over de gewetenloze figuren waarmee hij in al die dossiers werd geconfronteerd, in een periode waarin het Belgische rechtssysteem grondig door elkaar werd geschud. Een wereld die hij inmiddels verlaten heeft. Bourlet: Dit soort boeken schrijf je niet voor je plezier, en toch voelde ik een voldoening. Niet dat mijn visie op de feiten erdoor veranderd is of mijn teleurstellingen werden verzacht. Ik ben maar een mens, ik maak fouten. Maar ik heb zoveel meegemaakt, veel meer dan de meeste magistraten. De mediatisering van die zaken speelt daarbij geen rol, wel de successen zoals de bevrijding van Sabine en Laetitia. Ik had geluk want ik stond aan de goede kant. Mijn dochters hebben dit soort reacties dus niet meegemaakt. Maar wie op deze manier in de belangstelling komt, beseft heel goed dat hij zich niet de minste misstap kan veroorloven. Ze hebben geprobeerd mij uit mijn evenwicht te brengen, me in de hoek te drijven. Maar er viel mij niets te verwijten. Ik heb een sterk karakter, maar zonder de steun van mijn vrouw en mijn drie dochters was het wellicht niet gelukt. Mijn jongste dochter heeft het moeilijk gehad. Twee of drie jaar na de affaire vroeg haar lerares in de klas wat Dutroux voor de leerlingen betekende. Mijn dochter antwoordde: "Hij heeft mijn papa voor drie jaar van mij afgepakt." Alles bij elkaar heb ik het gevoel dat mijn familie deze tijd zonder grote problemen is doorgekomen. Al is het geen toeval dat een van mijn dochters nu in het buitenland werkt. Ze had nood aan frisse lucht. Kan iemand die zulke gruweldaden van dichtbij heeft meegemaakt nog in de mensheid geloven? Je doet dit beroep uit overtuiging, als een missie, om te voorkomen dat dergelijke gruweldaden zich ooit nog voordoen. Eerst werkte ik aan de balie van Luik. Ik werd een beetje toevallig procureur in Neufchâteau. In die functie ben ik opengebloeid, hoewel ik in het begin meer voelde voor een loopbaan als advocaat. Maar het gevecht van de families Russo en Lejeune heeft op mij een grote indruk gemaakt. Zo vertel ik in het boek dat mijn jongste dochter tijdens onze vakantie even spoorloos was in de periode dat Julie en Melissa verdwenen waren. Ze was ontsnapt uit de tuin en verloren gelopen. Op zo'n momenten begrijp je dat dit werkelijk iedereen kan overkomen. Tot dan was ik al vaak met verdwijningen in aanraking gekomen, maar vanaf dat moment keek ik er anders tegenaan en reageerde ik er anders op. Dat had ik al ondervonden toen ik tot tweemaal toe tot persoonlijkheid van het jaar werd verkozen, in 1996 en 1997. Maar ik merk het nog duidelijker nu dit boek is verschenen en nu blijkt dat het in Vlaanderen nog beter verkoopt dan in Wallonië. Tijdens signeersessies danken lezers me vaak: Het is belangrijk dat er mensen zoals u bestaan, zeggen ze dan. Dat doet deugd. Blijkbaar heb ik bij het publiek toch ergens een gevoelige snaar geraakt. Ik wil vooral een beetje meer de egoïst spelen. Ik was tot mijn zestigste nog nooit buiten Europa geweest. Al die tijd ben in mijn hol blijven zitten en heb ik gewerkt. Dat is misschien jammer, maar ik heb er geen spijt van. Nu heb ik er echter nood aan om buiten te komen, om te leven, om alles te doen wat ik niet kon tijdens mijn carrière. Ik was erg jong toen ik procureur des Konings werd, nauwelijks 35 jaar. Daarom had ik geen zin om tot mijn 67 door te gaan. Er zijn genoeg korpschefs met 40 jaar dienst die niet in staat zijn zichzelf te vernieuwen of zich in vraag te stellen. Ik ben procureur geweest tot mijn 58. Ik heb alles gegeven, het was tijd om te gaan. Pas de twee laatste jaar, toen ik al geen procureur meer was, ben ik beginnen te reizen: naar Turkije, Egypte en Bolivia, om mijn dochter op te zoeken die daar werkt. Ik speel theater, zing en schrijf literaire kritieken. Mijn eerste jaar als gepensioneerde zat eivol en was heel verrijkend. Misschien schrijf ik in de toekomst nog een boek, maar dan fictie. Niet meer over moordzaken. Met dit boek heb ik die bladzijde omgeslagen. Ik denk dat het gerecht steeds beter werkt, maar uiteraard moeten we alert blijven. In de justitie kun je niet altijd beantwoorden aan de verwachtingen. Je bent niet perfect. Maar we moeten blijven proberen die perfectie te bereiken. De dood van een kind kan niemand ongedaan maken. Maar je kunt wel de dader zo snel mogelijk vatten en naar de ouders luisteren. Dutroux komt nooit meer uit de gevangenis, Fourniret evenmin. Al had men in dit laatste dossier veel vroeger kunnen ingrijpen. (*) De jacht op de wolven van Michel Bourlet, uitgeverij Borgerhoff & Lamberigts, euro 19,95 (isbn: 978 90 893 1127 6).Gilda Benjamin, foto: Frank Bahnmüller