Dromen horen van in de prilste kindertijd bij het leven maar blijven omringd door een waas van mysterie en vragen. Omdat het een moeilijk te vatten materie is, blijft droomonderzoek een vakgebied waar wetenschappers niet voor stormlopen. We trokken naar de Universiteit van Utrecht waar een gespecialiseerde onderzoeksgroep zich bezig houdt met het bestuderen van de functie van dromen en het behandelen van nachtmerries.
...

Dromen horen van in de prilste kindertijd bij het leven maar blijven omringd door een waas van mysterie en vragen. Omdat het een moeilijk te vatten materie is, blijft droomonderzoek een vakgebied waar wetenschappers niet voor stormlopen. We trokken naar de Universiteit van Utrecht waar een gespecialiseerde onderzoeksgroep zich bezig houdt met het bestuderen van de functie van dromen en het behandelen van nachtmerries. "Dromen zijn een soort film van je eigen gedachten", zegt droomonderzoeker en psycholoog dr. Jaap Lancee. "Bij mensen die dromen lijkt het besturingsmechanisme (de hersenen) uit te staan. Maar dat klopt niet. Bepaalde hersengebieden zijn net veel actiever. Dat proces zorgt voor een omgekeerde informatieverwerking. In plaats van informatie uit de buitenwereld waar te nemen, worden er beelden uit je eigen hersenen voor je ogen geprojecteerd. Het lijkt alsof ze van buitenaf komen maar eigenlijk beleef je een soort hallucinatie. Sommigen vergelijken het met een psychose waarbij je stemmen hoort of imaginaire personen ziet. De mens is een verhalend wezen en interpreteert die verschillende visuele beelden tot een verhaal, dat op zijn beurt weer andere beelden oproept. Tijdens een droom wordt het kortetermijngeheugen uitgeschakeld en kan je dus niet vaststellen dat er onmogelijke of compleet gekke dingen gebeuren. De meest bizarre acties neem je tijdens je droom voor waar aan. Het logisch denken dat je overdag hanteert, functioneert dan niet. Het besef dat sommige dingen totaal niet kloppen, volgt pas bij het ontwaken, als het kortetermijngeheugen terug aan staat." Wetenschappers zijn het erover eens dat dromen een functie hebben. Maar over het precieze nut is er geen consensus. Sommigen menen dat dromen nodig zijn om wat we overdag beleven, en de gevoelens die daarbij spelen, te verwerken. Om de zaken op een rijtje te zetten in je hoofd, zodat de hersenen uitgerust aan de volgende dag kunnen beginnen. "De meeste van onze dromen zijn niet bizar, onaangenaam of beangstigend. Het zijn banale huis-tuin-en-keukendromen over ons dagelijks leven. Maar die onthouden we nauwelijks. Het zijn vooral de dromen die indruk maken, ons beangstigen, die blijven hangen." Dromen doen we tijdens de rem-slaap ( rapid eye movement slaap), een periode van diepe slaap waarin de ogen wild heen en weer bewegen. Deze slaapfase komt gemiddeld vijf tot zeven keer per nacht voor. Kinderen hebben meer remslaap, ouderen minder. "Uit een wetenschappelijk experiment waarbij vrijwilligers telkens als een remslaapfase aanbrak, werden gewekt, is gebleken dat we die remslaap nodig hebben. Na zeven nachten zonder remslaap, moesten de deelnemers aan het onderzoek gemiddeld 26 keer per nacht worden gewekt. De hersenen begonnen dus steeds vaker rem-slaap aan te maken. Ook toen ze weer normaal mochten doorslapen, hadden de vrijwilligers veel meer rem-slaap. Het lichaam probeerde de verloren remslaap in te halen, wat wijst op een reële behoefte aan deze slaap." De remslaap wordt ook gekoppeld aan het opslaan van nieuwe vaardigheden. "Als we overdag iets nieuw leren - skiën of koken - wordt dit beter opgeslagen na een nacht met veel remslaapfasen dan na een nacht met weinig remslaap. Vaak dromen we dan ook effectief over skiën. Om feitenkennis te onthouden is remslaap dan weer van minder belang." Hoe we in het leven staan of hoe we ons op bepaalde momenten voelen, heeft ook een invloed op hoe we dromen. "Dromen worden heel erg gestuurd vanuit emoties. Ben je overdag vaak angstig of slaap je bang in, dan is de kans groter dat je nachtmerries krijgt. Emoties worden gelinkt aan positieve of negatieve beelden, die dan tijdens de droomslaap worden geprojecteerd. Ook stress of koorts kunnen negatieve beelden aansturen." Emoties beïnvloeden onze dromen en spelen er een grote rol in. "Dromen worden gevormd door onze verwachtingen. Wie iets lastigs verwacht, zal een beeld eerder negatief lezen. Een beeld van een donker bos, wordt dan bijvoorbeeld geassocieerd met angst voor wilde dieren. Terwijl iemand met positieve verwachtingen datzelfde beeld zal linken aan een fijne wandeltocht. Soms kan ook iets van buitenaf in het verhaal insijpelen, zoals een wekker die afloopt, een gsm die rinkelt, een kind dat huilt. Meestal gaan onze dromen over onze omgeving. Waar je overdag aan denkt, daar droom je over 's nachts. De emoties die in dromen voorkomen kunnen ons dan ook diep raken. Sterft er een bekende in je droom, dan kan je je daar echt verdrietig om voelen. Zelfs al weet je dat het niet echt is, toch kan zo'n droom lange tijd in je hoofd blijven spoken, precies omdat het zo emotioneel dichtbij is." Een achtervolging door een bos. Spinnen die uit alle hoeken van de kamer op je af kruipen. Een slangenkuil zonder ontsnappingsroute. Elke slaper krijgt vroeg of laat een horrordroom. Maar bij twee tot vijf procent van de bevolking gaat het verder dan dat en zorgen nachtmerries voor een verstoord slaappatroon en problemen overdag. Heel wat nachtmerriepatiënten stellen het naar bed gaan uit, uit angst om de gruwel die de nacht hen zal brengen. Soms met slapeloosheid en uitputting tot gevolg. Nachtmerries komen in verschillende gedaanten voor. Bij het grootste deel van de slapers gaat het om terugkerende dromen. Bij anderen passeren uiteenlopende griezelscenario's het netvlies. "In grote lijnen zien we twee types van nachtmerries: posttraumatische en thematische. Posttraumatische dromers herbeleven 's nachts opnieuw een ongeval, aanranding of ander pijnlijk incident dat ze ooit meemaakten. Dit komt onder meer voor bij slachtoffers van misdaden, verkeersongevallen, aanslagen, soldaten die terugkeren van missies, enz. Het zijn meestal heel heftige en intense droomervaringen. Themadromers worden gekweld door zaken als een achtervolging, verdrinking, valpartij, de dood enz. Soms is er ook hier een verband met hun dagelijkse leven, al is dat niet bij iedereen het geval. De meeste van deze dromen zijn varianten op eenzelfde thema, al beseft niet iedereen dat. Zo kan de dood de rode draad vormen van hun nachtmerries, maar de ene keer is dat het overlijden van een kind, dan weer van een ouder, partner, buurman, enz." Het besef dat je jezelf kan bevrijden van nachtmerries is redelijk recent. "Vroeger ging men er van uit dat tegen angstdromen niets te doen viel. Meer nog: mensen hadden nachtmerries omdat er eigenlijk wat anders met hen aan de hand was, zo dacht men. Dromen werden gezien als een uiting of neveneffect van psychische stoornissen. Freud geloofde dan weer dat dromen te maken hadden met onderdrukte gevoelens. Intussen is duidelijk dat dit niet zo hoeft te zijn. Ook perfect gezonde mensen, zonder posttraumatische stress, kunnen geplaagd worden door weerkerende angstdromen. Angstdromen kunnen ook een op zichzelf staand fenomeen zijn." Slachtoffers van nachtelijk griezelen hoeven zich daar niet langer bij neer te leggen. Er zijn erg doeltreffende methoden om dit fenomeen een halt toe te roepen. Dr. Jaap Lancee: "De meest bestudeerde behandeling is de Imaginatie en rescripting therapie. Een heel eenvoudige aanpak. Aan mensen met terugkerende nachtmerries of angstdromen over hetzelfde thema - en dat zijn de meesten - vragen we om hun dromen uit te schrijven. Dat scenario vormt het vertrekpunt van de therapie. Vervolgens vragen we de patiënt hoe hij zou willen dat zijn droom afloopt. Alles is mogelijk. Bij een achtervolgingsdroom kan je de rollen omdraaien en zelf de monsters najagen. Of stoppen, omkijken en vaststellen dat je niet werd nagezeten door een schurk maar door een vriendelijk vrouwtje dat je portefeuille wil teruggeven. Het is belangrijk dat de patiënt zelf - onder begeleiding - een nieuw einde verzint." "Het verhaal mag niet te vroeg worden veranderd want dan kan het gebeuren dat je die nacht zowel de nachtmerrie als het aangepaste verhaal droomt. Eens het aangepaste scenario op punt staat, moet je je dat nieuwe verhaal enkele keren per dag inbeelden zodat de nieuwe versie van je droom in je geheugen wordt opgenomen. Bedoeling is dat het nieuwe script het oude nachtmerrieverhaal in je hersenen overschrijft." "Deze aanpak werkt bij de meeste nachtmerriepatiënten. Ze zien na verloop van tijd ook de aangepaste angstdroom helemaal verdwijnen. Er zit immers geen emotionele lading meer aan vast. Meestal komt er ook geen andere nachtmerrie voor in de plaats. Ik vergelijk een droom het liefst met een stromend beekje, dat een bepaalde richting uitstroomt via een vaste bedding. Door onderweg een dam aan te leggen, kan je het beekje een andere, positievere richting uitsturen. Zo kan je meester worden van je dromen. Alleen al het idee dat je controle kan hebben over je droomscenario, is voor wie vaak geplaagd wordt door nachtmerries een opsteker." Een nog intrigerender manier om je dromen te sturen zijn de lucide droomtechnieken. Een nieuwe aanpak die intussen wetenschappelijk onderbouwd raakt en steeds meer aanhangers wint. De Amerikaanse psycholoog Stephen Laberge toonde in de jaren '80 voor het eerst aan dat mensen tijdens hun droom toch bij bewustzijn (lucide) kunnen zijn. Hij volgde zijn proefpersonen in een slaaplab. Zodra ze lucide werden en beseften dat ze droomden, moesten ze hun ogen een aantal keer langzaam heen en weer bewegen als een signaal aan de onderzoekers. De rest van hun lichaam bleef tijdens de droom gewoon verlamd, wat erop wees dat ze wel degelijk echt sliepen. Sindsdien is de techniek aan een stille opmars bezig. "Het is een techniek die in theorie aan iedereen kan worden aangeleerd, al heeft niet iedereen er evenveel talent of aanleg voor", stelt psycholoog Lancee vast. "Het vergt erg veel oefening. Zelf ben ik er één keer in geslaagd om lucide te dromen. Toen heb ik mezelf boven de grond laten zweven." De voornaamste basistechniek om je luciditeit aan te scherpen is de werkelijkheidstest. Die is een stuk minder zweverig dan hij klinkt. De test bestaat erin om overdag, tijdens je activiteiten, een paar keer een time out in te lassen, kritisch om je heen te kijken en je bewust te zijn van wat je zonet allemaal hebt gedaan. Bijvoorbeeld: ik ben net naar het toilet geweest, liep dan de gang door, opende een deur, ging aan de tafel zitten om de krant te lezen enz. Intussen stel je jezelf vragen: hoe ziet mijn omgeving eruit? Wie zit bij mij aan tafel? Klopt dat? Door dit regelmatig te doen, word je je meer bewust van je handelingen en wordt die werkelijkheidstest een gewoonte. Je geheugen gaat die gewoonte na een poosje automatisch ook in je dromen toepassen. Wie lucide droomt, schakelt zijn korte termijngeheugen niet uit. Daardoor kan je vreemde situaties in je droom identificeren en vaststellen dat je wel degelijk aan het dromen bent. Best wel een vreemde gewaarwording de eerste keer." Lucide dromen lijken een ideale uitlaatklep voor wie in dromenland graag zijn ultieme fantasieën waarmaakt. Boven bergen zweven, diepzeeduiken, succes hebben bij de mooiste mannen en vrouwen, mensen uit je verleden opzoeken, het WK voetbal winnen, noem maar op. Wie lucidetechnieken onder de knie heeft, kan in zijn dromen ongeremd alles uit de kast halen. En lucide dromers hebben door die stuurmanskunst beduidend minder last van nachtmerries, zo blijkt uit onderzoek. "Lucide droomtherapie werkt tegen nachtmerries, omdat je bewust zelf je droom kan onderbreken en een andere richting uitsturen. Toch heb ik mijn twijfels of dit een oplossing biedt voor een breed publiek. De techniek vergt immers erg veel motivatie en blijvende oefening. Als zelfhulpbehandeling is hij minder geschikt. Sommige lucide dromers gebruiken deze droomvorm om van bepaalde angsten of fobieën af te raken." Of lucide dromers ook fitter ontwaken is niet duidelijk. "Dat is nog niet echt onderzocht, maar ik zou denken van niet. Precies omdat hun hersenen bewust actief blijven en niet echt op non-actief staan tijdens de remslaap." Kari Van Hoorick